Berichten

vragenlijst

Selfmanagement Ability Scale

Doel

Een zelfrapportage instrument voor het meten van zelfmanagementvaardigheden: De SMAS-18 en de SMAS-30.

Toelichting

De SMAS-30 meet zes zelfmanagementvaardigheden bij ouderen zowel afzonderlijk als in een totaalscore. Het betreft een zelfrapportage instrument. De periode waarover gevraagd wordt kan variëren, bijvoorbeeld de laatste maand of de laatste drie maanden. Zes subschalen worden onderscheiden van elk vijf items:

  • Initiatief nemen,
  • Self-efficacy,
  • Investeren,
  • Perspectief,
  • Multifunctionaliteit,
  • Variëteit

Het instrument is ontwikkeld om te bepalen of ouderen in aanmerking komen voor een cursus op het gebied van zelfmanagement (GRIP en GLANS cursussen voor kwetsbare ouderen) en of deze  cursussen voor ouderen leiden tot een toename in zelfmanagementvaardigheden. Verder is het instrument voor zover bekend niet gebruikt om tot doelgroepensegmentatie te komen binnen de zorg.

Uitgebreide toelichting

Doelgroep(en)

Kwetsbare ouderen en diverse groepen chronisch zieken

Validatie en effectiviteit

Betrouwbaarheid en validiteit is goed zowel van de SMAS-30 als SMAS-18

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Vorm

Vragenlijst met stellingen en 6 puntsschaal van ‘nooit tot heel vaak’

Waar te vinden?

SMAS 30 – vragenlijst

Kosten instrument

Ontwikkeld door /contactpersoon

Nardi Steverink, Universiteit Groningen

Achtergrondinformatie over de ontwikkeling:
De gedachte is dat goede zelfmanagementvaardigheden ouderen beter in staat stellen om zo lang mogelijk de regie over hun leven te houden en welbevinden te creëren en te behouden. De zelfmanagement-vaardigheden zijn gerelateerd aan de dimensies van welbevinden zoals die beschreven zijn in de theorie van zelfmanagement van welbevinden. (Steverink et a;., 2005)

Organisaties die werken met methode / instrument

Nardi Steverink heeft, samen met anderen het GRIP&GLANS® Programma ontwikkeld. Het GRIP&GLANS Programma richt zich op het versterken van de eigen regie (GRIP) en het welbevinden (GLANS) van mensen in de tweede levenshelft. Het programma omvat zowel fundamenteel onderzoek als het toepassen en implementeren in de praktijk van de onderzoeksresultaten. Binnen het GRIP&GLANS® Programma zijn tot nu toe twee cursussen ontwikkeld, die wetenschappelijk zijn geëvalueerd en effectief gebleken, namelijk:

  • De GRIP&GLANS huisbezoeken, voor kwetsbare oudere mannen en vrouwen
  • De GRIP&GLANS groepscursus, voor sociaal kwetsbare 55+ vrouwen

Voor meer informatie zie website van N Steverink en de website Grip&Glans

Voorbeelden, succes- en faalfactoren uit de praktijk

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Bijgewerkt juli 2017: met informatie NIVEL ‘Inventarisatie meetinstrumenten zelfmanagementondersteuning’

patientprofiel

Predictiemodel voor risico op overgewicht en hart-vaatziekten bij kinderen (in ontwikkeling)

Doel

Instrument om 0-6- jarige kinderen te identificeren met een verhoogd risico op overgewicht en cardiometabole risicofactoren

Toelichting instrument

Ontwikkeling en pilot implementatie van dynamische screeningsinstrumenten die 0-6- jarige kinderen identificeren met een verhoogd risico op overgewicht en cardiometabole risicofactoren. Daarnaast ontwikkeling screeningsinstrumenten om (pre-)hypertensie en een laag HDL-cholesterol op efficiënte wijze op te sporen op 5 tot 6- en op 10-jarige leeftijd (vaste contactmomenten in de jeugdgezondheidszorg).

De instrumenten kunnen ingebouwd worden in het digitaal kinddossier van de jeugdgezondheidszorg. Door herhaalde dynamische risicoschattingen, mede gebaseerd op BMIveranderingen, is een innovatie mogelijk van de preventie van overgewicht en gerelateerde cardiometabole ziekten.

Doelgroep(en)

Kinderen 0-6 jaar met verhoogd risico op overgewicht en cardiometabole risicofactoren.

Validatie en effectiviteit

Nog in ontwikkeling.

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Vorm

Waar te vinden?

Kosten instrument

Ontwikkeld door /contactpersoon

Contactpersoon VUmc: Martijn Heymans of Jos Twisk

Het maakt  onderdeel uit van het door ZonMw gefinancierde project ‘Targeted primary prevention of overweight and cardiometabolic risk using dynamic risk assessments from infancy onward in Child Health Care (PROCOR)‘ project. Project loopt tot december 2018.

Organisaties die werken met methode / instrument

Nvt

Voorbeelden, succes- en faalfactoren uit de praktijk

Nvt

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Bijgewerkt juli 2017: met informatie NIVEL ‘Inventarisatie meetinstrumenten zelfmanagementondersteuning’

voorbereiding consult

Gespreksmodel voor diabetesjaargesprek (in ontwikkeling)

Doel

Een innovatief gespreksmodel voor het diabetesjaargesprek met als doel zorg op maat en meer rekening te houden met complexe situatie van persoon met diabetes.

Toelichting instrument

Het diabetesjaargesprek richt zich op de integrale toestand van de diabetes patiënt en heeft niet zoals de gebruikelijke jaarcontrole vooral een medische focus; Het gesprek volgt 4 stappen:

  1. behandelaar en patiënt bespreken persoonlijke context patient;
  2. stellen gezondheidsgerelateerde- en persoonlijke doelen op;
  3. maken samen een keuze voor een haalbare strategie om doelen te bereiken;
  4. afspraken over wat professional doet en wat patiënt zelf doet

Doelgroep(en)

Diabetes

Validatie en effectiviteit

Het door de NDF ontwikkelde gespreksmodel als basis voor het diabetesjaargesprek is in 2015 eerst onderzocht in een pilot onder 25 artsen en 150 patiënten. Daarna startte in 2016 een grootschalig onderzoek naar de toepasbaarheid en meerwaarde van het nieuwe model onder 1500 patiënten en 100 artsen, zowel in de eerste als de tweede lijn. Dat onderzoek loopt tot juni 2018.

Mariska Brinkers is kaderarts diabetes en huisarts bij Huisartsenpraktijk Loosdrecht. Ze is een van 100 (huis)artsen die deelneemt aan het onderzoek naar het diabetesjaargesprek. “Ik doe met mijn praktijk mee en vind het erg leuk en interessant om mee te doen. Het prikkelt je eigen gedachtegang tijdens het consult en stimuleert om je nog meer te verplaatsen in de patiënt: wat betekent het hebben van de diabetes voor hem/haar en diens omgeving? Heeft hij/zij eigenlijk steun thuis bij het uitvoeren van goede voornemens? In hoeverre vormen piekeren of depressieve gedachten een rol? De voorbeeldvragenlijst, die ondersteuning biedt bij het toepassen van het NDF Gespreksmodelis een leidraad maar geen dwang, wat het mogelijk maakt het consult op maat te maken.”

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Scholing gewenst

Vorm

Gespreksmodel

Waar te vinden?

Interview via Zelfzorg Ondersteund: “Van standaard jaarcontrole naar diabetesjaargesprek”
NDF Personalized Diabetes Care gespreksmodel
NDF Personalized Diabetes Care: voorbeeldvragen voor het jaargesprek

Meer informatie over het project: zie www.expeditieduurzamezorg.nl onder tabblad ‘Personalized Diabetes Care’

Kosten instrument

Ontwikkeld door /contactpersoon

Onderdeel van het project Personalized Diabetes Care (sinds 2014 NDF);
Contactpersoon: Heidi van Vugt, NDF;
Onderzoek door Juliuscentrum en LUMC; Prof dr. G. Rutten: Prof. dr. E. de Koning; Prof.dr. J. Seidell

Organisaties die werken met methode / instrument

Nog in ontwikkeling

Voorbeelden, succes- en faalfactoren uit de praktijk

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Bijgewerkt december 2017

patientprofiel

OBE1: Decision-tool in de zorg voor kinderen met obesitas (in ontwikkeling)

Doel

Het doel van dit project is om te komen tot een model (patiëntprofiel) dat op basis van individuele kenmerken van kinderen met obesitas succes van interventie voorspelt in termen van verbetering in kwaliteit van leven (QoL) en BMI . Dit patiëntprofiel kan door de zorgverleners in de keten als decision-tool worden gebruikt om tot interventie-keuze op maat te komen.

Het beoogd resultaat is de ontwikkeling van een patientprofiel, hanteerbaar voor de centrale zorgverleners in de keten overgewicht, dat voor het individu de meest effectieve behandelstrategie van bestaande behandelingen voorspelt. De online decision-tool geeft op basis van de invoer van 10 kind-kenmerken een advies voor verwijsbeleid en kan door de zorgverleners worden gebruikt om tot interventie-keuze op maat te komen. De tool biedt toekomstig perspectief voor optimalisatie van het zorgproces voor kinderen met overgewicht en obesitas (het juiste kind op de juiste plek in de juiste behandeling).

Toelichting te ontwikkelen instrument

In het decision-tool zullen 10 patiënt kenmerken worden meegenomen. Op dit moment is op basis van een systematisch literatuur review naar voorspellende factoren van behandelsucces bij kinderen met overgewicht en obesitas (QoL en BMI) en 10 expert-based interviews een selectie van de volgende 20 kenmerken gemaakt die nader onderzocht zullen worden in de eerste fase van het project:

  1. Gewichtsgerelateerd gezondheidsrisico
  2. Kwaliteit van Leven
  3. Zelfmanagement
  4. Leeftijd
  5. Geslacht
  6. Etniciteit (incl. zelfidentificatie)
  7. SES van ouders/kind
  8. Leerniveau
  9. Gezondheidsvaardigheden (health literacy)
  10. Motivatie (Intentie kind en ouders)
  11. Sociaal emotionele ontwikkeling (SDQ)
  12. Impulsiviteit/hyperactiviteit
  13. Levensgebeurtenissen
  14. Opvoedstijl
  15. Eetgedrag
  16. Nederlandse norm gezond bewegen
  17. DNA onderzoek
  18. Verzadigingshormoon
  19. Behandelhistorie kind en ouder(s)
  20. Gebruik antibiotica, corticosteroïden, anti-epileptica

Doelgroep(en)

Jongeren
Voor toepassing bij kinderen met obesitas graad 1, 2 en 3 in de leeftijd van 4-18 jaar. In eerste instantie in Nederland in ziekenhuizen en OKC en CJG praktijken.

Validatie en effectiviteit

Nog niet geëvalueerd want moet nog ontwikkeld worden.

Het doel van dit project is om te komen tot een model (patiëntprofiel) dat op basis van individuele kenmerken van kinderen met obesitas succes van interventie voorspelt in termen van verbetering in kwaliteit van leven (QoL) en BMI . Dit patiëntprofiel kan door de zorgverleners in de keten als decision-tool worden gebruikt om tot interventie-keuze op maat te komen. Het onderzoek laat zien welke kenmerken van het patiëntprofiel geassocieerd zijn met een gunstige of ongunstig beloop na interventie. Deze resultaten bieden inzicht voor welke patiëntprofielen interventies succesvol zijn en voor welke patiëntprofielen effectievere interventies ontwikkeld moeten worden.

De meest geschikte vorm en wijze van afname vormt onderdeel van het onderzoek. Uitgangspunten zijn dat het profiel waar mogelijk evidence based is, dat het werkbaar is, direct voordeel biedt en dat extra belasting geminimaliseerd wordt. De definitieve set wordt middels focus groep interviews met deelnemende kinderartsen bepaald waarin o.a. wordt ingegaan op de hanteerbaarheid van en tevredenheid met de patiënt-kenmerken en meetinstrumenten; Parallel gaat een kwalitatief onderzoek lopen naar de haalbaarheid van het gebruik van het patiëntprofiel met 10 kenmerken. Hiertoe wordt middels evaluatieformulieren na consulten o.a. de hanteerbaarheid van en tevredenheid met de patiënt-kenmerken en meetinstrumenten bij de deelnemende kinderartsen in kaart gebracht

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Nog niet bekend

Vorm

Waar te vinden?

Nvt

Kosten instrument

Ontwikkeld door /contactpersoon

Nog te ontwikkelen instrument! Het instrument zal ontwikkeld worden in een gezamenlijk gedragen onderzoek in samenwerking met de gemeenten Amsterdam en Rotterdam, CJG Rijnmond, Zilveren Kruis Achmea en Erasmus MC Centrum Gezond Gewicht.
Onder voorbehoud van financiering zal dit project gaan lopen in de periode najaar 2016-voorjaar 2020.
Contactpersoon: contactpersoon: Erica van den Akker

Organisaties die werken met methode / instrument

Nvt

Voorbeelden, succes- en faalfactoren uit de praktijk

Nvt

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Bijgewerkt juli 2017: met informatie NIVEL ‘Inventarisatie meetinstrumenten zelfmanagementondersteuning’

methode

Nijmegen Clinical Screening Instrument (NCSI)

Doel

De NCSI-methode biedt een verdiepende en gedetailleerde analyses van de integrale gezondheidstoestand, de ziektelast en de mate van adaptatie aan de ziekte. De NCSI-interventie helpt bij het formuleren van een individueel zorgplan, het motiveren van de patiënt tot gedragsverandering en het handelen van de verschillende zorgverleners beter op elkaar af te stemmen. Dit alles is de basis voor een goede adaptatie aan de ziekte en daarmee het verminderen van de ziektelast.

Toelichting instrument

Het instrument omvat drie componenten:

  1. meten van integrale gezondheidstoestand;
  2. interventie voor vaststellen individuele behandeldoelen en motiveren van patiënt voor gedragsverandering door POH of verpleegkundige;
  3. monitoring/ follow-up; korte onlinevragenlijst (15 à 20 minuten) in te vullen bij huisarts, poliklinisch of thuis;
    De resultaten worden direct grafisch weergegeven in patientprofielkaart; per sub domein van de integrale gezondheidstoestand is score van patient zichtbaar door bolletje in kolommen die onderverdeeld zijn in groen (normaal functioneren), geel (geringe problemen) en rood (ernstige problemen. Eenvoudig te interpreteren door patiënt en hulpverlener; in interventie wordt patientprofielkaart met patiënt besproken (30 minuten).

De NCSI kan regelmatig afgenomen worden om integrale gezondheidstoestand te monitoren. Door het bespreken van patiëntprofielkaart komen onderliggende oorzaken van problemen boven tafel die op profielkaart letterlijk zichtbaar zijn. Biedt met name inzicht in adaptieproblemen zowel voor patiënt als zorgverlener; inzicht in oorzaken is essentieel voor bieden van zorg op maat.

Doelgroep(en)

COPD

Validatie en effectiviteit

In 91% van de gevallen voorspelt NCSI monitor correct ‘pluis/niet pluis’ situatie; instrument wordt inmiddels 9 jaar in klinische praktijk gebruikt; waardevol voor longverpleegkundigen om patiënten met problemen in integrale gezondheidstoestand vroegtijdig te identificeren, zorg op maat te bieden en patiënt te motiveren voor aanvullende behandelopties (1e, 2e, 3e lijn)/ betere adaptie aan ziekte;
NCSI helpt de patiënt op juiste plek in zorgketen te krijgen; door vroegtijdige signalering helpt NCSI voorkomen dat patiënt naar duurdere 2e en 3e lijn gaat.

Artikel: A simple method to enable patient-tailored treatment and to motivate the patient to change behaviour

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Scholing gewenst

Vorm

Vragenlijst / internet applicatie.
NCS monitor is hiervoor ontwikkeld (8 vragen via internet applicatie). Hierdoor krijg je een oordeel ‘pluis’, ‘niet pluis’. Alleen bij ‘niet pluis’ wordt de volledige NCSI afgenomen.

Waar te vinden?

Folder NCSI-methode J Vercoulen juli 2014

Kosten instrument

Ontwikkeld door /contactpersoon

Radboud Universiteit Nijmegen, Medische Psychologie; Dr. Jan Vercoulen, 024-3616805

Achtergrond:
Gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en toetsing in klinische praktijk; Integrale gezondheidstoestand COPD omvat FEV1, BMI, ernst vermoeidheid, ernst, hinder en frequentie benauwdheid, emoties (angst/ frustratie), beperkingen (thuis, bij het lopen en qua beleving), mate van somberheid en tevredenheid (algemeen, lichamelijk, toekomst en sociaal).

Organisaties die werken met methode / instrument

Voorbeelden, succes- en faalfactoren uit de praktijk

Artikel uit Huisarts en Wetenschap (juni 2016): De NCSI-methode: maatwerk voor COPD-zorg

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Bijgewerkt juli 2017: met informatie NIVEL ‘Inventarisatie meetinstrumenten zelfmanagementondersteuning’

patientprofiel

Distress-screener en patientprofielkaart-screening

 Doel

Screening voor distress en uitgebreidere probleeminventarisatie (patiëntprofielkaart) bij chronisch somatische aandoeningen

Toelichting instrument

Het distress-screeningsinstrument (A) (in combinatie met of zonder cognitieve gedragsfactoren) leidt tot een korte en eenvoudige screening van patiënten die risico lopen op aanpassingsproblemen en potentieel baat hebben bij een cognitieve gedragstherapeutische behandeling.

Het bredere screeningsinstrument (B) biedt een (digitale) patiëntprofielkaart met automatische scoring, waarin op een inzichtelijke manier de belangrijkste functioneringsgebieden en potentiële kwetsbaarheidsfactoren in kaart kunnen worden gebracht en waarin ook het patiëntenperspectief is meegenomen. Op de patiëntprofielkaart wordt per domein de mate van ‘at risk’ zijn weergegeven via een kleur op een continuüm van groen naar rood, waarbij de specifieke subdomeinen kunnen worden weergegeven door op het domein te klikken. Ook kunnen de exacte scores in beeld worden gebracht en het verloop van het functioneren over de tijd/in vergelijking met de vorige meting. Hierdoor kan in 1 oogopslag gezien worden in welke domein(en) problemen zijn bij deze patiënt en kan indien nodig worden doorgeklikt om te zien op welke subdomeinen de problemen vooral bestaan. Hieraan kan een stroomdiagram met acties van de behandelaar gekoppeld worden, waarmee in combinatie met de eigen prioriteiten van de patiënt doelen kunnen worden geformuleerd waar de patiënt aan kan werken en verwijsopties staan genoemd variërend van vinger-aan-de-pols houden tot verwijzing naar (online) cognitieve gedragstherapie.

Bij de distress-screening (A) worden 2 subgroepen onderscheiden: ‘at risk’ en ‘niet at risk’.
Bij de patiëntprofielkaart-screening (B) worden 3 subgroepen onderscheiden: ‘at risk’, ‘enigszins at risk’ en ‘niet at risk’ per gemeten domein. Daarbinnen is verder onderscheid mogelijk naar de diverse subdomeinen en kan inzicht worden verkregen in de precieze scores op de vragenlijsten.

  • A: Voor de screening van distress wordt gebruik gemaakt van de negatieve stemming en angstschalen van de:
    • Invloed van Reuma op Gezondheid en Leefwijze (IRGL) of
    • Invloed van Huidaandoeningen op het Dagelijks  Leven (IHDL)
    • Daarnaast worden cognitief gedragsmatige factoren meegenomen, zoals ziektecognities (ZCL), coping (UCL) en sociale steun (IRGL, IHDL).
  • B: Voor het screeningsinstrument worden de volgende ziektegenerieke vragenlijsten gebruikt als (mogelijke) invulling van de domeinen:
    • kwaliteit van leven (RAND-36),
    • lichamelijke symptomen (VAS pijn-jeuk-vermoeidheid en CIS-vermoeidheid),
    • distress (HADS),
    • sociaal functioneren (sociale steun, ISR; sociale kwetsbaarheid: IPSM),
    • therapietrouw (MMAS) en
    • ziektecognities/coping (neuroticisme, EPQ; acceptatie, hulpeloosheid, ZCL) + patientprioriteiten voor verbetering (top 3 uit lijst met mogelijke probleemgebieden).

Voor meer informatie over het toepassen van de instrumenten: Aanvullende informatie toepassing instrument Distress

Doelgroep(en)

Generiek
Tot op heden ontwikkeld/gebruikt voor reumatische aandoeningen (reumatoïde artritis, fibromyalgie), dermatologische aandoeningen (psoriasis) en nieraandoeningen (dialysepatiënten, nierdonoren).
De IRGL en IHDL worden bij verschillende reumatische en dermatologische patiëntengroepen afgenomen. De ZCL wordt bij een groot aantal chronische zieken en/of mensen met langdurige beperkingen afgenomen.

Validatie en effectiviteit

De distress-screening (met of zonder combinatie van de cognitieve gedragsfactoren) (A) is onder meer toegepast in de volgende publicaties:

  • Evers, A.W.M., Kraaimaat, F.W., van Riel, P.L.C.M., & de Jong, A.J.L. (2002). Tailored cognitive-behavioral therapy in early rheumatoid arthritis for patients at risk: A randomized controlled trial. Pain, 100, 141-153.
  • Koulil, S. van, van Lankveld, W., Kraaimaat, F.W., van Helmond, T., Vedder, A., van Hoorn, H., Donders, R., de Jong, A.J., Haverman, J.F., Korff, K.J., van Riel, P.L., Cats, H.A., & Evers, A.W. (2010). Tailored cognitive-behavioral therapy and exercise training for high-risk fibromyalgia patients. Arthritis & Rheumatism –  Arthritis Care & Research, 10, 1377-1385.
  • Van Beugen et al. (2016). Tailored therapist-guided internet-based cognitive behavioral treatment for psoriasis: a randomized controlled trial. Psychotherapy and Psychosomatics (in press).
  • Ferwerda et al. (2016). A tailored guided internet-based cognitive-behavioral intervention for patients with rheumatoid arthritis: A randomized controlled trial. Manuscript under review.

Over het screeningsinstrument ten behoeve van de patiëntprofielkaart zijn meerdere publicaties in voorbereiding; deze zullen naar verwachting in 2016 of 2017 gepubliceerd worden.

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Scholing gewenst

Vorm

Vragenlijsten

Waar te vinden?

Kosten instrument

Ontwikkeld door /contactpersoon

Prof.dr. Andrea W.M. Evers & Dr. Henriët van Middendorp;
Universiteit Leiden, Faculteit Sociale Wetenschappen, sectie Gezondheids-, Medische en Neuropsychologie

Achtergrondinformatie over ontwikkeling, basisconcepten en theorieën
Screening van ‘at risk’ groepen is onderdeel van een personalized healthcare benadering, welke is gebaseerd op het idee dat het aanbieden van standaardbehandelingen aan iedereen leidt tot geringe effecten bij een subgroep van de patiënten. Door een interventie alleen aan te bieden aan een groep die risico loopt op het ontwikkelen van aanpassingsproblemen is de efficiëntie van behandelingen te verhogen en zijn de kosten te verlagen. Bovendien is door screening van de belangrijkste probleemgebieden en de individuele kracht- en kwetsbaarheidsfactoren van de persoon een behandeling te tailoren op het individu, wat is aangetoond te leiden tot sterkere en langer aanhoudende effecten dan de ‘one size fits all’ benadering. Hierover is een Case Management-artikel geschreven in Psychotherapy and Psychosomatics (2014), getiteld ‘Incorporating biopsychosocial characteristics into personalized healthcare: A clinical approach’.  De specifieke ontwikkeling van de patiëntprofielkaart is gebaseerd op eigen prospectief en experimenteel onderzoek bij verschillende chronische somatische aandoeningen (o.a. Evers et al., 2003, Koulil et al., 2011).

Voor de ontwikkeling van de bredere patiëntprofielkaarten in o.a. de nierpopulatie is een benadering gekozen, waarbij in grote cohorten in kaart is gebracht welke psychosociale variabelen voorspellend waren voor kwaliteit van leven op langere termijn; deze zijn vervolgens in de patiëntprofielkaart geïncludeerd.

Organisaties die werken met methode / instrument

Voorbeelden, succes- en faalfactoren uit de praktijk

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Bijgewerkt juli 2017: met informatie NIVEL ‘Inventarisatie meetinstrumenten zelfmanagementondersteuning’

vragenlijst

Oncokompas 2.0

Doel

Een digitaal instrument waarmee patiënten hun kwaliteit van leven kunnen monitoren (meten), op basis daarvan uitleg en advies krijgen (weten) en doorverwezen worden naar zelfhulp of professionele zorg op maat (doen).

Toelichting instrument

Het instrument is geschikt voor alle overlevers van kanker, en er zijn tumorspecifieke modules (momenteel al voor borstkanker, darmkanker, hoofd-halskanker, en lymfomen).
Op basis van vragen over leefstijl, fysiek, psychisch en sociaal functioneren en levensvragen wordt een welzijnsprofiel gemaakt. Aan dit profiel wordt en code gekoppeld (groen/ oranje of rood). Afhankelijk van de code oranje of rood wordt advies en een begeleidingsadvies op maat geboden. Er is sprake van een getrapte aanpak. Indien zelfhulp mogelijk is wordt daar voor gekozen en in begeleid, anders wordt doorverwezen naar professionele begeleiding. Groen betekent dat alles goed is. Er wordt ook rekening gehouden met de mate van motivatie waarmee iemand bereid is om aan leefstijl of klachten te werken.

Doelgroep(en)

Overlevers van kanker / oncologische aandoeningen.
In ontwikkeling: patiënten met kanker in de palliatieve fase, mantelzorgers.

Validatie en effectiviteit

Wetenschappelijk gefundeerd; ontwikkeld door zorgverleners en patiënten. Instrument is getoetst op haalbaarheid. Effectiviteit en kosteneffectiviteit worden momenteel onderzocht in een landelijke RCT. Het Wetenschappelijk gefundeerd; ontwikkeld door zorgverleners en patiënten. Oncokompas2.0 wordt momenteel parallel aan de RCT geïmplementeerd in ziekenhuizen in Nederland.

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Vorm

Digitale vragenlijst: zie website Oncokompas

Waar te vinden?

Oncokompas

Kosten instrument

Ontwikkeld door /contactpersoon

Ontwikkelaars VMCU en VU;
Gebruikt binnen project ICT4CANCER en ICT4PAL
Contactpersoon: Prof dr Irma M. Verdonck-de Leeuw; Vumc, afdeling KNO/ VU

Organisaties die werken met methode / instrument

Voorbeelden, succes- en faalfactoren uit de praktijk

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Bijgewerkt juli 2017: met informatie NIVEL ‘Inventarisatie meetinstrumenten zelfmanagementondersteuning’

vragenlijst

Tailored Adherence and Self-Management Abilities (TASMAN)

Doel

De vragenlijst geeft een snel inzicht voor patiënt en zorgverlener of patiënt in staat is tot zelfmanagement en welk aspect (coping of self-effiacy) verbeterd dient te worden.
De TASMAN vragenlijst bestaat uit twee componenten/ denkbeelden over de eigen rol in gezondheid: Self-effiacy en coping. Deze zijn gekozen omdat dit beïnvloedbaar gedrag is. Patiënten die wel en niet in staat zijn tot zelfmanagement.

Toelichting instrument

Het instrument is gebaseerd op de (General Self-efficacy scale) en UPCC (Utrecht Proactive Coping Competencies). De vragen uit deze lijsten die het best correleerde met de SMAS-30 (self-Management Ability Scale) werden geselecteerd en vormen de TASMAN vragenlijst

Doelgroep(en)

COPD

Validatie en effectiviteit

Theoretische / wetenschappelijke onderbouwing: Zelfregulatiemodel van Howard Leventhal en sociale-cognitie theorie van Bandura vormen de theoretische basis. Vooral bedoeld om adherence te verbeteren.

Gevalideerd bij mensen met COPD.
In een vervolgonderzoek zal dit instrument ook gevalideerd worden bij astma en diabetespatiënten. Dit is nog in ontwikkeling. Het is de bedoeling dat in vervolgonderzoek een afkappunt vastgesteld wordt die de patiënt in ‘goed/slecht’ zelfmanagement verdeeld, gebaseerd op de score in de TASMAN vragenlijst.

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Vorm

Vragenlijst

Waar te vinden?

TASMAN vragenlijst

Kosten instrument

Ontwikkeld door /contactpersoon

TASMAN ontwikkeld door Boehringer Ingelheim.
Contactpersoon: Maarten Voorhaar

Organisaties die werken met methode / instrument

Voorbeelden, succes- en faalfactoren uit de praktijk

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Bijgewerkt juli 2017: met informatie NIVEL ‘Inventarisatie meetinstrumenten zelfmanagementondersteuning’

vragenlijst

Health Literacy Questionnaire (HLQ)

Doel

De vragenlijst bestaat uit 44 items verdeeld over 8 schalen: mate waarin ondersteuning van zorgverleners aanwezig is, er voldoende informatie is, iemand actief bezig is met zijn gezondheid, een sociaal vangnet heeft, oordeelkundig vermogen heeft, actief contact onderhoudt met zorgverleners, de weg kan vinden binnen de gezondheidszorg, in staat is juiste gezondheidsinformatie te vinden, in staat is gezondheidsinformatie te vinden en te begrijpen.

Toelichting instrument

De afname is schriftelijk of mondeling. De vragenlijst maakt deel uit van een interventie (de Ophelia approach) waarin op populatie niveau gekeken wordt waar de sterke en zwakke punten liggen op het gebied van gezondheidsvaardigheden en waarbij gezocht wordt naar oplossingen op maat uitgaande van de reeds bestaande expertise en zorgaanbod in een regio.

Op basis van de scores op de HLQ kunnen mensen worden ingedeeld in een aantal clusters die verschillen in de mate waarin zij hoog of laag scoren op de schalen van de HLQ. Ieder cluster of groep heeft bepaalde sterke en zwakke punten daar waar het gaat om gezondheidsvaardigheden.

De sterkte/ zwakte analyse laat zien op welke punten ondersteuning/ begeleiding nodig is (needsassessment) voor iedere groep. Op basis van deze needsassessment wordt in overleg met alle betrokken stakeholders (patiënten/ zorgverleners/ familie) een begeleidings- of ondersteuningsplan gekozen en geïmplementeerd binnen de zorg. Zorg op maat dus, aansluitend bij de zwakkere punten op het gebied van  gezondheidsvaardigheden van een bepaalde  groep.

Doelgroep(en)

Generiek
Toelichting: de vragenlijst is in Nederland bij een grote diverse groep chronisch zieken afgenomen. Kan bij chronisch zieken maar ook in de algemene bevolking afgenomen worden aangezien de focus ligt op gezondheidsvaardigheden

Validatie en effectiviteit

  • De HLQ is in meerdere landen vertaald en gevalideerd. Het is een betrouwbare lijst.
  • De Ophelia approach als zodanig wordt momenteel in diverse landen geïmplementeerd en lijkt succesvol in het geven van zorg op maat en verkleinen van gezondheidsverschillen.

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Vorm

Vragenlijst

Waar te vinden?

Kosten instrument

Ontwikkeld door /contactpersoon

HLQ (in Nederlands, Begrip van Gezondheid en gezondheidszorg), oorspronkelijk ontwikkeld door Richard Osborne ea. in Australië, vertaald en gevalideerd in het Nederlands door het NIVEL (M. Heijmans, J. Rademakers ea.)
Contactpersoon voor vragen en de Nederlandse versie: M.Heijmans@nivel.nl
Voor informatie over praktische toepassing: www.ophelia.net.au

Ontwikkeld vanuit patiënten perspectief (grounded theory) op basis van focusgroepen met patiënten en zorgverleners. Sluit aan bij de meeste recente visie op gezondheidsvaardigheden als een multidimensioneel begrip waar naast functionele vaardigheden ook communicatieve en sociale vaardigheden nodig zijn.

Organisaties die werken met methode / instrument

Voor toepassing in de zorg of in verbetertrajecten voor de aanpak van lage gezondheidsvaardigheden nog niet operationeel in Nederland; De HLQ wordt (nog) niet gebruikt als screener voor individuele patiënten.

Voorbeelden, succes- en faalfactoren uit de praktijk

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Bijgewerkt juli 2017: met informatie NIVEL ‘Inventarisatie meetinstrumenten zelfmanagementondersteuning’

vragenlijst

Five Facet Mindfulness Questionnaire (FFMQ)

Doel

De FFMQ is een zelfrapportage vragenlijst die mindfulness meet. Dit is het vermogen om de aandacht te kunnen richten op het huidige moment, op een niet-oordelende en accepterende wijze. De vragenlijst bestaat uit 39 items (de verkorte vragenlijst bestaat uit 24 vragen) die vijf facetten van mindfulness meten, namelijk: observeren, beschrijven, bewust handelen, niet-oordelen en non-reactief zijn.

  • Observeren is het vermogen om interne stimuli (bijvoorbeeld cognities, pijn, emoties) en externe stimuli (bijvoorbeeld geluiden, geuren) op te merken of waar te nemen.
  • Beschrijven omvat het onder woorden brengen of beschrijven van interne en externe ervaringen.
  • Bewust handelen is het hebben van aandacht voor de activiteit waarmee men op dat moment bezig is, zonder zich te laten afleiden door allerlei gedachten, gevoelens, etc. Dit is het tegenovergestelde van het handelen op de automatische piloot.
  • Niet-oordelen omvat het accepteren van ervaringen op een niet-oordelende of niet-evaluerende wijze. Dit betekent dat er geen pogingen ondernomen worden om ervaringen te vermijden of te veranderen.
  • Non-reactief zijn is het vermogen om interne ervaringen te laten komen en gaan, zonder erop te reageren of erin verstrikt te raken.

De vragenlijst geeft inzicht aan de mate van aanwezigheid van 5 facetten van mindfulness. De scores op de 5 facetten geven richting voor de concrete  invulling van mindfulness training gegeven de doelgroep. Daarnaast wordt de vragenlijst gebruikt om effecten van mindfulnesstrainingen te evalueren.

Doelgroep(en)

Mensen met angst, depressie, fybomyalgie of reumatische aandoeningen.

Validatie en effectiviteit

Wordt gebuikt in een onderzoek van RadboudUMC naar het effect van patiëntcoaching op patiëntenparticipatie in specialistische consulten.
Het onderzoek loopt van 2014 tot naar verwachting in 2018.

De FFMQ is in de Verenigde Staten ontwikkeld en gevalideerd onder studenten, mediterenden en de algemene bevolking (Baer et al., 2006; Bear et al., 2008). De FFMQ is in het Nederlands vertaald en aangepast door Muskens en Kamphuis (zie pdf). Deze aangepaste versie van de Nederlandse FFMQ is gevalideerd onder mensen met fibromyalgie (Veehof et al., 2011) en mensen met stemmings- en/of angstklachten (Bohlmeijer et al., 2011).

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Vorm

Vragenlijst met 37 vragen, de FFMQ en een vragenlijst met 24 vragen: FFMQ-S;

Waar te vinden?

Vragenlijst Five Facet Mindfulness Questionnaire (37 vragen)
Five Facet Mindfulness Questionnaire – Short Form (24 vragen)

Kosten instrument

Ontwikkeld door /contactpersoon

Organisaties die werken met methode / instrument

Voorbeelden, succes- en faalfactoren uit de praktijk

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Bijgewerkt juli 2017: met informatie NIVEL ‘Inventarisatie meetinstrumenten zelfmanagementondersteuning’