methode

Gespreksinstrument Positieve Gezondheid

Doel

Machteld Huber introduceerde het concept positieve gezondheid in Nederland in 2012. In dit concept wordt gezondheid niet meer gezien als de af- of aanwezigheid van ziekte, maar als het vermogen van mensen om met de fysieke, emotionele en sociale levensuitdagingen om te gaan en zoveel mogelijk eigen regie te voeren.

De WHO stelt dat gezondheid een toestand van compleet welbevinden is, lichamelijk psychisch en sociaal. Maar eigenlijk zou dat betekenen dat vrijwel niemand gezond is. Zelfs als je geen ziekte hebt, doen zich gebeurtenissen voor in het leven waardoor het tijdelijk niet goed gaat. Zoals een echtscheiding of het overlijden van een dierbare. Daar komt bij dat de definitie weinig recht doet aan mensen met een chronische ziekte. Het impliciete appel is dat je mensen moet blijven doorbehandelen, net zo lang tot ze een toestand van compleet welbevinden hebben bereikt. Dat kan niet de bedoeling zijn, aldus Huber.

Toelichting instrument

Positieve Gezondheid is de uitwerking in 6 dimensies van de nieuwe definitie van gezondheid. Met die bredere benadering draag je bij aan het vermogen van mensen om met de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven om te gaan. Én om zo veel mogelijk eigen regie te voeren.

Hoe werkt het spinnenweb?

  1. Mensen kunnen met het Spinnenweb in kaart brengen hoe zij zelf hun gezondheid ervaren. Voel je je bijvoorbeeld tevreden, gelukkig of juist eenzaam? Lukt het je om de dagelijkse dingen te doen, zoals het huishouden? Beleef je nog plezier aan hobby’s of bezigheden?
  2. Hulpverleners en hun patiënten kunnen met die uitkomsten een heel ander gesprek voeren. Wat is voor ú echt belangrijk? Wat zou u willen veranderen?
  3. Hulpverleners bedenken samen met de patiënten wie (of wat) in de omgeving kan helpen om de situatie te verbeteren. De verschillende mogelijkheden maken de hulpverleners voor de patiënt zichtbaar en vindbaar.

Doelgroep(en)

Volwassenen
Een spinnenweb model voor kinderen (8-18) is in de maak

Validatie en effectiviteit

Nog in ontwikkeling.

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Opleiding via IPH Academie

Waar te vinden?

Institute for Positive Health  (Machteld Huber)

Kosten instrument

Ontwikkeld door /contactpersoon

Institute for Positive Health

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Toegevoegd in december 2017

patientprofiel

Predictiemodel voor risico op overgewicht en hart-vaatziekten bij kinderen (in ontwikkeling)

Doel

Instrument om 0-6- jarige kinderen te identificeren met een verhoogd risico op overgewicht en cardiometabole risicofactoren

Toelichting instrument

Ontwikkeling en pilot implementatie van dynamische screeningsinstrumenten die 0-6- jarige kinderen identificeren met een verhoogd risico op overgewicht en cardiometabole risicofactoren. Daarnaast ontwikkeling screeningsinstrumenten om (pre-)hypertensie en een laag HDL-cholesterol op efficiënte wijze op te sporen op 5 tot 6- en op 10-jarige leeftijd (vaste contactmomenten in de jeugdgezondheidszorg).

De instrumenten kunnen ingebouwd worden in het digitaal kinddossier van de jeugdgezondheidszorg. Door herhaalde dynamische risicoschattingen, mede gebaseerd op BMIveranderingen, is een innovatie mogelijk van de preventie van overgewicht en gerelateerde cardiometabole ziekten.

Doelgroep(en)

Kinderen 0-6 jaar met verhoogd risico op overgewicht en cardiometabole risicofactoren.

Validatie en effectiviteit

Nog in ontwikkeling.

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Vorm

Waar te vinden?

Kosten instrument

Ontwikkeld door /contactpersoon

Contactpersoon VUmc: Martijn Heymans of Jos Twisk

Het maakt  onderdeel uit van het door ZonMw gefinancierde project ‘Targeted primary prevention of overweight and cardiometabolic risk using dynamic risk assessments from infancy onward in Child Health Care (PROCOR)‘ project. Project loopt tot december 2018.

Organisaties die werken met methode / instrument

Nvt

Voorbeelden, succes- en faalfactoren uit de praktijk

Nvt

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Bijgewerkt juli 2017: met informatie NIVEL ‘Inventarisatie meetinstrumenten zelfmanagementondersteuning’

patientprofiel

OBE1: Decision-tool in de zorg voor kinderen met obesitas (in ontwikkeling)

Doel

Het doel van dit project is om te komen tot een model (patiëntprofiel) dat op basis van individuele kenmerken van kinderen met obesitas succes van interventie voorspelt in termen van verbetering in kwaliteit van leven (QoL) en BMI . Dit patiëntprofiel kan door de zorgverleners in de keten als decision-tool worden gebruikt om tot interventie-keuze op maat te komen.

Het beoogd resultaat is de ontwikkeling van een patientprofiel, hanteerbaar voor de centrale zorgverleners in de keten overgewicht, dat voor het individu de meest effectieve behandelstrategie van bestaande behandelingen voorspelt. De online decision-tool geeft op basis van de invoer van 10 kind-kenmerken een advies voor verwijsbeleid en kan door de zorgverleners worden gebruikt om tot interventie-keuze op maat te komen. De tool biedt toekomstig perspectief voor optimalisatie van het zorgproces voor kinderen met overgewicht en obesitas (het juiste kind op de juiste plek in de juiste behandeling).

Toelichting te ontwikkelen instrument

In het decision-tool zullen 10 patiënt kenmerken worden meegenomen. Op dit moment is op basis van een systematisch literatuur review naar voorspellende factoren van behandelsucces bij kinderen met overgewicht en obesitas (QoL en BMI) en 10 expert-based interviews een selectie van de volgende 20 kenmerken gemaakt die nader onderzocht zullen worden in de eerste fase van het project:

  1. Gewichtsgerelateerd gezondheidsrisico
  2. Kwaliteit van Leven
  3. Zelfmanagement
  4. Leeftijd
  5. Geslacht
  6. Etniciteit (incl. zelfidentificatie)
  7. SES van ouders/kind
  8. Leerniveau
  9. Gezondheidsvaardigheden (health literacy)
  10. Motivatie (Intentie kind en ouders)
  11. Sociaal emotionele ontwikkeling (SDQ)
  12. Impulsiviteit/hyperactiviteit
  13. Levensgebeurtenissen
  14. Opvoedstijl
  15. Eetgedrag
  16. Nederlandse norm gezond bewegen
  17. DNA onderzoek
  18. Verzadigingshormoon
  19. Behandelhistorie kind en ouder(s)
  20. Gebruik antibiotica, corticosteroïden, anti-epileptica

Doelgroep(en)

Jongeren
Voor toepassing bij kinderen met obesitas graad 1, 2 en 3 in de leeftijd van 4-18 jaar. In eerste instantie in Nederland in ziekenhuizen en OKC en CJG praktijken.

Validatie en effectiviteit

Nog niet geëvalueerd want moet nog ontwikkeld worden.

Het doel van dit project is om te komen tot een model (patiëntprofiel) dat op basis van individuele kenmerken van kinderen met obesitas succes van interventie voorspelt in termen van verbetering in kwaliteit van leven (QoL) en BMI . Dit patiëntprofiel kan door de zorgverleners in de keten als decision-tool worden gebruikt om tot interventie-keuze op maat te komen. Het onderzoek laat zien welke kenmerken van het patiëntprofiel geassocieerd zijn met een gunstige of ongunstig beloop na interventie. Deze resultaten bieden inzicht voor welke patiëntprofielen interventies succesvol zijn en voor welke patiëntprofielen effectievere interventies ontwikkeld moeten worden.

De meest geschikte vorm en wijze van afname vormt onderdeel van het onderzoek. Uitgangspunten zijn dat het profiel waar mogelijk evidence based is, dat het werkbaar is, direct voordeel biedt en dat extra belasting geminimaliseerd wordt. De definitieve set wordt middels focus groep interviews met deelnemende kinderartsen bepaald waarin o.a. wordt ingegaan op de hanteerbaarheid van en tevredenheid met de patiënt-kenmerken en meetinstrumenten; Parallel gaat een kwalitatief onderzoek lopen naar de haalbaarheid van het gebruik van het patiëntprofiel met 10 kenmerken. Hiertoe wordt middels evaluatieformulieren na consulten o.a. de hanteerbaarheid van en tevredenheid met de patiënt-kenmerken en meetinstrumenten bij de deelnemende kinderartsen in kaart gebracht

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Nog niet bekend

Vorm

Waar te vinden?

Nvt

Kosten instrument

Ontwikkeld door /contactpersoon

Nog te ontwikkelen instrument! Het instrument zal ontwikkeld worden in een gezamenlijk gedragen onderzoek in samenwerking met de gemeenten Amsterdam en Rotterdam, CJG Rijnmond, Zilveren Kruis Achmea en Erasmus MC Centrum Gezond Gewicht.
Onder voorbehoud van financiering zal dit project gaan lopen in de periode najaar 2016-voorjaar 2020.
Contactpersoon: contactpersoon: Erica van den Akker

Organisaties die werken met methode / instrument

Nvt

Voorbeelden, succes- en faalfactoren uit de praktijk

Nvt

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Bijgewerkt juli 2017: met informatie NIVEL ‘Inventarisatie meetinstrumenten zelfmanagementondersteuning’

methode

Nijmegen Clinical Screening Instrument (NCSI)

Doel

De NCSI-methode biedt een verdiepende en gedetailleerde analyses van de integrale gezondheidstoestand, de ziektelast en de mate van adaptatie aan de ziekte. De NCSI-interventie helpt bij het formuleren van een individueel zorgplan, het motiveren van de patiënt tot gedragsverandering en het handelen van de verschillende zorgverleners beter op elkaar af te stemmen. Dit alles is de basis voor een goede adaptatie aan de ziekte en daarmee het verminderen van de ziektelast.

Toelichting instrument

Het instrument omvat drie componenten:

  1. meten van integrale gezondheidstoestand;
  2. interventie voor vaststellen individuele behandeldoelen en motiveren van patiënt voor gedragsverandering door POH of verpleegkundige;
  3. monitoring/ follow-up; korte onlinevragenlijst (15 à 20 minuten) in te vullen bij huisarts, poliklinisch of thuis;
    De resultaten worden direct grafisch weergegeven in patientprofielkaart; per sub domein van de integrale gezondheidstoestand is score van patient zichtbaar door bolletje in kolommen die onderverdeeld zijn in groen (normaal functioneren), geel (geringe problemen) en rood (ernstige problemen. Eenvoudig te interpreteren door patiënt en hulpverlener; in interventie wordt patientprofielkaart met patiënt besproken (30 minuten).

De NCSI kan regelmatig afgenomen worden om integrale gezondheidstoestand te monitoren. Door het bespreken van patiëntprofielkaart komen onderliggende oorzaken van problemen boven tafel die op profielkaart letterlijk zichtbaar zijn. Biedt met name inzicht in adaptieproblemen zowel voor patiënt als zorgverlener; inzicht in oorzaken is essentieel voor bieden van zorg op maat.

Doelgroep(en)

COPD

Validatie en effectiviteit

In 91% van de gevallen voorspelt NCSI monitor correct ‘pluis/niet pluis’ situatie; instrument wordt inmiddels 9 jaar in klinische praktijk gebruikt; waardevol voor longverpleegkundigen om patiënten met problemen in integrale gezondheidstoestand vroegtijdig te identificeren, zorg op maat te bieden en patiënt te motiveren voor aanvullende behandelopties (1e, 2e, 3e lijn)/ betere adaptie aan ziekte;
NCSI helpt de patiënt op juiste plek in zorgketen te krijgen; door vroegtijdige signalering helpt NCSI voorkomen dat patiënt naar duurdere 2e en 3e lijn gaat.

Artikel: A simple method to enable patient-tailored treatment and to motivate the patient to change behaviour

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Scholing gewenst

Vorm

Vragenlijst / internet applicatie.
NCS monitor is hiervoor ontwikkeld (8 vragen via internet applicatie). Hierdoor krijg je een oordeel ‘pluis’, ‘niet pluis’. Alleen bij ‘niet pluis’ wordt de volledige NCSI afgenomen.

Waar te vinden?

Folder NCSI-methode J Vercoulen juli 2014

Kosten instrument

Ontwikkeld door /contactpersoon

Radboud Universiteit Nijmegen, Medische Psychologie; Dr. Jan Vercoulen, 024-3616805

Achtergrond:
Gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en toetsing in klinische praktijk; Integrale gezondheidstoestand COPD omvat FEV1, BMI, ernst vermoeidheid, ernst, hinder en frequentie benauwdheid, emoties (angst/ frustratie), beperkingen (thuis, bij het lopen en qua beleving), mate van somberheid en tevredenheid (algemeen, lichamelijk, toekomst en sociaal).

Organisaties die werken met methode / instrument

Voorbeelden, succes- en faalfactoren uit de praktijk

Artikel uit Huisarts en Wetenschap (juni 2016): De NCSI-methode: maatwerk voor COPD-zorg

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Bijgewerkt juli 2017: met informatie NIVEL ‘Inventarisatie meetinstrumenten zelfmanagementondersteuning’

patientprofiel

Distress-screener en patientprofielkaart-screening

 Doel

Screening voor distress en uitgebreidere probleeminventarisatie (patiëntprofielkaart) bij chronisch somatische aandoeningen

Toelichting instrument

Het distress-screeningsinstrument (A) (in combinatie met of zonder cognitieve gedragsfactoren) leidt tot een korte en eenvoudige screening van patiënten die risico lopen op aanpassingsproblemen en potentieel baat hebben bij een cognitieve gedragstherapeutische behandeling.

Het bredere screeningsinstrument (B) biedt een (digitale) patiëntprofielkaart met automatische scoring, waarin op een inzichtelijke manier de belangrijkste functioneringsgebieden en potentiële kwetsbaarheidsfactoren in kaart kunnen worden gebracht en waarin ook het patiëntenperspectief is meegenomen. Op de patiëntprofielkaart wordt per domein de mate van ‘at risk’ zijn weergegeven via een kleur op een continuüm van groen naar rood, waarbij de specifieke subdomeinen kunnen worden weergegeven door op het domein te klikken. Ook kunnen de exacte scores in beeld worden gebracht en het verloop van het functioneren over de tijd/in vergelijking met de vorige meting. Hierdoor kan in 1 oogopslag gezien worden in welke domein(en) problemen zijn bij deze patiënt en kan indien nodig worden doorgeklikt om te zien op welke subdomeinen de problemen vooral bestaan. Hieraan kan een stroomdiagram met acties van de behandelaar gekoppeld worden, waarmee in combinatie met de eigen prioriteiten van de patiënt doelen kunnen worden geformuleerd waar de patiënt aan kan werken en verwijsopties staan genoemd variërend van vinger-aan-de-pols houden tot verwijzing naar (online) cognitieve gedragstherapie.

Bij de distress-screening (A) worden 2 subgroepen onderscheiden: ‘at risk’ en ‘niet at risk’.
Bij de patiëntprofielkaart-screening (B) worden 3 subgroepen onderscheiden: ‘at risk’, ‘enigszins at risk’ en ‘niet at risk’ per gemeten domein. Daarbinnen is verder onderscheid mogelijk naar de diverse subdomeinen en kan inzicht worden verkregen in de precieze scores op de vragenlijsten.

  • A: Voor de screening van distress wordt gebruik gemaakt van de negatieve stemming en angstschalen van de:
    • Invloed van Reuma op Gezondheid en Leefwijze (IRGL) of
    • Invloed van Huidaandoeningen op het Dagelijks  Leven (IHDL)
    • Daarnaast worden cognitief gedragsmatige factoren meegenomen, zoals ziektecognities (ZCL), coping (UCL) en sociale steun (IRGL, IHDL).
  • B: Voor het screeningsinstrument worden de volgende ziektegenerieke vragenlijsten gebruikt als (mogelijke) invulling van de domeinen:
    • kwaliteit van leven (RAND-36),
    • lichamelijke symptomen (VAS pijn-jeuk-vermoeidheid en CIS-vermoeidheid),
    • distress (HADS),
    • sociaal functioneren (sociale steun, ISR; sociale kwetsbaarheid: IPSM),
    • therapietrouw (MMAS) en
    • ziektecognities/coping (neuroticisme, EPQ; acceptatie, hulpeloosheid, ZCL) + patientprioriteiten voor verbetering (top 3 uit lijst met mogelijke probleemgebieden).

Voor meer informatie over het toepassen van de instrumenten: Aanvullende informatie toepassing instrument Distress

Doelgroep(en)

Generiek
Tot op heden ontwikkeld/gebruikt voor reumatische aandoeningen (reumatoïde artritis, fibromyalgie), dermatologische aandoeningen (psoriasis) en nieraandoeningen (dialysepatiënten, nierdonoren).
De IRGL en IHDL worden bij verschillende reumatische en dermatologische patiëntengroepen afgenomen. De ZCL wordt bij een groot aantal chronische zieken en/of mensen met langdurige beperkingen afgenomen.

Validatie en effectiviteit

De distress-screening (met of zonder combinatie van de cognitieve gedragsfactoren) (A) is onder meer toegepast in de volgende publicaties:

  • Evers, A.W.M., Kraaimaat, F.W., van Riel, P.L.C.M., & de Jong, A.J.L. (2002). Tailored cognitive-behavioral therapy in early rheumatoid arthritis for patients at risk: A randomized controlled trial. Pain, 100, 141-153.
  • Koulil, S. van, van Lankveld, W., Kraaimaat, F.W., van Helmond, T., Vedder, A., van Hoorn, H., Donders, R., de Jong, A.J., Haverman, J.F., Korff, K.J., van Riel, P.L., Cats, H.A., & Evers, A.W. (2010). Tailored cognitive-behavioral therapy and exercise training for high-risk fibromyalgia patients. Arthritis & Rheumatism –  Arthritis Care & Research, 10, 1377-1385.
  • Van Beugen et al. (2016). Tailored therapist-guided internet-based cognitive behavioral treatment for psoriasis: a randomized controlled trial. Psychotherapy and Psychosomatics (in press).
  • Ferwerda et al. (2016). A tailored guided internet-based cognitive-behavioral intervention for patients with rheumatoid arthritis: A randomized controlled trial. Manuscript under review.

Over het screeningsinstrument ten behoeve van de patiëntprofielkaart zijn meerdere publicaties in voorbereiding; deze zullen naar verwachting in 2016 of 2017 gepubliceerd worden.

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Scholing gewenst

Vorm

Vragenlijsten

Waar te vinden?

Kosten instrument

Ontwikkeld door /contactpersoon

Prof.dr. Andrea W.M. Evers & Dr. Henriët van Middendorp;
Universiteit Leiden, Faculteit Sociale Wetenschappen, sectie Gezondheids-, Medische en Neuropsychologie

Achtergrondinformatie over ontwikkeling, basisconcepten en theorieën
Screening van ‘at risk’ groepen is onderdeel van een personalized healthcare benadering, welke is gebaseerd op het idee dat het aanbieden van standaardbehandelingen aan iedereen leidt tot geringe effecten bij een subgroep van de patiënten. Door een interventie alleen aan te bieden aan een groep die risico loopt op het ontwikkelen van aanpassingsproblemen is de efficiëntie van behandelingen te verhogen en zijn de kosten te verlagen. Bovendien is door screening van de belangrijkste probleemgebieden en de individuele kracht- en kwetsbaarheidsfactoren van de persoon een behandeling te tailoren op het individu, wat is aangetoond te leiden tot sterkere en langer aanhoudende effecten dan de ‘one size fits all’ benadering. Hierover is een Case Management-artikel geschreven in Psychotherapy and Psychosomatics (2014), getiteld ‘Incorporating biopsychosocial characteristics into personalized healthcare: A clinical approach’.  De specifieke ontwikkeling van de patiëntprofielkaart is gebaseerd op eigen prospectief en experimenteel onderzoek bij verschillende chronische somatische aandoeningen (o.a. Evers et al., 2003, Koulil et al., 2011).

Voor de ontwikkeling van de bredere patiëntprofielkaarten in o.a. de nierpopulatie is een benadering gekozen, waarbij in grote cohorten in kaart is gebracht welke psychosociale variabelen voorspellend waren voor kwaliteit van leven op langere termijn; deze zijn vervolgens in de patiëntprofielkaart geïncludeerd.

Organisaties die werken met methode / instrument

Voorbeelden, succes- en faalfactoren uit de praktijk

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Bijgewerkt juli 2017: met informatie NIVEL ‘Inventarisatie meetinstrumenten zelfmanagementondersteuning’

vragenlijst

Oncokompas 2.0

Doel

Een digitaal instrument waarmee patiënten hun kwaliteit van leven kunnen monitoren (meten), op basis daarvan uitleg en advies krijgen (weten) en doorverwezen worden naar zelfhulp of professionele zorg op maat (doen).

Toelichting instrument

Het instrument is geschikt voor alle overlevers van kanker, en er zijn tumorspecifieke modules (momenteel al voor borstkanker, darmkanker, hoofd-halskanker, en lymfomen).
Op basis van vragen over leefstijl, fysiek, psychisch en sociaal functioneren en levensvragen wordt een welzijnsprofiel gemaakt. Aan dit profiel wordt en code gekoppeld (groen/ oranje of rood). Afhankelijk van de code oranje of rood wordt advies en een begeleidingsadvies op maat geboden. Er is sprake van een getrapte aanpak. Indien zelfhulp mogelijk is wordt daar voor gekozen en in begeleid, anders wordt doorverwezen naar professionele begeleiding. Groen betekent dat alles goed is. Er wordt ook rekening gehouden met de mate van motivatie waarmee iemand bereid is om aan leefstijl of klachten te werken.

Doelgroep(en)

Overlevers van kanker / oncologische aandoeningen.
In ontwikkeling: patiënten met kanker in de palliatieve fase, mantelzorgers.

Validatie en effectiviteit

Wetenschappelijk gefundeerd; ontwikkeld door zorgverleners en patiënten. Instrument is getoetst op haalbaarheid. Effectiviteit en kosteneffectiviteit worden momenteel onderzocht in een landelijke RCT. Het Wetenschappelijk gefundeerd; ontwikkeld door zorgverleners en patiënten. Oncokompas2.0 wordt momenteel parallel aan de RCT geïmplementeerd in ziekenhuizen in Nederland.

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Vorm

Digitale vragenlijst: zie website Oncokompas

Waar te vinden?

Oncokompas

Kosten instrument

Ontwikkeld door /contactpersoon

Ontwikkelaars VMCU en VU;
Gebruikt binnen project ICT4CANCER en ICT4PAL
Contactpersoon: Prof dr Irma M. Verdonck-de Leeuw; Vumc, afdeling KNO/ VU

Organisaties die werken met methode / instrument

Voorbeelden, succes- en faalfactoren uit de praktijk

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Bijgewerkt juli 2017: met informatie NIVEL ‘Inventarisatie meetinstrumenten zelfmanagementondersteuning’

vragenlijst

Five Facet Mindfulness Questionnaire (FFMQ)

Doel

De FFMQ is een zelfrapportage vragenlijst die mindfulness meet. Dit is het vermogen om de aandacht te kunnen richten op het huidige moment, op een niet-oordelende en accepterende wijze. De vragenlijst bestaat uit 39 items (de verkorte vragenlijst bestaat uit 24 vragen) die vijf facetten van mindfulness meten, namelijk: observeren, beschrijven, bewust handelen, niet-oordelen en non-reactief zijn.

  • Observeren is het vermogen om interne stimuli (bijvoorbeeld cognities, pijn, emoties) en externe stimuli (bijvoorbeeld geluiden, geuren) op te merken of waar te nemen.
  • Beschrijven omvat het onder woorden brengen of beschrijven van interne en externe ervaringen.
  • Bewust handelen is het hebben van aandacht voor de activiteit waarmee men op dat moment bezig is, zonder zich te laten afleiden door allerlei gedachten, gevoelens, etc. Dit is het tegenovergestelde van het handelen op de automatische piloot.
  • Niet-oordelen omvat het accepteren van ervaringen op een niet-oordelende of niet-evaluerende wijze. Dit betekent dat er geen pogingen ondernomen worden om ervaringen te vermijden of te veranderen.
  • Non-reactief zijn is het vermogen om interne ervaringen te laten komen en gaan, zonder erop te reageren of erin verstrikt te raken.

De vragenlijst geeft inzicht aan de mate van aanwezigheid van 5 facetten van mindfulness. De scores op de 5 facetten geven richting voor de concrete  invulling van mindfulness training gegeven de doelgroep. Daarnaast wordt de vragenlijst gebruikt om effecten van mindfulnesstrainingen te evalueren.

Doelgroep(en)

Mensen met angst, depressie, fybomyalgie of reumatische aandoeningen.

Validatie en effectiviteit

Wordt gebuikt in een onderzoek van RadboudUMC naar het effect van patiëntcoaching op patiëntenparticipatie in specialistische consulten.
Het onderzoek loopt van 2014 tot naar verwachting in 2018.

De FFMQ is in de Verenigde Staten ontwikkeld en gevalideerd onder studenten, mediterenden en de algemene bevolking (Baer et al., 2006; Bear et al., 2008). De FFMQ is in het Nederlands vertaald en aangepast door Muskens en Kamphuis (zie pdf). Deze aangepaste versie van de Nederlandse FFMQ is gevalideerd onder mensen met fibromyalgie (Veehof et al., 2011) en mensen met stemmings- en/of angstklachten (Bohlmeijer et al., 2011).

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Vorm

Vragenlijst met 37 vragen, de FFMQ en een vragenlijst met 24 vragen: FFMQ-S;

Waar te vinden?

Vragenlijst Five Facet Mindfulness Questionnaire (37 vragen)
Five Facet Mindfulness Questionnaire – Short Form (24 vragen)

Kosten instrument

Ontwikkeld door /contactpersoon

Organisaties die werken met methode / instrument

Voorbeelden, succes- en faalfactoren uit de praktijk

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Bijgewerkt juli 2017: met informatie NIVEL ‘Inventarisatie meetinstrumenten zelfmanagementondersteuning’

vragenlijst

Ziektelastmeter COPD

Doel

Ziektelast is hoe een patiënt zijn of haar ziekte ervaart; fysiek, emotioneel, psychisch en sociaal. De ziektelastmeter COPD brengt dit eenvoudig in kaart. De resultaten van dit meetinstrument geven de patiënt de mogelijkheid met de zorgverlener plannen te maken en doelen te stellen om de kwaliteit van leven zo goed mogelijk te houden.

De ziektelastmeter is een hulpmiddel voor de integrale aanpak en persoonsgerichte zorg, in te zetten bij patiënten met COPD. Het instrument onderscheidt niet echt subgroepen maar geeft een visuele weergave van de integrale gezondheidstoestand van de patient op basis waarvan, in onderling overleg tussen patiënt en zorgverlener, een focus voor behandeling kan worden gekozen. Met het instrument kan tevens ontwikkelingen in de integrale gezondheidstoestand gemonitord worden. Een instrument voor zorg op maat.

De ziektelastmeter maakt onderdeel uit van de zorgstandaard COPD en kijkt in tegenstelling tot de GOLD-indeling bij COPD naar meer dan alleen de longfunctie van de patiënt. Bij de ziektelastmeter staat de ‘ziektelast’ van de patiënt centraal. Hierbij wordt gekeken naar de integrale gezondheidstoestand van een patiënt die bestaat uit vier onderdelen: stoornis, klachten, beperkingen, kwaliteit van leven

Toelichting instrument

  • Hoe in de praktijk te gebruiken:
    Meetinstrument met vragen over symptomen, functionele status en mentale status (Clinical COPD Questionnaire) aangevuld met vragen over vermoeidheid en emotionele ervaringen. Wordt ingevuld en er verschijnt een visuele weergave op de computer. Deze visuele weergave dient ter ondersteuning van het gesprek tussen patiënt en zorgverlener.
  • Score/uitkomst:
    Wat doet de ziektelastmeter:

    • Het meten van ziektelast
    • Structuur geven in consult
    • Inzicht geven in de ziekte
    • Shared decision making
    • Koppeling ervaren ziektelast aan behandeling
    • Monitoren en follow-up van de patiënt
    • Richting geven aan individueel zorgplan
  • Benodigde tijd: —

Doelgroep(en)

COPD

Validatie en effectiviteit

Randomized Controlled Trial uitgevoerd  onder meer dan 350 COPD patiënten om de meerwaarde van de ziektelastmeter te testen ten aanzien van standaard zorg. Aan het onderzoek doen 20 longartspraktijken en 40 huisartspraktijken mee. Een groep COPD patiënten wordt met de ziektelastmeter COPD behandeld en een ander deel op normale wijze.

De uitkomst van het onderzoek laat zien dat deze gevalideerde vragenlijst (CCQ+4 vragen) in combinatie met de visuele weergave en de beslissingsondersteuning leidt tot een betere kwaliteit van zorg en een betere kwaliteit van leven. Het gebruik van deze tool vergt uiteraard ook gespreksvaardigheden van de gebruiker om tot gezamenlijke besluitvorming te komen. De gebruikers van deze tool tijdens het onderzoek geven met grote meerderheid ook aan dat het voor hun goed werkt om op deze manier met de patiënt te communiceren. Het stelt de zorgverlener in staat om gelijk gericht een gesprek te voeren met de patiënt. Ook patiënten ervaren de tool als zinnig omdat er nu ook aanleiding is om over moeilijkere onderwerpen te spreken.

Publicatie over de effectiviteit: Effectiveness of the Assessment of Burden of Chronic Obstructive Pulmonary Disease (ABC) tool: study protocol of a cluster randomised trial in primary and secondary care, Slok et al. BMC Pulmonary Medicine 2014, 14:131 http://www.biomedcentral.com/1471-2466/14/131

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Scholing gewenst.
Scholing is in ontwikkeling bij CAHAG.

Vorm

Gevalideerde vragenlijst met visuele weergave op de computer

Waar te vinden?

Achtergrondinformatie Long Alliantie: Ziektelastmeter COPD Functioneel ontwerp & specificaties, 2016

Kosten instrument

Ontwikkeld door /contactpersoon

De werkgroep ziektelastmeter bestaat uit: prof. dr. Onno van Schayck en dr. Hans in ’t Veen. Universiteit Maastricht/ PICASSO voor COPD.

  • Artikel over de ontwikkeling van de Ziektelastmeter: Development of the Assessment of Burden of COPD tool: an integrated tool to measure the burden of COPD. (npj Primary Care Respiratory Medicine (2014) 24, 14021; doi:10.1038/npjpcrm.2014.21; published online 10 July 2014)

Organisaties die werken met methode / instrument

Voorbeelden, succes- en faalfactoren uit de praktijk

Ziektelastmeter onderzoek laat zien dat deze persoonsgerichte aanpak bij COPD werkt.

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Bijgewerkt juli 2017: met informatie NIVEL ‘Inventarisatie meetinstrumenten zelfmanagementondersteuning’

patientprofiel

‘Behoefte als kompas, de oudere aan het roer’

Doel

Screeningsinstrument voor grotere groepen ouderen met als doel passende ondersteuning te bieden. Met het screeningsinstrument kunnen leefplezier, kwetsbaarheid en zorgvraag beter gedefinieerd worden.

Toelichting instrument

Schriftelijke lijst die door oudere zelf in te vullen is. Bestaat uit 39 vragen met subvragen over de volgende onderwerpen: algemene situatie, lichamelijke en geestelijke gezondheid, omgang met gezondheid en ziekte, relaties, zelfredzaamheid, gebruik gezondheidszorg en welbevinden.

5 profielen van ouderen: Deze profielen hebben niet zozeer met aandoening of leeftijd te maken maar meer met welbevinden, complexiteit van de zorgvraag en kwetsbaarheid van ouderen. De profielen zijn:

  1. vitaal : ouderen zijn zelfstandig en voelen zich gezond;
  2. moeite met ouder worden: ouderen die zelfstandig zijn mara met psychosociale klachten; 
  3. lichamelijke en mobiliteitsklachten: deze groep heeft vooral problemen met dagelijkse activiteiten;
  4. multi-domein problemen : deze groep ouderen heeft diverse problemen en is minder zelfredzaam;
  5. extreem kwetsbaar: veel problemen, niet meer zelfredzaam.

 Afhankelijk van het profiel kan voor een bepaalde behandeling of begeleiding gekozen worden. Er zijn zorgmodules geformuleerd. Er wordt gedacht in modulaire zorg. Door ouderen met vergelijkbare vragen en problemen te bundelen, kan ketenzorg aangeboden worden op basis van zorgbehoeften in plaats van leeftijd of aandoening;

Doelgroep(en)

Volwassenen / ouderen > 65 jaar
Generiek

Validatie en effectiviteit

Gevalideerd: Profielen zijn robuust en gevalideerd in twee grootschalige bevolkingsonderzoeken.

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Vorm

Vragenlijst
‘Welnu begeleidt huisartspraktijken, indien gewenst, bij afname van screening en selectie zorgmodules via een 7 stappenplan.

Waar te vinden?

Website Welnu

Kosten instrument

Ontwikkeld door /contactpersoon

Welnu (samenwerking UCMG, Espiria en Menzis);

De basis vormen de bestaande vragenlijsten zoals de Groningen Frailty Indicator; INTERMED-Elderly Self Assessment; Groningen Welbevinden indicator.
Door mensen eerst beter te leren kennen, kunnen we de persoon achter de patiënt zien en centraal stellen. Dat helpt om meer vraag gestuurd te werken en een gedifferentieerd aanbod te formuleren. Op basis van gesprekken/ interviews met ouderen in diverse werkplaatsen (thuiszorg, huisartspraktijk, Wmo-loket, ouderenbond etc.) zijn de vijf profielen samengesteld.

Organisaties die werken met methode / instrument

Voorbeelden, succes- en faalfactoren uit de praktijk

Momenteel (2016)  wordt onderzoek uitgevoerd naar succes- en faalfactoren van de zorgmodules waarbij gekeken wordt naar resultaten, draagvlak, financiering en onderlinge afstemming.

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Bijgewerkt juli 2017: met informatie NIVEL ‘Inventarisatie meetinstrumenten zelfmanagementondersteuning’

vragenlijst

ICF-Primary Care (ICF-PC)

Doel

Een instrument waarmee huisartsenpraktijken informatie over het functioneren van een patiënt kunnen achterhalen en complementair aan de medische gegevens in hun ICT-systeem kunnen vastleggen.

Toelichting instrument

De ICF- PC vragenlijst is op basis van de ICF (classificatiesyteem) opgesteld.  Aan de hand van de vragenlijst kan het functioneren en participeren van mensen met een of meerdere chronische ziekten in kaart worden gebracht. De vragenlijst bestaat uit 4 algemene vragen, 13 vragen over functies (geheugen, energie, slapen ed), 5  vragen over in en rond het huis (wassen, eten – drinken), 5 vragen over voorzieningen en hulpmiddelen, 25 vragen over sociale contacten en steun, 5 vragen over werk en vrijwilligerswerk, 9 vragen over persoonlijke eigenschappen en opvattingen en 6 vragen over opvattingen over gezondheid en ziekte.

  • Hoe in de praktijk te gebruiken:
    Een vragenlijst over allerlei onderwerpen in het dagelijks leven. De vragenlijst gaat over onderwerpen die normaal gesproken niet aan bod komen tijdens de reguliere controle. De patiënt kan thuis digitaal de  vragenlijst invullen.
  • Score/uitkomst: Met behulp van kleuren wordt aangegeven hoe de vragen beantwoord zijn (groen, oranje, rood, wit). De oranje en rode onderwerpen zijn mogelijk onderwerpen die de patiënt met de zorgverlener wil bespreken.
  • Benodigde tijd:
    Invullen van de vragenlijst: inschatting 20 minuten

Doelgroep(en)

Generiek
Volwassenen

Validatie en effectiviteit

Bredere uitrol en onderzoek naar de effectiviteit loopt (2015).
Een van de vraagstellingen voor een effectiviteitsonderzoek in een volgende fase is of de exploratie van het GG-domein en het stellen van doelen op GG-gebied een determinant is voor het ziektebeloop en voor de klachtbeleving.

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Scholing gewenst

Vorm

Vragenlijst

Waar te vinden?

Bijlage 1 Eindrapportage_ICF_PC

Kosten instrument

Niet bekend

Ontwikkeld door / contactpersoon

Ontwikkeld door: academisch netwerk huisartspraktijken NMP en Vilans met financiële ondersteuning van VGZ.
In 2015 is een ICF-Primary Care (ICF-PC) ter beschikking gekomen.

Organisaties die werken met methode / instrument

Niet bekend

Voorbeelden, succes- en faalfactoren uit de praktijk

Niet bekend

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Bijwerken: februari 2016