Berichten

vragenlijst

Selfmanagement Ability Scale

Doel

Een zelfrapportage instrument voor het meten van zelfmanagementvaardigheden: De SMAS-18 en de SMAS-30.

Toelichting

De SMAS-30 meet zes zelfmanagementvaardigheden bij ouderen zowel afzonderlijk als in een totaalscore. Het betreft een zelfrapportage instrument. De periode waarover gevraagd wordt kan variëren, bijvoorbeeld de laatste maand of de laatste drie maanden. Zes subschalen worden onderscheiden van elk vijf items:

  • Initiatief nemen,
  • Self-efficacy,
  • Investeren,
  • Perspectief,
  • Multifunctionaliteit,
  • Variëteit

Het instrument is ontwikkeld om te bepalen of ouderen in aanmerking komen voor een cursus op het gebied van zelfmanagement (GRIP en GLANS cursussen voor kwetsbare ouderen) en of deze  cursussen voor ouderen leiden tot een toename in zelfmanagementvaardigheden. Verder is het instrument voor zover bekend niet gebruikt om tot doelgroepensegmentatie te komen binnen de zorg.

Uitgebreide toelichting

Doelgroep(en)

Kwetsbare ouderen en diverse groepen chronisch zieken

Validatie en effectiviteit

Betrouwbaarheid en validiteit is goed zowel van de SMAS-30 als SMAS-18

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Vorm

Vragenlijst met stellingen en 6 puntsschaal van ‘nooit tot heel vaak’

Waar te vinden?

SMAS 30 – vragenlijst

Kosten instrument

Ontwikkeld door /contactpersoon

Nardi Steverink, Universiteit Groningen

Achtergrondinformatie over de ontwikkeling:
De gedachte is dat goede zelfmanagementvaardigheden ouderen beter in staat stellen om zo lang mogelijk de regie over hun leven te houden en welbevinden te creëren en te behouden. De zelfmanagement-vaardigheden zijn gerelateerd aan de dimensies van welbevinden zoals die beschreven zijn in de theorie van zelfmanagement van welbevinden. (Steverink et a;., 2005)

Organisaties die werken met methode / instrument

Nardi Steverink heeft, samen met anderen het GRIP&GLANS® Programma ontwikkeld. Het GRIP&GLANS Programma richt zich op het versterken van de eigen regie (GRIP) en het welbevinden (GLANS) van mensen in de tweede levenshelft. Het programma omvat zowel fundamenteel onderzoek als het toepassen en implementeren in de praktijk van de onderzoeksresultaten. Binnen het GRIP&GLANS® Programma zijn tot nu toe twee cursussen ontwikkeld, die wetenschappelijk zijn geëvalueerd en effectief gebleken, namelijk:

  • De GRIP&GLANS huisbezoeken, voor kwetsbare oudere mannen en vrouwen
  • De GRIP&GLANS groepscursus, voor sociaal kwetsbare 55+ vrouwen

Voor meer informatie zie website van N Steverink en de website Grip&Glans

Voorbeelden, succes- en faalfactoren uit de praktijk

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Bijgewerkt juli 2017: met informatie NIVEL ‘Inventarisatie meetinstrumenten zelfmanagementondersteuning’

methode

Nijmegen Clinical Screening Instrument (NCSI)

Doel

De NCSI-methode biedt een verdiepende en gedetailleerde analyses van de integrale gezondheidstoestand, de ziektelast en de mate van adaptatie aan de ziekte. De NCSI-interventie helpt bij het formuleren van een individueel zorgplan, het motiveren van de patiënt tot gedragsverandering en het handelen van de verschillende zorgverleners beter op elkaar af te stemmen. Dit alles is de basis voor een goede adaptatie aan de ziekte en daarmee het verminderen van de ziektelast.

Toelichting instrument

Het instrument omvat drie componenten:

  1. meten van integrale gezondheidstoestand;
  2. interventie voor vaststellen individuele behandeldoelen en motiveren van patiënt voor gedragsverandering door POH of verpleegkundige;
  3. monitoring/ follow-up; korte onlinevragenlijst (15 à 20 minuten) in te vullen bij huisarts, poliklinisch of thuis;
    De resultaten worden direct grafisch weergegeven in patientprofielkaart; per sub domein van de integrale gezondheidstoestand is score van patient zichtbaar door bolletje in kolommen die onderverdeeld zijn in groen (normaal functioneren), geel (geringe problemen) en rood (ernstige problemen. Eenvoudig te interpreteren door patiënt en hulpverlener; in interventie wordt patientprofielkaart met patiënt besproken (30 minuten).

De NCSI kan regelmatig afgenomen worden om integrale gezondheidstoestand te monitoren. Door het bespreken van patiëntprofielkaart komen onderliggende oorzaken van problemen boven tafel die op profielkaart letterlijk zichtbaar zijn. Biedt met name inzicht in adaptieproblemen zowel voor patiënt als zorgverlener; inzicht in oorzaken is essentieel voor bieden van zorg op maat.

Doelgroep(en)

COPD

Validatie en effectiviteit

In 91% van de gevallen voorspelt NCSI monitor correct ‘pluis/niet pluis’ situatie; instrument wordt inmiddels 9 jaar in klinische praktijk gebruikt; waardevol voor longverpleegkundigen om patiënten met problemen in integrale gezondheidstoestand vroegtijdig te identificeren, zorg op maat te bieden en patiënt te motiveren voor aanvullende behandelopties (1e, 2e, 3e lijn)/ betere adaptie aan ziekte;
NCSI helpt de patiënt op juiste plek in zorgketen te krijgen; door vroegtijdige signalering helpt NCSI voorkomen dat patiënt naar duurdere 2e en 3e lijn gaat.

Artikel: A simple method to enable patient-tailored treatment and to motivate the patient to change behaviour

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Scholing gewenst

Vorm

Vragenlijst / internet applicatie.
NCS monitor is hiervoor ontwikkeld (8 vragen via internet applicatie). Hierdoor krijg je een oordeel ‘pluis’, ‘niet pluis’. Alleen bij ‘niet pluis’ wordt de volledige NCSI afgenomen.

Waar te vinden?

Folder NCSI-methode J Vercoulen juli 2014

Kosten instrument

Ontwikkeld door /contactpersoon

Radboud Universiteit Nijmegen, Medische Psychologie; Dr. Jan Vercoulen, 024-3616805

Achtergrond:
Gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en toetsing in klinische praktijk; Integrale gezondheidstoestand COPD omvat FEV1, BMI, ernst vermoeidheid, ernst, hinder en frequentie benauwdheid, emoties (angst/ frustratie), beperkingen (thuis, bij het lopen en qua beleving), mate van somberheid en tevredenheid (algemeen, lichamelijk, toekomst en sociaal).

Organisaties die werken met methode / instrument

Voorbeelden, succes- en faalfactoren uit de praktijk

Artikel uit Huisarts en Wetenschap (juni 2016): De NCSI-methode: maatwerk voor COPD-zorg

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Bijgewerkt juli 2017: met informatie NIVEL ‘Inventarisatie meetinstrumenten zelfmanagementondersteuning’

patientprofiel

Distress-screener en patientprofielkaart-screening

 Doel

Screening voor distress en uitgebreidere probleeminventarisatie (patiëntprofielkaart) bij chronisch somatische aandoeningen

Toelichting instrument

Het distress-screeningsinstrument (A) (in combinatie met of zonder cognitieve gedragsfactoren) leidt tot een korte en eenvoudige screening van patiënten die risico lopen op aanpassingsproblemen en potentieel baat hebben bij een cognitieve gedragstherapeutische behandeling.

Het bredere screeningsinstrument (B) biedt een (digitale) patiëntprofielkaart met automatische scoring, waarin op een inzichtelijke manier de belangrijkste functioneringsgebieden en potentiële kwetsbaarheidsfactoren in kaart kunnen worden gebracht en waarin ook het patiëntenperspectief is meegenomen. Op de patiëntprofielkaart wordt per domein de mate van ‘at risk’ zijn weergegeven via een kleur op een continuüm van groen naar rood, waarbij de specifieke subdomeinen kunnen worden weergegeven door op het domein te klikken. Ook kunnen de exacte scores in beeld worden gebracht en het verloop van het functioneren over de tijd/in vergelijking met de vorige meting. Hierdoor kan in 1 oogopslag gezien worden in welke domein(en) problemen zijn bij deze patiënt en kan indien nodig worden doorgeklikt om te zien op welke subdomeinen de problemen vooral bestaan. Hieraan kan een stroomdiagram met acties van de behandelaar gekoppeld worden, waarmee in combinatie met de eigen prioriteiten van de patiënt doelen kunnen worden geformuleerd waar de patiënt aan kan werken en verwijsopties staan genoemd variërend van vinger-aan-de-pols houden tot verwijzing naar (online) cognitieve gedragstherapie.

Bij de distress-screening (A) worden 2 subgroepen onderscheiden: ‘at risk’ en ‘niet at risk’.
Bij de patiëntprofielkaart-screening (B) worden 3 subgroepen onderscheiden: ‘at risk’, ‘enigszins at risk’ en ‘niet at risk’ per gemeten domein. Daarbinnen is verder onderscheid mogelijk naar de diverse subdomeinen en kan inzicht worden verkregen in de precieze scores op de vragenlijsten.

  • A: Voor de screening van distress wordt gebruik gemaakt van de negatieve stemming en angstschalen van de:
    • Invloed van Reuma op Gezondheid en Leefwijze (IRGL) of
    • Invloed van Huidaandoeningen op het Dagelijks  Leven (IHDL)
    • Daarnaast worden cognitief gedragsmatige factoren meegenomen, zoals ziektecognities (ZCL), coping (UCL) en sociale steun (IRGL, IHDL).
  • B: Voor het screeningsinstrument worden de volgende ziektegenerieke vragenlijsten gebruikt als (mogelijke) invulling van de domeinen:
    • kwaliteit van leven (RAND-36),
    • lichamelijke symptomen (VAS pijn-jeuk-vermoeidheid en CIS-vermoeidheid),
    • distress (HADS),
    • sociaal functioneren (sociale steun, ISR; sociale kwetsbaarheid: IPSM),
    • therapietrouw (MMAS) en
    • ziektecognities/coping (neuroticisme, EPQ; acceptatie, hulpeloosheid, ZCL) + patientprioriteiten voor verbetering (top 3 uit lijst met mogelijke probleemgebieden).

Voor meer informatie over het toepassen van de instrumenten: Aanvullende informatie toepassing instrument Distress

Doelgroep(en)

Generiek
Tot op heden ontwikkeld/gebruikt voor reumatische aandoeningen (reumatoïde artritis, fibromyalgie), dermatologische aandoeningen (psoriasis) en nieraandoeningen (dialysepatiënten, nierdonoren).
De IRGL en IHDL worden bij verschillende reumatische en dermatologische patiëntengroepen afgenomen. De ZCL wordt bij een groot aantal chronische zieken en/of mensen met langdurige beperkingen afgenomen.

Validatie en effectiviteit

De distress-screening (met of zonder combinatie van de cognitieve gedragsfactoren) (A) is onder meer toegepast in de volgende publicaties:

  • Evers, A.W.M., Kraaimaat, F.W., van Riel, P.L.C.M., & de Jong, A.J.L. (2002). Tailored cognitive-behavioral therapy in early rheumatoid arthritis for patients at risk: A randomized controlled trial. Pain, 100, 141-153.
  • Koulil, S. van, van Lankveld, W., Kraaimaat, F.W., van Helmond, T., Vedder, A., van Hoorn, H., Donders, R., de Jong, A.J., Haverman, J.F., Korff, K.J., van Riel, P.L., Cats, H.A., & Evers, A.W. (2010). Tailored cognitive-behavioral therapy and exercise training for high-risk fibromyalgia patients. Arthritis & Rheumatism –  Arthritis Care & Research, 10, 1377-1385.
  • Van Beugen et al. (2016). Tailored therapist-guided internet-based cognitive behavioral treatment for psoriasis: a randomized controlled trial. Psychotherapy and Psychosomatics (in press).
  • Ferwerda et al. (2016). A tailored guided internet-based cognitive-behavioral intervention for patients with rheumatoid arthritis: A randomized controlled trial. Manuscript under review.

Over het screeningsinstrument ten behoeve van de patiëntprofielkaart zijn meerdere publicaties in voorbereiding; deze zullen naar verwachting in 2016 of 2017 gepubliceerd worden.

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Scholing gewenst

Vorm

Vragenlijsten

Waar te vinden?

Kosten instrument

Ontwikkeld door /contactpersoon

Prof.dr. Andrea W.M. Evers & Dr. Henriët van Middendorp;
Universiteit Leiden, Faculteit Sociale Wetenschappen, sectie Gezondheids-, Medische en Neuropsychologie

Achtergrondinformatie over ontwikkeling, basisconcepten en theorieën
Screening van ‘at risk’ groepen is onderdeel van een personalized healthcare benadering, welke is gebaseerd op het idee dat het aanbieden van standaardbehandelingen aan iedereen leidt tot geringe effecten bij een subgroep van de patiënten. Door een interventie alleen aan te bieden aan een groep die risico loopt op het ontwikkelen van aanpassingsproblemen is de efficiëntie van behandelingen te verhogen en zijn de kosten te verlagen. Bovendien is door screening van de belangrijkste probleemgebieden en de individuele kracht- en kwetsbaarheidsfactoren van de persoon een behandeling te tailoren op het individu, wat is aangetoond te leiden tot sterkere en langer aanhoudende effecten dan de ‘one size fits all’ benadering. Hierover is een Case Management-artikel geschreven in Psychotherapy and Psychosomatics (2014), getiteld ‘Incorporating biopsychosocial characteristics into personalized healthcare: A clinical approach’.  De specifieke ontwikkeling van de patiëntprofielkaart is gebaseerd op eigen prospectief en experimenteel onderzoek bij verschillende chronische somatische aandoeningen (o.a. Evers et al., 2003, Koulil et al., 2011).

Voor de ontwikkeling van de bredere patiëntprofielkaarten in o.a. de nierpopulatie is een benadering gekozen, waarbij in grote cohorten in kaart is gebracht welke psychosociale variabelen voorspellend waren voor kwaliteit van leven op langere termijn; deze zijn vervolgens in de patiëntprofielkaart geïncludeerd.

Organisaties die werken met methode / instrument

Voorbeelden, succes- en faalfactoren uit de praktijk

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Bijgewerkt juli 2017: met informatie NIVEL ‘Inventarisatie meetinstrumenten zelfmanagementondersteuning’

vragenlijst

Tailored Adherence and Self-Management Abilities (TASMAN)

Doel

De vragenlijst geeft een snel inzicht voor patiënt en zorgverlener of patiënt in staat is tot zelfmanagement en welk aspect (coping of self-effiacy) verbeterd dient te worden.
De TASMAN vragenlijst bestaat uit twee componenten/ denkbeelden over de eigen rol in gezondheid: Self-effiacy en coping. Deze zijn gekozen omdat dit beïnvloedbaar gedrag is. Patiënten die wel en niet in staat zijn tot zelfmanagement.

Toelichting instrument

Het instrument is gebaseerd op de (General Self-efficacy scale) en UPCC (Utrecht Proactive Coping Competencies). De vragen uit deze lijsten die het best correleerde met de SMAS-30 (self-Management Ability Scale) werden geselecteerd en vormen de TASMAN vragenlijst

Doelgroep(en)

COPD

Validatie en effectiviteit

Theoretische / wetenschappelijke onderbouwing: Zelfregulatiemodel van Howard Leventhal en sociale-cognitie theorie van Bandura vormen de theoretische basis. Vooral bedoeld om adherence te verbeteren.

Gevalideerd bij mensen met COPD.
In een vervolgonderzoek zal dit instrument ook gevalideerd worden bij astma en diabetespatiënten. Dit is nog in ontwikkeling. Het is de bedoeling dat in vervolgonderzoek een afkappunt vastgesteld wordt die de patiënt in ‘goed/slecht’ zelfmanagement verdeeld, gebaseerd op de score in de TASMAN vragenlijst.

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Vorm

Vragenlijst

Waar te vinden?

TASMAN vragenlijst

Kosten instrument

Ontwikkeld door /contactpersoon

TASMAN ontwikkeld door Boehringer Ingelheim.
Contactpersoon: Maarten Voorhaar

Organisaties die werken met methode / instrument

Voorbeelden, succes- en faalfactoren uit de praktijk

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Bijgewerkt juli 2017: met informatie NIVEL ‘Inventarisatie meetinstrumenten zelfmanagementondersteuning’

vragenlijst

Health Literacy Questionnaire (HLQ)

Doel

De vragenlijst bestaat uit 44 items verdeeld over 8 schalen: mate waarin ondersteuning van zorgverleners aanwezig is, er voldoende informatie is, iemand actief bezig is met zijn gezondheid, een sociaal vangnet heeft, oordeelkundig vermogen heeft, actief contact onderhoudt met zorgverleners, de weg kan vinden binnen de gezondheidszorg, in staat is juiste gezondheidsinformatie te vinden, in staat is gezondheidsinformatie te vinden en te begrijpen.

Toelichting instrument

De afname is schriftelijk of mondeling. De vragenlijst maakt deel uit van een interventie (de Ophelia approach) waarin op populatie niveau gekeken wordt waar de sterke en zwakke punten liggen op het gebied van gezondheidsvaardigheden en waarbij gezocht wordt naar oplossingen op maat uitgaande van de reeds bestaande expertise en zorgaanbod in een regio.

Op basis van de scores op de HLQ kunnen mensen worden ingedeeld in een aantal clusters die verschillen in de mate waarin zij hoog of laag scoren op de schalen van de HLQ. Ieder cluster of groep heeft bepaalde sterke en zwakke punten daar waar het gaat om gezondheidsvaardigheden.

De sterkte/ zwakte analyse laat zien op welke punten ondersteuning/ begeleiding nodig is (needsassessment) voor iedere groep. Op basis van deze needsassessment wordt in overleg met alle betrokken stakeholders (patiënten/ zorgverleners/ familie) een begeleidings- of ondersteuningsplan gekozen en geïmplementeerd binnen de zorg. Zorg op maat dus, aansluitend bij de zwakkere punten op het gebied van  gezondheidsvaardigheden van een bepaalde  groep.

Doelgroep(en)

Generiek
Toelichting: de vragenlijst is in Nederland bij een grote diverse groep chronisch zieken afgenomen. Kan bij chronisch zieken maar ook in de algemene bevolking afgenomen worden aangezien de focus ligt op gezondheidsvaardigheden

Validatie en effectiviteit

  • De HLQ is in meerdere landen vertaald en gevalideerd. Het is een betrouwbare lijst.
  • De Ophelia approach als zodanig wordt momenteel in diverse landen geïmplementeerd en lijkt succesvol in het geven van zorg op maat en verkleinen van gezondheidsverschillen.

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Vorm

Vragenlijst

Waar te vinden?

Kosten instrument

Ontwikkeld door /contactpersoon

HLQ (in Nederlands, Begrip van Gezondheid en gezondheidszorg), oorspronkelijk ontwikkeld door Richard Osborne ea. in Australië, vertaald en gevalideerd in het Nederlands door het NIVEL (M. Heijmans, J. Rademakers ea.)
Contactpersoon voor vragen en de Nederlandse versie: M.Heijmans@nivel.nl
Voor informatie over praktische toepassing: www.ophelia.net.au

Ontwikkeld vanuit patiënten perspectief (grounded theory) op basis van focusgroepen met patiënten en zorgverleners. Sluit aan bij de meeste recente visie op gezondheidsvaardigheden als een multidimensioneel begrip waar naast functionele vaardigheden ook communicatieve en sociale vaardigheden nodig zijn.

Organisaties die werken met methode / instrument

Voor toepassing in de zorg of in verbetertrajecten voor de aanpak van lage gezondheidsvaardigheden nog niet operationeel in Nederland; De HLQ wordt (nog) niet gebruikt als screener voor individuele patiënten.

Voorbeelden, succes- en faalfactoren uit de praktijk

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Bijgewerkt juli 2017: met informatie NIVEL ‘Inventarisatie meetinstrumenten zelfmanagementondersteuning’

vragenlijst

Five Facet Mindfulness Questionnaire (FFMQ)

Doel

De FFMQ is een zelfrapportage vragenlijst die mindfulness meet. Dit is het vermogen om de aandacht te kunnen richten op het huidige moment, op een niet-oordelende en accepterende wijze. De vragenlijst bestaat uit 39 items (de verkorte vragenlijst bestaat uit 24 vragen) die vijf facetten van mindfulness meten, namelijk: observeren, beschrijven, bewust handelen, niet-oordelen en non-reactief zijn.

  • Observeren is het vermogen om interne stimuli (bijvoorbeeld cognities, pijn, emoties) en externe stimuli (bijvoorbeeld geluiden, geuren) op te merken of waar te nemen.
  • Beschrijven omvat het onder woorden brengen of beschrijven van interne en externe ervaringen.
  • Bewust handelen is het hebben van aandacht voor de activiteit waarmee men op dat moment bezig is, zonder zich te laten afleiden door allerlei gedachten, gevoelens, etc. Dit is het tegenovergestelde van het handelen op de automatische piloot.
  • Niet-oordelen omvat het accepteren van ervaringen op een niet-oordelende of niet-evaluerende wijze. Dit betekent dat er geen pogingen ondernomen worden om ervaringen te vermijden of te veranderen.
  • Non-reactief zijn is het vermogen om interne ervaringen te laten komen en gaan, zonder erop te reageren of erin verstrikt te raken.

De vragenlijst geeft inzicht aan de mate van aanwezigheid van 5 facetten van mindfulness. De scores op de 5 facetten geven richting voor de concrete  invulling van mindfulness training gegeven de doelgroep. Daarnaast wordt de vragenlijst gebruikt om effecten van mindfulnesstrainingen te evalueren.

Doelgroep(en)

Mensen met angst, depressie, fybomyalgie of reumatische aandoeningen.

Validatie en effectiviteit

Wordt gebuikt in een onderzoek van RadboudUMC naar het effect van patiëntcoaching op patiëntenparticipatie in specialistische consulten.
Het onderzoek loopt van 2014 tot naar verwachting in 2018.

De FFMQ is in de Verenigde Staten ontwikkeld en gevalideerd onder studenten, mediterenden en de algemene bevolking (Baer et al., 2006; Bear et al., 2008). De FFMQ is in het Nederlands vertaald en aangepast door Muskens en Kamphuis (zie pdf). Deze aangepaste versie van de Nederlandse FFMQ is gevalideerd onder mensen met fibromyalgie (Veehof et al., 2011) en mensen met stemmings- en/of angstklachten (Bohlmeijer et al., 2011).

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Vorm

Vragenlijst met 37 vragen, de FFMQ en een vragenlijst met 24 vragen: FFMQ-S;

Waar te vinden?

Vragenlijst Five Facet Mindfulness Questionnaire (37 vragen)
Five Facet Mindfulness Questionnaire – Short Form (24 vragen)

Kosten instrument

Ontwikkeld door /contactpersoon

Organisaties die werken met methode / instrument

Voorbeelden, succes- en faalfactoren uit de praktijk

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Bijgewerkt juli 2017: met informatie NIVEL ‘Inventarisatie meetinstrumenten zelfmanagementondersteuning’

patientprofiel

‘Behoefte als kompas, de oudere aan het roer’

Doel

Screeningsinstrument voor grotere groepen ouderen met als doel passende ondersteuning te bieden. Met het screeningsinstrument kunnen leefplezier, kwetsbaarheid en zorgvraag beter gedefinieerd worden.

Toelichting instrument

Schriftelijke lijst die door oudere zelf in te vullen is. Bestaat uit 39 vragen met subvragen over de volgende onderwerpen: algemene situatie, lichamelijke en geestelijke gezondheid, omgang met gezondheid en ziekte, relaties, zelfredzaamheid, gebruik gezondheidszorg en welbevinden.

5 profielen van ouderen: Deze profielen hebben niet zozeer met aandoening of leeftijd te maken maar meer met welbevinden, complexiteit van de zorgvraag en kwetsbaarheid van ouderen. De profielen zijn:

  1. vitaal : ouderen zijn zelfstandig en voelen zich gezond;
  2. moeite met ouder worden: ouderen die zelfstandig zijn mara met psychosociale klachten; 
  3. lichamelijke en mobiliteitsklachten: deze groep heeft vooral problemen met dagelijkse activiteiten;
  4. multi-domein problemen : deze groep ouderen heeft diverse problemen en is minder zelfredzaam;
  5. extreem kwetsbaar: veel problemen, niet meer zelfredzaam.

 Afhankelijk van het profiel kan voor een bepaalde behandeling of begeleiding gekozen worden. Er zijn zorgmodules geformuleerd. Er wordt gedacht in modulaire zorg. Door ouderen met vergelijkbare vragen en problemen te bundelen, kan ketenzorg aangeboden worden op basis van zorgbehoeften in plaats van leeftijd of aandoening;

Doelgroep(en)

Volwassenen / ouderen > 65 jaar
Generiek

Validatie en effectiviteit

Gevalideerd: Profielen zijn robuust en gevalideerd in twee grootschalige bevolkingsonderzoeken.

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Vorm

Vragenlijst
‘Welnu begeleidt huisartspraktijken, indien gewenst, bij afname van screening en selectie zorgmodules via een 7 stappenplan.

Waar te vinden?

Website Welnu

Kosten instrument

Ontwikkeld door /contactpersoon

Welnu (samenwerking UCMG, Espiria en Menzis);

De basis vormen de bestaande vragenlijsten zoals de Groningen Frailty Indicator; INTERMED-Elderly Self Assessment; Groningen Welbevinden indicator.
Door mensen eerst beter te leren kennen, kunnen we de persoon achter de patiënt zien en centraal stellen. Dat helpt om meer vraag gestuurd te werken en een gedifferentieerd aanbod te formuleren. Op basis van gesprekken/ interviews met ouderen in diverse werkplaatsen (thuiszorg, huisartspraktijk, Wmo-loket, ouderenbond etc.) zijn de vijf profielen samengesteld.

Organisaties die werken met methode / instrument

Voorbeelden, succes- en faalfactoren uit de praktijk

Momenteel (2016)  wordt onderzoek uitgevoerd naar succes- en faalfactoren van de zorgmodules waarbij gekeken wordt naar resultaten, draagvlak, financiering en onderlinge afstemming.

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Bijgewerkt juli 2017: met informatie NIVEL ‘Inventarisatie meetinstrumenten zelfmanagementondersteuning’

vragenlijst

ZorgMentality

Doel

Mentality model: geeft inzicht in de waarden van Nederlandse burgers en hoe deze waarden keuzes beïnvloeden.

Toelichting instrument

Het Mentality-model is een segmentatietool waarmee organisaties doelgroepen gerichter kunnen definiëren en beter kunnen begrijpen. Als input voor marketing en communicatiestrategieën.

Het model onderscheidt de Nederlandse samenleving in acht groepen burgers (mentality milieus) die overeenkomen  ten aanzien van waarden en wensen over maatschappelijke kwesties, werk, vrije tijd, consumeren, politiek en ouder worden.

De 8 typen zorg cliënten die onder te verdelen zijn in 3 clusters zorgconsumenten:

  • A) de minder zelfredzame zorgconsument. Hieronder vallen de volgzame, consumptiegerichte en gemaksgerichte  zorgcliënten;
  • B) de pragmatische zorgconsument waaronder vallen de luxegerichte, resultaatgerichte, kwaliteitsgerichte en eigenzinnige zorgcliënt;
  • C) de maatschappij kritische zorgconsument;

Per type zorgconsument wordt een beschrijving gegeven naar dagelijks leven/ belevingswereld, hoe men omgaat met gezondheid, het zorggebruik, de arbeidsmarkt en houding tan aanzien van ICT. Groepen of clusters worden gekoppeld aan persuasion tactics. Lijst van 17 tactics waarvan de relevantie wisselt per cluster.

Doelgroep(en)

Generiek
Aanvankelijk niet specifiek gericht op chronisch zieken maar op de algemene bevolking van 18 jaar en ouder;

Validatie en effectiviteit

De laatste jaren is aangetoond dat met een consistente en praktisch bruikbare segmentatie te maken is van de Nederlandse bevolking op basis van sociale milieus die een levenshouding en waardeoriëntatie delen.
Wordt momenteel (2016) gevalideerd voor chronisch zieken en mensen met psychische klachten.

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Vorm

Lijst van 60 stellingen; schriftelijke afname thuis; Eigendom van Motivaction. Sinds 1998 wordt de lijst iedere twee jaar afgenomen.
Mentality-test: Individuen kunnen een individuele vragenlijst invullen waarna zij een persoonlijk ‘mentality’-profiel toegestuurd krijgen.

Waar te vinden?

Website: Motivaction

Kosten instrument

De vragenlijst en de voor de test ontwikkelde vraagstellingen vormen één geheel en zijn, net als het Mentality-model, eigendom van Motivaction. Het is derden niet toegestaan om de Mentality-vragenlijst (waaronder ook wordt verstaan individuele vraagstellingen) of het model te gebruiken voor interne of externe doeleinden zonder SCHRIFTELIJKE toestemming van Motivaction.

Ontwikkeld door /contactpersoon

Ontwikkelaar: Motivaction
Contactpersoon: Marcel Voorn / Fenneke Vegter: telefoon 020 58 98 883 of moti@motivaction.nl

Gebaseerd op Mentality, een onderzoeksmodel dat mensen groepeert naar hun levensinstelling en persoonlijke waarden. Het model is op eigen initiatief door onderzoeksbureau Motivaction ontwikkeld. Het terugbrengen van 8 typen zorgconsulenten naar 3 clusters komt voort uit onderzoek van Motivaction in opdracht van VWS: De zorgklant van morgen, wensen en behoeften in een veranderende samenleving (2005).

Organisaties die werken met methode / instrument

Voorbeelden, succes- en faalfactoren uit de praktijk

Wat werkt bij wie? Een doelgroepbenadering bij innovaties in zorg en preventie (Motivaction-Utrecht 2009)

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Bijgewerkt juli 2017: met informatie NIVEL ‘Inventarisatie meetinstrumenten zelfmanagementondersteuning’

methode

Doen en blijven doen, stappenreeks en persoonsgebonden factoren

Doel

Methode en training met als doel om zorgverleners te ondersteunen bij het motiveren van patiënten met een chronische ziekte om hun gezondheid te verbeteren. De module ‘Doen en Blijven Doen – zelfmanagement met hulp van de stappenreeks en de persoonsgebonden factoren’ heeft als doel zorgprofessionals houvast te bieden bij het doelgericht, gedragsgericht voorlichten en begeleiden bij gedragsverandering van hun patiënten: toewerken naar empowerment en zelfmanagement.

Toelichting

In ‘Doen en Blijven Doen’ wordt zelfmanagement benaderd vanuit fasen (de stappenreeks) en vanuit hoe de patiënt omgaat met gezondheidsgedrag (de persoonsgebonden factoren). De therapeut heeft een rol als coach en motivator, de patiënt is uiteindelijk de gedragsveranderaar.

  • De stappenreeks van voorlichting: openstaan, begrijpen, willen, kunnen, doen en blijven doen.
  • De persoonsgebonden factoren: demografische kenmerken, locus of control, stijlen van attributie, stress en stijlen van coping, emotionele gesteldheden, pijn en somatisatie.
  • E.e.a. wordt verduidelijkt aan de hand van casuïstiek.

Door het invullen van de vragenlijst wordt het gezondheidsgedrag van de patiënt in beeld gebracht; wat zijn manieren van denken, voelen, doen en welke gewoontes heeft hij in het omgaan met gezondheid. Hierdoor wordt het voor de hulpverlener veel duidelijker hoe hij de patiënt kan ondersteunen bij gedragsverandering en zelfmanagement. De stappenreeks en de persoonsgebonden factoren bieden een handvat voor voorlichting op maat: voorlichting die op de persoon en zijn doelen is afgestemd. Een gedragsverandering gericht op bevorderen van zelfmanagement en therapietrouw zal hierdoor eerder tot stand komen.

SeMaS (SelfManagement Screening)
In samenwerking met IQ-healthcare (Radboud Universiteit Nijmegen), DOH (De Ondernemende Huisarts) en Doen en Blijven Doen is een zelfmanagement-screeningsinstrument (Self Management Screening, SeMaS) ontwikkeld. In de SeMaS zijn opgenomen: de ernst van de ziekte, opleiding, demografische kenmerken, functionele status, (computer)vaardigheden, geschiktheid voor groepsinterventies, de mate van bereidheid voor zelfzorg. Wat betreft de persoonsgebonden factoren zijn de demografische kenmerken, locus of control, de eigen effectiviteit (van de stap willen), de sociale steun, de emotionele gesteldheden depressie en angst en de stijl van coping opgenomen.

Doelgroep(en)

Generiek: Mensen met één of meerdere chronische ziekten.
Zorgverleners: multidisciplinair: ketenpartners, huisartsen en POH

Validatie en effectiviteit

Gevalideerd: meer informatie op de website Doen en blijven doen / onderzoek

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Scholing in methode gewenst

Vorm

  • Methode (het boek over de methode Doen en Blijven Doen voor eerstelijns zorgverleners is medio 2018 vernieuwd)
  • Training: de basistraining bestaat uit 3 bijeenkomsten (avonden).

Waar te vinden?

Kosten instrument

Niet bekend

Ontwikkeld door /contactpersoon

Marieke van der Burgt (arts) en Frank Verhulst (psycholoog)

Organisaties die werken met methode / instrument

De Ondenemende Huisarts: DOH

Voorbeelden, succes- en faalfactoren uit de praktijk

 

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Bijwerken: augustus 2018

Toolkit / handreiking

Z-scan: een zelfdiagnose instrument zelfmanagementondersteuning

Doel

Een zelfdiagnose instrument met als doel, het geven van handvatten om zelfmanagementondersteuning in de eigen zorgpraktijk te verbeteren.

Toelichting instrument

De z-scan kent 7 thema’s: Visie en attitude, Kennisoverdracht, Coaching, Wegwijzen voorzieningen, Beleid en organisatie, Zelfmanagement in het consult, Omgevingsfactoren en randvoorwaarden. Het zelfdiagnose-instrument is te gebruiken door zowel individuele zorgverleners als door een team van zorgverleners.

  • Hoe in de praktijk te gebruiken:
    Het Z-scan, is opgebouwd uit twee delen. Deel 1 bestaat uit een aantal stellingen over de mate waarin de zorgprofessional, op dit moment, aandacht besteedt aan het stimuleren of verbeteren van zelfmanagement van patiënten binnen zijn huidige praktijk.
  • Score/uitkomst: Elke vraag binnen de verschillende thema’s heeft vier antwoordcategorieën. Invulinstructie voor de berekening en voor het rangschikken in een spinnenwebdiagram is aanwezig. Met het spinnenwebdiagram krijgt men inzicht op welke thema’s verbetering te behalen valt.
  • Benodigde tijd: schatting 10-15 minuten

Doelgroep(en)

Zorgverleners
Beleidsmakers

Validatie en effectiviteit

Niet bekend

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Direct inzetbaar

Vorm

Notitie in PDF, 7 blz

Waar te vinden?

Z-scan

Kosten instrument

Gratis

Ontwikkeld door /contactpersoon

Ontwikkeld in het kader van het Landelijke Actieprogramma Zelfmanagement (LAZ – 2008-2012),CBO, Matthijs Zwier.
De vragen in de Z-scan zijn gebaseerd op het Generiek Model Zelfmanagement

Organisaties die werken met methode / instrument

Niet bekend

Voorbeelden, succes- en faalfactoren uit de praktijk

Niet bekend

 

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Bijwerken: februari 2016