e-learning

Wat er toe doet

Doel

Wat er toe doet helpt mensen met een hart- of vaataandoening duidelijk te maken wat belangrijk is in hun leven. Het instrument is ontwikkeld door De Hart&Vaatgroep en kan worden ingezet voordat hart- en vaatpatiënten een gesprek aangaan en keuzes maken over hun gezondheid. De Hart&Vaatgroep is de patiëntenvereniging van en voor mensen met een hart- of vaataandoening en hun naasten.

Toelichting instrument

Met Wat er toe doet doorlopen gebruikers vier 4 vragen in ongeveer 5 minuten. Ze gaan naar de website van Wat er toe doet en beantwoorden de volgende vragen:

  1. Wat is voor mij belangrijk in het leven?  >  U kiest maximaal 3 onderwerpen.
  2. Wat is nu voor mij belangrijk in het leven?  >  U kiest uit de 3 onderwerpen er 1.
  3. Wat wil ik kunnen doen? > U geeft een korte omschrijving.
  4. Wat heb ik nodig om dit te kunnen doen? > U selecteert maximaal 2 onderdelen.

Na het beantwoorden van deze vragen krijgt een gebruiker een handig overzicht dat hij kan printen, opslaan en mailen. Het overzicht kunnen hartpatiënten en hun naasten gebruiken voor gesprekken met hun zorgverleners.

Doelgroep(en)

Hart- en vaatpatiënten
Naasten en familieleden

Validatie en effectiviteit

De toepassing van Wat er toe doet is breed, bijvoorbeeld als voorbereiding op behandelkeuzes (medicijnen, wel of niet (meer) opereren), een individueel zorgplan of een gesprek over leefstijlaanpassing of revalidatie.

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Wat er toe doet kan zelfstandig gebruikt worden door patiënten en hun naasten. Zij hebben geen training of opleiding nodig.

Vorm

Website

Waar te vinden?

Watertoedoet.info

Kosten instrument

Ontwikkeld door /contactpersoon

Hart- en Vaatgroep, Inge van den Broek (I.vandenBroek@hartenvaatgroep.nl)

Organisaties die werken met methode / instrument

Voorbeelden, succes- en faalfactoren uit de praktijk

Ervaring van hartpatiënt Netty met Wat er toe doet

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Bijwerken: december 2017

methode

Gespreksinstrument Positieve Gezondheid

Doel

Machteld Huber introduceerde het concept positieve gezondheid in Nederland in 2012. In dit concept wordt gezondheid niet meer gezien als de af- of aanwezigheid van ziekte, maar als het vermogen van mensen om met de fysieke, emotionele en sociale levensuitdagingen om te gaan en zoveel mogelijk eigen regie te voeren.

De WHO stelt dat gezondheid een toestand van compleet welbevinden is, lichamelijk psychisch en sociaal. Maar eigenlijk zou dat betekenen dat vrijwel niemand gezond is. Zelfs als je geen ziekte hebt, doen zich gebeurtenissen voor in het leven waardoor het tijdelijk niet goed gaat. Zoals een echtscheiding of het overlijden van een dierbare. Daar komt bij dat de definitie weinig recht doet aan mensen met een chronische ziekte. Het impliciete appel is dat je mensen moet blijven doorbehandelen, net zo lang tot ze een toestand van compleet welbevinden hebben bereikt. Dat kan niet de bedoeling zijn, aldus Huber.

Toelichting instrument

Positieve Gezondheid is de uitwerking in 6 dimensies van de nieuwe definitie van gezondheid. Met die bredere benadering draag je bij aan het vermogen van mensen om met de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven om te gaan. Én om zo veel mogelijk eigen regie te voeren.

Hoe werkt het spinnenweb?

  1. Mensen kunnen met het Spinnenweb in kaart brengen hoe zij zelf hun gezondheid ervaren. Voel je je bijvoorbeeld tevreden, gelukkig of juist eenzaam? Lukt het je om de dagelijkse dingen te doen, zoals het huishouden? Beleef je nog plezier aan hobby’s of bezigheden?
  2. Hulpverleners en hun patiënten kunnen met die uitkomsten een heel ander gesprek voeren. Wat is voor ú echt belangrijk? Wat zou u willen veranderen?
  3. Hulpverleners bedenken samen met de patiënten wie (of wat) in de omgeving kan helpen om de situatie te verbeteren. De verschillende mogelijkheden maken de hulpverleners voor de patiënt zichtbaar en vindbaar.

Doelgroep(en)

Volwassenen
Een spinnenweb model voor kinderen (8-18) is in de maak

Validatie en effectiviteit

Nog in ontwikkeling.

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Opleiding via IPH Academie

Waar te vinden?

Institute for Positive Health  (Machteld Huber)

Kosten instrument

Ontwikkeld door /contactpersoon

Institute for Positive Health

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Toegevoegd in december 2017

vragenlijst

Selfmanagement Ability Scale

Doel

Een zelfrapportage instrument voor het meten van zelfmanagementvaardigheden: De SMAS-18 en de SMAS-30.

Toelichting

De SMAS-30 meet zes zelfmanagementvaardigheden bij ouderen zowel afzonderlijk als in een totaalscore. Het betreft een zelfrapportage instrument. De periode waarover gevraagd wordt kan variëren, bijvoorbeeld de laatste maand of de laatste drie maanden. Zes subschalen worden onderscheiden van elk vijf items:

  • Initiatief nemen,
  • Self-efficacy,
  • Investeren,
  • Perspectief,
  • Multifunctionaliteit,
  • Variëteit

Het instrument is ontwikkeld om te bepalen of ouderen in aanmerking komen voor een cursus op het gebied van zelfmanagement (GRIP en GLANS cursussen voor kwetsbare ouderen) en of deze  cursussen voor ouderen leiden tot een toename in zelfmanagementvaardigheden. Verder is het instrument voor zover bekend niet gebruikt om tot doelgroepensegmentatie te komen binnen de zorg.

Uitgebreide toelichting

Doelgroep(en)

Kwetsbare ouderen en diverse groepen chronisch zieken

Validatie en effectiviteit

Betrouwbaarheid en validiteit is goed zowel van de SMAS-30 als SMAS-18

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Vorm

Vragenlijst met stellingen en 6 puntsschaal van ‘nooit tot heel vaak’

Waar te vinden?

SMAS 30 – vragenlijst

Kosten instrument

Ontwikkeld door /contactpersoon

Nardi Steverink, Universiteit Groningen

Achtergrondinformatie over de ontwikkeling:
De gedachte is dat goede zelfmanagementvaardigheden ouderen beter in staat stellen om zo lang mogelijk de regie over hun leven te houden en welbevinden te creëren en te behouden. De zelfmanagement-vaardigheden zijn gerelateerd aan de dimensies van welbevinden zoals die beschreven zijn in de theorie van zelfmanagement van welbevinden. (Steverink et a;., 2005)

Organisaties die werken met methode / instrument

Nardi Steverink heeft, samen met anderen het GRIP&GLANS® Programma ontwikkeld. Het GRIP&GLANS Programma richt zich op het versterken van de eigen regie (GRIP) en het welbevinden (GLANS) van mensen in de tweede levenshelft. Het programma omvat zowel fundamenteel onderzoek als het toepassen en implementeren in de praktijk van de onderzoeksresultaten. Binnen het GRIP&GLANS® Programma zijn tot nu toe twee cursussen ontwikkeld, die wetenschappelijk zijn geëvalueerd en effectief gebleken, namelijk:

  • De GRIP&GLANS huisbezoeken, voor kwetsbare oudere mannen en vrouwen
  • De GRIP&GLANS groepscursus, voor sociaal kwetsbare 55+ vrouwen

Voor meer informatie zie website van N Steverink en de website Grip&Glans

Voorbeelden, succes- en faalfactoren uit de praktijk

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Bijgewerkt juli 2017: met informatie NIVEL ‘Inventarisatie meetinstrumenten zelfmanagementondersteuning’

methode

Nijmegen Clinical Screening Instrument (NCSI)

Doel

De NCSI-methode biedt een verdiepende en gedetailleerde analyses van de integrale gezondheidstoestand, de ziektelast en de mate van adaptatie aan de ziekte. De NCSI-interventie helpt bij het formuleren van een individueel zorgplan, het motiveren van de patiënt tot gedragsverandering en het handelen van de verschillende zorgverleners beter op elkaar af te stemmen. Dit alles is de basis voor een goede adaptatie aan de ziekte en daarmee het verminderen van de ziektelast.

Toelichting instrument

Het instrument omvat drie componenten:

  1. meten van integrale gezondheidstoestand;
  2. interventie voor vaststellen individuele behandeldoelen en motiveren van patiënt voor gedragsverandering door POH of verpleegkundige;
  3. monitoring/ follow-up; korte onlinevragenlijst (15 à 20 minuten) in te vullen bij huisarts, poliklinisch of thuis;
    De resultaten worden direct grafisch weergegeven in patientprofielkaart; per sub domein van de integrale gezondheidstoestand is score van patient zichtbaar door bolletje in kolommen die onderverdeeld zijn in groen (normaal functioneren), geel (geringe problemen) en rood (ernstige problemen. Eenvoudig te interpreteren door patiënt en hulpverlener; in interventie wordt patientprofielkaart met patiënt besproken (30 minuten).

De NCSI kan regelmatig afgenomen worden om integrale gezondheidstoestand te monitoren. Door het bespreken van patiëntprofielkaart komen onderliggende oorzaken van problemen boven tafel die op profielkaart letterlijk zichtbaar zijn. Biedt met name inzicht in adaptieproblemen zowel voor patiënt als zorgverlener; inzicht in oorzaken is essentieel voor bieden van zorg op maat.

Doelgroep(en)

COPD

Validatie en effectiviteit

In 91% van de gevallen voorspelt NCSI monitor correct ‘pluis/niet pluis’ situatie; instrument wordt inmiddels 9 jaar in klinische praktijk gebruikt; waardevol voor longverpleegkundigen om patiënten met problemen in integrale gezondheidstoestand vroegtijdig te identificeren, zorg op maat te bieden en patiënt te motiveren voor aanvullende behandelopties (1e, 2e, 3e lijn)/ betere adaptie aan ziekte;
NCSI helpt de patiënt op juiste plek in zorgketen te krijgen; door vroegtijdige signalering helpt NCSI voorkomen dat patiënt naar duurdere 2e en 3e lijn gaat.

Artikel: A simple method to enable patient-tailored treatment and to motivate the patient to change behaviour

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Scholing gewenst

Vorm

Vragenlijst / internet applicatie.
NCS monitor is hiervoor ontwikkeld (8 vragen via internet applicatie). Hierdoor krijg je een oordeel ‘pluis’, ‘niet pluis’. Alleen bij ‘niet pluis’ wordt de volledige NCSI afgenomen.

Waar te vinden?

Folder NCSI-methode J Vercoulen juli 2014

Kosten instrument

Ontwikkeld door /contactpersoon

Radboud Universiteit Nijmegen, Medische Psychologie; Dr. Jan Vercoulen, 024-3616805

Achtergrond:
Gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en toetsing in klinische praktijk; Integrale gezondheidstoestand COPD omvat FEV1, BMI, ernst vermoeidheid, ernst, hinder en frequentie benauwdheid, emoties (angst/ frustratie), beperkingen (thuis, bij het lopen en qua beleving), mate van somberheid en tevredenheid (algemeen, lichamelijk, toekomst en sociaal).

Organisaties die werken met methode / instrument

Voorbeelden, succes- en faalfactoren uit de praktijk

Artikel uit Huisarts en Wetenschap (juni 2016): De NCSI-methode: maatwerk voor COPD-zorg

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Bijgewerkt juli 2017: met informatie NIVEL ‘Inventarisatie meetinstrumenten zelfmanagementondersteuning’

vragenlijst

Tailored Adherence and Self-Management Abilities (TASMAN)

Doel

De vragenlijst geeft een snel inzicht voor patiënt en zorgverlener of patiënt in staat is tot zelfmanagement en welk aspect (coping of self-effiacy) verbeterd dient te worden.
De TASMAN vragenlijst bestaat uit twee componenten/ denkbeelden over de eigen rol in gezondheid: Self-effiacy en coping. Deze zijn gekozen omdat dit beïnvloedbaar gedrag is. Patiënten die wel en niet in staat zijn tot zelfmanagement.

Toelichting instrument

Het instrument is gebaseerd op de (General Self-efficacy scale) en UPCC (Utrecht Proactive Coping Competencies). De vragen uit deze lijsten die het best correleerde met de SMAS-30 (self-Management Ability Scale) werden geselecteerd en vormen de TASMAN vragenlijst

Doelgroep(en)

COPD

Validatie en effectiviteit

Theoretische / wetenschappelijke onderbouwing: Zelfregulatiemodel van Howard Leventhal en sociale-cognitie theorie van Bandura vormen de theoretische basis. Vooral bedoeld om adherence te verbeteren.

Gevalideerd bij mensen met COPD.
In een vervolgonderzoek zal dit instrument ook gevalideerd worden bij astma en diabetespatiënten. Dit is nog in ontwikkeling. Het is de bedoeling dat in vervolgonderzoek een afkappunt vastgesteld wordt die de patiënt in ‘goed/slecht’ zelfmanagement verdeeld, gebaseerd op de score in de TASMAN vragenlijst.

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Vorm

Vragenlijst

Waar te vinden?

TASMAN vragenlijst

Kosten instrument

Ontwikkeld door /contactpersoon

TASMAN ontwikkeld door Boehringer Ingelheim.
Contactpersoon: Maarten Voorhaar

Organisaties die werken met methode / instrument

Voorbeelden, succes- en faalfactoren uit de praktijk

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Bijgewerkt juli 2017: met informatie NIVEL ‘Inventarisatie meetinstrumenten zelfmanagementondersteuning’

patientprofiel

Op Eigen Benen vooruit! – Q-zorgprofielen

Doel

Het instrument bestaat uit beschrijving van 4 profielen van jongeren met een chronische aandoening. Elk profiel vertegenwoordigt een bepaalde kijk op wat jongeren kunnen en willen in hun zorg en zelfmanagement:

  1. betrokken en therapietrouw;
  2. Achterbankpatient;
  3. Eigenwijs en Onafhankelijk;
  4. Bezorgd en Onzeker.

Het instrument bestaat uit een scoringsinstrument en een handleiding in drie versies, 1 voor de jongere, 1 voor de ouders en 1 voor de zorgverlener. Het wordt uitgereikt door de zorgverlener. De handleiding bevat een stappenplan, aandachtspunten en tips voor zorgverleners per Q profiel. Het is een gesprekshulp om inhoud van het consult vorm te geven.

Doelgroep(en)

Chronisch zieke jongeren vanaf 12 jaar en hun ouders in de transitiefase tussen kinder- en volwassengeneeskunde

Validatie en effectiviteit

Uitgetest in Kinderdiabetesteams en daarna uitgebreid naar andere ziekten. Spreekt zowel jongeren, ouders als zorgverleners aan. Nog niet verder gevalideerd in onderzoek.
Overzicht publicaties ‘op eigen benen’.

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Vorm

Scoringsinstrument en handleiding in drie versies (voor de jongere, de ouders en de zorgverlener).
De naam komt van de methodologie waarmee het instrument is ontwikkeld Q-methodologie.

Waar te vinden?

Handleiding voor het gebruik van de q-profielen in de spreekkamer

Uitgebreide informatie over verschillende onderzoeksprojecten gericht op jongeren over het omgaan met een chronische aandoening en de transitie naar volwassenheid op de website: Op eigen benen nu:

Deze website is voortgekomen uit verschillende onderzoeksprojecten, o.a. ‘Op Eigen Benen’ van Kenniscentrum Zorginnovatie, Hogeschool Rotterdam. Op deze website vind je uitgebreide  informatie voor jongeren met een chronische aandoening die een transitie (overgang) doormaken naar volwassenheid op verschillende thema’s: Ik, Zorg, Relaties, Studie, Werk, Wonen, Vervoer, Vrije tijd, Sport en Ouders. Professionals in de zorg vinden hier onder andere de Transitie Toolkit en er is meer informatie over onderzoeksresultaten en publicaties.

Kosten instrument

Ontwikkeld door /contactpersoon

Ontwikkeld vanuit de praktische ervaringen in het project Op Eigen Benen! Dat er verschillen zijn tussen jongeren die om een op maat benadering vragen.
Lectoraat Transities in Zorg, Hogeschool Rotterdam
Contactpersoon Lector Transities in Zorg: Anneloes van Staa

Organisaties die werken met methode / instrument

Voorbeelden, succes- en faalfactoren uit de praktijk

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Bijgewerkt juli 2017: met informatie NIVEL ‘Inventarisatie meetinstrumenten zelfmanagementondersteuning’

patientprofiel

Brand Strategie Research-Model

Doel

Doelgroepsegmentatie in 8 profielen vindt plaats samen met zorgverleners via het Brand Strategie Research-model (BSR). Het BSR-model verkent en structureert de achterliggende waarden, behoeften en motieven en daaruit voortkomend gedrag van mensen binnen een bepaald domein van de zorg;

Toelichting instrument

8 profielen die variëren op twee dimensies: Extravert- Introvert en Ik-gericht -Wij gericht.

  1. Ontkennend. Geloven ineen wonder; gaan over grenzen
  2. Optimistisch; delen van leed; ongecompliceerd; gebruik maken van anderen;
  3. Weinig verwachtingen, overgave aan afhankelijkheid, wil graag ergens bij horen;
  4. Bescheidenheid; wil anderen niet lastig vallen; kiest voor bekende
  5. Angstig, verlies van zelfcontrole, preventief
  6. Kritisch, zoveel mogelijk informatie, bang voor verlies identiteit
  7. Leidend; bepaalt zelf; verwacht state-of-the-art. Klant is koning
  8. Pragmatisch. Gaat op zoek naar oplossing om onafhankelijk te blijven. Laat zich niet beperken.

Voor zorgverlener herkenbare profielen van patiënten die variëren op:

  • mate waarin patienten zelf op zoek gaan naar ondersteuning
  • mate waarin zij behoefte hebben aan professionele ondersteuning
  • mate waarin ze behoefte hebben aan ondersteuning eigen sociale omgeving.

Geven daarnaast inzicht in persoonlijke situatie, hoe mensen omgaan met zorg, wat grootste frustraties en valkuilen zijn. Op basis van zorgbehoeften wordt passend zorgaanbod gedaan.

Doelgroep(en)

COPD
Diabetes
Hart- en vaatziekten

Validatie en effectiviteit

Gevalideerd in het buitenland.
Mate van validatie binnen de zorg hier in Nederland op basis van beschikbare gegevens is onduidelijk.

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Vorm

Branddoctors Mixe introduceert het model binnen een organisatie en legt de 8 profielen uit. Patiënten worden ingedeeld op basis van eerdere ervaringen met de patiënt en eventueel aanvullende vragen tijdens een consult die door Mixe worden geleverd. Het gaat er om dat patiënten voor zorgverleners in herkenbare groepen kunnen worden verdeeld die specifieke aandacht, zorg en begeleiding nodig hebben. Gegeven de profielen werken zorgverleners samen met Mixe zorgpaden uit.

Waar te vinden?

Website SAMR

Kosten instrument

Ontwikkeld door /contactpersoon

Ontwikkeld door: Smartagent Compagny

Het BSR model is wereldwijd gebruikt en gevalideerd en in Nederland door Mixe toegepast op de zorg, gebaseerd op bestaande info en ervaringen van patiënten en zorgverleners; identificatie van kritieke momenten per profiel waar ondersteuning nodig is en waar dus ook zelfzorg kan worden toegepast.
Centraal in deze methodiek is dat segmentatie vindt plaats door zorgverleners waardoor zij gaan werken met voor hen herkenbare profielen.

Organisaties die werken met methode / instrument

Voorbeelden, succes- en faalfactoren uit de praktijk

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Bijgewerkt juli 2017: met informatie NIVEL ‘Inventarisatie meetinstrumenten zelfmanagementondersteuning’

patientprofiel

PROFILe

Doel

Aanbevelingen voor tailored care op basis van 4 tot  8 patiëntprofielen gebaseerd op ziektekenmerken (ziekteduur, ernst, comorbiditeit) en soci-demografische kenmerken (leeftijd, geslacht, opleiding).

Toelichting instrument

Op basis van literatuuronderzoek,  datamining, samenwerking met experts, patiënten data worden profielen opgesteld; profielen worden gevalideerd op basis van oordeel professionals en patiënten en zorgregistratiedata; discrete choice experiment wordt gebruikt om voorkeuren van patiënten per profiel voor onderdelen van zelfmanagement(ondersteuning) te bepalen.

Doelgroep(en)

Diabetes type 2

Validatie en effectiviteit

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Vorm

Waar te vinden?

Is nog niet beschikbaar.

Kosten instrument

Ontwikkeld door /contactpersoon

Universiteit van Maastricht , Dep. of Health Service Research; Prof. dr. Dirk Ruwaard; Prof. Nicolaas Schaper.
PROFILe is nog in ontwikkeling: Studie-design
Looptijd 2014-2018. Na ontwikkeling zal het werken met de patiëntprofielen getest worden in 8 huisartspraktijken in Limburg.
Contactpersoon: Dorijn Hertroijs: d.hertroijs@maastrichtuniversity.nl

Organisaties die werken met methode / instrument

Moet straks toepasbaar zijn binnen eerstelijns zorg.

Voorbeelden, succes- en faalfactoren uit de praktijk

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Bijgewerkt juli 2017: met informatie NIVEL ‘Inventarisatie meetinstrumenten zelfmanagementondersteuning’

methode

Doen en blijven doen, stappenreeks en persoonsgebonden factoren

Doel

Methode en training met als doel om zorgverleners te ondersteunen bij het motiveren van patiënten met een chronische ziekte om hun gezondheid te verbeteren. De module ‘Doen en Blijven Doen – zelfmanagement met hulp van de stappenreeks en de persoonsgebonden factoren’ heeft als doel zorgprofessionals houvast te bieden bij het doelgericht, gedragsgericht voorlichten en begeleiden bij gedragsverandering van hun patiënten: toewerken naar empowerment en zelfmanagement.

Toelichting

In ‘Doen en Blijven Doen’ wordt zelfmanagement benaderd vanuit fasen (de stappenreeks) en vanuit hoe de patiënt omgaat met gezondheidsgedrag (de persoonsgebonden factoren). De therapeut heeft een rol als coach en motivator, de patiënt is uiteindelijk de gedragsveranderaar.

  • De stappenreeks van voorlichting: openstaan, begrijpen, willen, kunnen, doen en blijven doen.
  • De persoonsgebonden factoren: demografische kenmerken, locus of control, stijlen van attributie, stress en stijlen van coping, emotionele gesteldheden, pijn en somatisatie.
  • E.e.a. wordt verduidelijkt aan de hand van casuïstiek.

Door het invullen van de vragenlijst wordt het gezondheidsgedrag van de patiënt in beeld gebracht; wat zijn manieren van denken, voelen, doen en welke gewoontes heeft hij in het omgaan met gezondheid. Hierdoor wordt het voor de hulpverlener veel duidelijker hoe hij de patiënt kan ondersteunen bij gedragsverandering en zelfmanagement. De stappenreeks en de persoonsgebonden factoren bieden een handvat voor voorlichting op maat: voorlichting die op de persoon en zijn doelen is afgestemd. Een gedragsverandering gericht op bevorderen van zelfmanagement en therapietrouw zal hierdoor eerder tot stand komen.

SeMaS (SelfManagement Screening)
In samenwerking met IQ-healthcare (Radboud Universiteit Nijmegen), DOH (De Ondernemende Huisarts) en Doen en Blijven Doen is een zelfmanagement-screeningsinstrument (Self Management Screening, SeMaS) ontwikkeld. In de SeMaS zijn opgenomen: de ernst van de ziekte, opleiding, demografische kenmerken, functionele status, (computer)vaardigheden, geschiktheid voor groepsinterventies, de mate van bereidheid voor zelfzorg. Wat betreft de persoonsgebonden factoren zijn de demografische kenmerken, locus of control, de eigen effectiviteit (van de stap willen), de sociale steun, de emotionele gesteldheden depressie en angst en de stijl van coping opgenomen.

Doelgroep(en)

Generiek: Mensen met één of meerdere chronische ziekten.
Zorgverleners: multidisciplinair: ketenpartners, huisartsen en POH

Validatie en effectiviteit

Gevalideerd: meer informatie op de website Doen en blijven doen / onderzoek

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Scholing in methode gewenst

Vorm

  • Methode (het boek over de methode Doen en Blijven Doen voor eerstelijns zorgverleners is medio 2018 vernieuwd)
  • Training: de basistraining bestaat uit 3 bijeenkomsten (avonden).

Waar te vinden?

Kosten instrument

Niet bekend

Ontwikkeld door /contactpersoon

Marieke van der Burgt (arts) en Frank Verhulst (psycholoog)

Organisaties die werken met methode / instrument

De Ondenemende Huisarts: DOH

Voorbeelden, succes- en faalfactoren uit de praktijk

 

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Bijwerken: augustus 2018

methode

4-bollen model

Doel

Het 4-bollen model ondersteunt de patiënt en de professional bij het verkennen van het patiëntperspectief op de huidige en de gewenste situatie van de patiënt, het is een hulpmiddel om als zorgverlener samen met de patiënt doelen op te stellen.

Toelichting instrument

Het model ondersteunt de zorgverlener om de patiënt zijn verhaal te vertellen en kan bijdragen aan reflectie op de eigen situatie. Daarmee is het een opstap naar het stellen van persoonsgerichte doelen.  Met het model wordt situatie patiënt geexploreerd op 4 gebieden: Gezondheid omvat medische (lichamelijke en mentale) klachten die de patiënt ervaart/ zijn perceptie op wat belangrijk is voor zijn gezondheid en wat hij eventueel zou willen veranderen als het gaat om gezondheid; Activiteiten gaat over dagelijkse activiteiten, ervaart patiënt belemmeringen en waarvoor zijn oplossingen nodig? Mijn manier  handelt over manier waarop patiënt tot nu toe tot oplossingen komt en welke ondersteuning hij/zij nodig heeft; Mijn omgeving betreft ondersteuning die patiënt nodig heeft en ervaart van de (sociale en fysieke) omgeving.

Daarnaast moet rekening gehouden worden met de bereidheid en mogelijkheden van patiënten om doelen te bereiken. Hiervoor wordt het patiëntmodel ‘Van weerstand naar gezonde eigen regie’ met het Bloem/stalpers profiel als hulpmiddel gebruikt. Het patiëntmodel beschrijft vier patiëntprofielen, geeft handvatten voor bepaling van het patiëntprofiel en voor het aanpassen van de werkwijze van de zorgverlener op het type patiënt, inclusief het herkennen van weerstanden bij patiënten en zichzelf en deze functioneel om te buigen / in te zetten. Het is een vragenlijst van twintig vragen om eenvoudig en doeltreffend het patiëntprofiel van de patiënt te kunnen bepalen. De zorgverlener krijgt handvatten op basis van vragenlijst: wie is hij/zij, welk gedrag past hierbij, wat zijn de valkuilen, welke benadering en aanpak heeft de patiënt nodig om in beweging te komen en welk resultaat is te bereiken?

  • Hoe in de praktijk te gebruiken: Structuur van het gesprek – gezamenlijke besluitvorming:
    – Bespreken van het doel en wederzijdse verwachtingen
    – Exploreren van het verhaal van de patiënt
    – De patiënt informeren vanuit professioneel oogpunt
    – Samen doelen formuleren
    – Van doelen naar acties
    Het model wordt vooral gebruikt bij de stap van exploreren en doelen stellen.
  • Benodigde tijd:
    Zorgverlener voert het gesprek aan de hand van de 4-bollen in 1 of meerdere consulten, afhankelijk van de patiënt en diens situatie kan dit variëren.

Doelgroep(en)

Generiek
Volwassenen
Patiënten met 1 of meer chronische aandoeningen of complexe zorgvragen

Validatie en effectiviteit

Uit pilot onderzoeken (2016) blijkt dat de integratie van De Coachende zorgprofessional, patiëntprofielen, handreiking en het 4 bollenmodel een praktisch, plezierige, toepasbare manier van werken is met als resultaat behandelingen/doelen welke passen binnen de wensen/verwachtingen en (on) mogelijkheden van de patiënt en de medische wetenschap.
Het model ‘van weerstand naar gezonde regie’ is voortgekomen uit wetenschappelijk onderzoek van Bloem/Stalpers. De vragenlijst met twintig items is nog niet gevalideerd, maar wordt aan de hand van ervaringen uit de praktijk getoetst en bijgesteld (2016).

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Scholing gewenst: zie o.a. De coachende praktijkondersteuner

Er is een training ontwikkeld voor huisartsen en POHers om handreiking, 4-bollenmodel en Bloem/Stalpers profiel toe te passen en zo tot ondersteuning op maat te komen met juiste coachende vaardigheden.

Vorm

Uit te printen op A3 of A4 formaat. Op de 4-bollen kunnen aantekeningen worden gemaakt.
A4 met overzicht van de 4-bollen met hulpvragen voor de zorgverlener.

Waar te vinden?

Ontwikkeld door /contactpersoon

Het4-bollen model is gebaseerd op de domeinen van de ‘International Classification of Funtioning, Disability and Health’ (ICF) een raamwerk voor gezondheid en menselijk functioneren, ontwikkeld door de World Health Organisation (WHO). De ICF-domeinen zijn vereenvoudigd en visueel weergegeven.

Organisaties die werken met methode / instrument

Zorggroep Cohesie
Bureau Dubois&vanRij

Voorbeelden, succes- en faalfactoren uit de praktijk

Citaten over het 4-bollen model van deelnemers van de  pilot studie.

Aanvullende informatie uit Nivel inventarisatie:

Door handreiking en het hulpmiddel 4-bollen model kunnen patiënt en zorgprofessional samen doelen stellen en keuzes maken binnen mogelijkheden en onmogelijkheden van een patiënt. Dit is echter niet voldoende! Motivatie om iets aan de doelstellingen te doen moet ook meegenomen worden!

Met behulp van Bloem/Stalpers profiel worden 4 typen patiënten onderscheiden op basis van huidig gedrag, gepercipieerde valkuilen en weerstanden zodat begeleiding/ sturing van de professional op maat kan worden geboden bij bereiken van doelen. Profiel is gebaseerd op twee variabelen: mate van veronderstelde controle en mate van acceptatie en staan los van andere determinanten als leeftijd, opleiding lage SES etc.

De 4 profielen zijn:

  • Type 1: zelfbewust – autonoom;
  • Type 2: zoekende;
  • Type 3: weerstand;
  • Type 4: weinig bereidwillig om.
    Het profiel bepaalt welke coachende vaardigheden nodig zijn.

 

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Bijgewerkt juli 2017: met informatie NIVEL ‘Inventarisatie meetinstrumenten zelfmanagementondersteuning’