Berichten

e-health app

Mirro

Doel

De online (zelfhulp) modules van mirro helpen bij het herkennen, aanpakken en het later opnieuw voorkomen van diverse psychische klachten.

Toelichting instrument

De online (zelfhulp) modules van mirro helpen bij het herkennen, aanpakken en het later opnieuw voorkomen van diverse psychische klachten. De modules bestaan uit psycho-educatie, oefeningen, ervaringsverhalen, tests en tips, en zijn laagdrempelig en actiegericht. Er zijn in totaal 17 verschillende thema’s, waaronder relatieproblemen, geldzorgen, depressie, slaapproblemen en burn-out klachten.

De behandelaar nodigt de cliënt uit voor de gewenste module. Mirro werkt daarnaast met een voucherpakket waarmee cliënten anoniem aan de slag met de oefeningen, video’s en ervaringsverhalen op alle 17 beschikbare zelfhulp modules.

Ook kunnen patiënten zelfstandig aan de slag met online zelfhulp. Iedere module bestaat uit een gratis zelftest en algemene informatie over het thema. Voor oefeningen, extra uitleg en ervaringsverhalen betalen gebruikers € 7,- voor één jaar premium gebruik van alle beschikbare modules, anoniem.

Doelgroep(en)

Volwassenen
Mensen met somberheids en depressieve klachten

Validatie en effectiviteit

De inhoud van de modules is ontwikkeld door GGZ-professionals met specifieke expertise op het thema. Er is hierbij gebruik gemaakt van inzichten uit behandelvormen die in de dagelijkse GGZ-praktijk worden toegepast, zoals ACT (Acceptance en commitment therapy), cognitieve gedragstherapie en mindfulness.

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Training e-Mental Health in de huisartsenpraktijk voor psycholoog, huisarts of POH GGZ is mogelijk via mirro.

Vorm

Website met online modules

Waar te vinden?

Website: Mirro.nl

Kosten instrument

Voor oefeningen, extra uitleg en ervaringsverhalen betalen gebruikers – zonder verwijzing vanuit de huisartsenpraktijk of voucher van de werkgever – voor één jaar premium gebruik van alle beschikbare modules € 7,-.

Ontwikkeld door /contactpersoon

Stichting mirro is een gezamenlijk initiatief van de GGZ-instellingen AZmn, GGZ Drenthe, GGZ inGeest, Parnassia Groep en verzekeraar Achmea. Meer informatie over mirro.

Organisaties die werken met methode / instrument

Niet bekend

Voorbeelden, succes- en faalfactoren uit de praktijk

Niet bekend

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Bijwerken: december 2017

vragenlijst

Selfmanagement Ability Scale

Doel

Een zelfrapportage instrument voor het meten van zelfmanagementvaardigheden: De SMAS-18 en de SMAS-30.

Toelichting

De SMAS-30 meet zes zelfmanagementvaardigheden bij ouderen zowel afzonderlijk als in een totaalscore. Het betreft een zelfrapportage instrument. De periode waarover gevraagd wordt kan variëren, bijvoorbeeld de laatste maand of de laatste drie maanden. Zes subschalen worden onderscheiden van elk vijf items:

  • Initiatief nemen,
  • Self-efficacy,
  • Investeren,
  • Perspectief,
  • Multifunctionaliteit,
  • Variëteit

Het instrument is ontwikkeld om te bepalen of ouderen in aanmerking komen voor een cursus op het gebied van zelfmanagement (GRIP en GLANS cursussen voor kwetsbare ouderen) en of deze  cursussen voor ouderen leiden tot een toename in zelfmanagementvaardigheden. Verder is het instrument voor zover bekend niet gebruikt om tot doelgroepensegmentatie te komen binnen de zorg.

Uitgebreide toelichting

Doelgroep(en)

Kwetsbare ouderen en diverse groepen chronisch zieken

Validatie en effectiviteit

Betrouwbaarheid en validiteit is goed zowel van de SMAS-30 als SMAS-18

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Vorm

Vragenlijst met stellingen en 6 puntsschaal van ‘nooit tot heel vaak’

Waar te vinden?

SMAS 30 – vragenlijst

Kosten instrument

Ontwikkeld door /contactpersoon

Nardi Steverink, Universiteit Groningen

Achtergrondinformatie over de ontwikkeling:
De gedachte is dat goede zelfmanagementvaardigheden ouderen beter in staat stellen om zo lang mogelijk de regie over hun leven te houden en welbevinden te creëren en te behouden. De zelfmanagement-vaardigheden zijn gerelateerd aan de dimensies van welbevinden zoals die beschreven zijn in de theorie van zelfmanagement van welbevinden. (Steverink et a;., 2005)

Organisaties die werken met methode / instrument

Nardi Steverink heeft, samen met anderen het GRIP&GLANS® Programma ontwikkeld. Het GRIP&GLANS Programma richt zich op het versterken van de eigen regie (GRIP) en het welbevinden (GLANS) van mensen in de tweede levenshelft. Het programma omvat zowel fundamenteel onderzoek als het toepassen en implementeren in de praktijk van de onderzoeksresultaten. Binnen het GRIP&GLANS® Programma zijn tot nu toe twee cursussen ontwikkeld, die wetenschappelijk zijn geëvalueerd en effectief gebleken, namelijk:

  • De GRIP&GLANS huisbezoeken, voor kwetsbare oudere mannen en vrouwen
  • De GRIP&GLANS groepscursus, voor sociaal kwetsbare 55+ vrouwen

Voor meer informatie zie website van N Steverink en de website Grip&Glans

Voorbeelden, succes- en faalfactoren uit de praktijk

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Bijgewerkt juli 2017: met informatie NIVEL ‘Inventarisatie meetinstrumenten zelfmanagementondersteuning’

methode

Nijmegen Clinical Screening Instrument (NCSI)

Doel

De NCSI-methode biedt een verdiepende en gedetailleerde analyses van de integrale gezondheidstoestand, de ziektelast en de mate van adaptatie aan de ziekte. De NCSI-interventie helpt bij het formuleren van een individueel zorgplan, het motiveren van de patiënt tot gedragsverandering en het handelen van de verschillende zorgverleners beter op elkaar af te stemmen. Dit alles is de basis voor een goede adaptatie aan de ziekte en daarmee het verminderen van de ziektelast.

Toelichting instrument

Het instrument omvat drie componenten:

  1. meten van integrale gezondheidstoestand;
  2. interventie voor vaststellen individuele behandeldoelen en motiveren van patiënt voor gedragsverandering door POH of verpleegkundige;
  3. monitoring/ follow-up; korte onlinevragenlijst (15 à 20 minuten) in te vullen bij huisarts, poliklinisch of thuis;
    De resultaten worden direct grafisch weergegeven in patientprofielkaart; per sub domein van de integrale gezondheidstoestand is score van patient zichtbaar door bolletje in kolommen die onderverdeeld zijn in groen (normaal functioneren), geel (geringe problemen) en rood (ernstige problemen. Eenvoudig te interpreteren door patiënt en hulpverlener; in interventie wordt patientprofielkaart met patiënt besproken (30 minuten).

De NCSI kan regelmatig afgenomen worden om integrale gezondheidstoestand te monitoren. Door het bespreken van patiëntprofielkaart komen onderliggende oorzaken van problemen boven tafel die op profielkaart letterlijk zichtbaar zijn. Biedt met name inzicht in adaptieproblemen zowel voor patiënt als zorgverlener; inzicht in oorzaken is essentieel voor bieden van zorg op maat.

Doelgroep(en)

COPD

Validatie en effectiviteit

In 91% van de gevallen voorspelt NCSI monitor correct ‘pluis/niet pluis’ situatie; instrument wordt inmiddels 9 jaar in klinische praktijk gebruikt; waardevol voor longverpleegkundigen om patiënten met problemen in integrale gezondheidstoestand vroegtijdig te identificeren, zorg op maat te bieden en patiënt te motiveren voor aanvullende behandelopties (1e, 2e, 3e lijn)/ betere adaptie aan ziekte;
NCSI helpt de patiënt op juiste plek in zorgketen te krijgen; door vroegtijdige signalering helpt NCSI voorkomen dat patiënt naar duurdere 2e en 3e lijn gaat.

Artikel: A simple method to enable patient-tailored treatment and to motivate the patient to change behaviour

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Scholing gewenst

Vorm

Vragenlijst / internet applicatie.
NCS monitor is hiervoor ontwikkeld (8 vragen via internet applicatie). Hierdoor krijg je een oordeel ‘pluis’, ‘niet pluis’. Alleen bij ‘niet pluis’ wordt de volledige NCSI afgenomen.

Waar te vinden?

Folder NCSI-methode J Vercoulen juli 2014

Kosten instrument

Ontwikkeld door /contactpersoon

Radboud Universiteit Nijmegen, Medische Psychologie; Dr. Jan Vercoulen, 024-3616805

Achtergrond:
Gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en toetsing in klinische praktijk; Integrale gezondheidstoestand COPD omvat FEV1, BMI, ernst vermoeidheid, ernst, hinder en frequentie benauwdheid, emoties (angst/ frustratie), beperkingen (thuis, bij het lopen en qua beleving), mate van somberheid en tevredenheid (algemeen, lichamelijk, toekomst en sociaal).

Organisaties die werken met methode / instrument

Voorbeelden, succes- en faalfactoren uit de praktijk

Artikel uit Huisarts en Wetenschap (juni 2016): De NCSI-methode: maatwerk voor COPD-zorg

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Bijgewerkt juli 2017: met informatie NIVEL ‘Inventarisatie meetinstrumenten zelfmanagementondersteuning’

patientprofiel

Distress-screener en patientprofielkaart-screening

 Doel

Screening voor distress en uitgebreidere probleeminventarisatie (patiëntprofielkaart) bij chronisch somatische aandoeningen

Toelichting instrument

Het distress-screeningsinstrument (A) (in combinatie met of zonder cognitieve gedragsfactoren) leidt tot een korte en eenvoudige screening van patiënten die risico lopen op aanpassingsproblemen en potentieel baat hebben bij een cognitieve gedragstherapeutische behandeling.

Het bredere screeningsinstrument (B) biedt een (digitale) patiëntprofielkaart met automatische scoring, waarin op een inzichtelijke manier de belangrijkste functioneringsgebieden en potentiële kwetsbaarheidsfactoren in kaart kunnen worden gebracht en waarin ook het patiëntenperspectief is meegenomen. Op de patiëntprofielkaart wordt per domein de mate van ‘at risk’ zijn weergegeven via een kleur op een continuüm van groen naar rood, waarbij de specifieke subdomeinen kunnen worden weergegeven door op het domein te klikken. Ook kunnen de exacte scores in beeld worden gebracht en het verloop van het functioneren over de tijd/in vergelijking met de vorige meting. Hierdoor kan in 1 oogopslag gezien worden in welke domein(en) problemen zijn bij deze patiënt en kan indien nodig worden doorgeklikt om te zien op welke subdomeinen de problemen vooral bestaan. Hieraan kan een stroomdiagram met acties van de behandelaar gekoppeld worden, waarmee in combinatie met de eigen prioriteiten van de patiënt doelen kunnen worden geformuleerd waar de patiënt aan kan werken en verwijsopties staan genoemd variërend van vinger-aan-de-pols houden tot verwijzing naar (online) cognitieve gedragstherapie.

Bij de distress-screening (A) worden 2 subgroepen onderscheiden: ‘at risk’ en ‘niet at risk’.
Bij de patiëntprofielkaart-screening (B) worden 3 subgroepen onderscheiden: ‘at risk’, ‘enigszins at risk’ en ‘niet at risk’ per gemeten domein. Daarbinnen is verder onderscheid mogelijk naar de diverse subdomeinen en kan inzicht worden verkregen in de precieze scores op de vragenlijsten.

  • A: Voor de screening van distress wordt gebruik gemaakt van de negatieve stemming en angstschalen van de:
    • Invloed van Reuma op Gezondheid en Leefwijze (IRGL) of
    • Invloed van Huidaandoeningen op het Dagelijks  Leven (IHDL)
    • Daarnaast worden cognitief gedragsmatige factoren meegenomen, zoals ziektecognities (ZCL), coping (UCL) en sociale steun (IRGL, IHDL).
  • B: Voor het screeningsinstrument worden de volgende ziektegenerieke vragenlijsten gebruikt als (mogelijke) invulling van de domeinen:
    • kwaliteit van leven (RAND-36),
    • lichamelijke symptomen (VAS pijn-jeuk-vermoeidheid en CIS-vermoeidheid),
    • distress (HADS),
    • sociaal functioneren (sociale steun, ISR; sociale kwetsbaarheid: IPSM),
    • therapietrouw (MMAS) en
    • ziektecognities/coping (neuroticisme, EPQ; acceptatie, hulpeloosheid, ZCL) + patientprioriteiten voor verbetering (top 3 uit lijst met mogelijke probleemgebieden).

Voor meer informatie over het toepassen van de instrumenten: Aanvullende informatie toepassing instrument Distress

Doelgroep(en)

Generiek
Tot op heden ontwikkeld/gebruikt voor reumatische aandoeningen (reumatoïde artritis, fibromyalgie), dermatologische aandoeningen (psoriasis) en nieraandoeningen (dialysepatiënten, nierdonoren).
De IRGL en IHDL worden bij verschillende reumatische en dermatologische patiëntengroepen afgenomen. De ZCL wordt bij een groot aantal chronische zieken en/of mensen met langdurige beperkingen afgenomen.

Validatie en effectiviteit

De distress-screening (met of zonder combinatie van de cognitieve gedragsfactoren) (A) is onder meer toegepast in de volgende publicaties:

  • Evers, A.W.M., Kraaimaat, F.W., van Riel, P.L.C.M., & de Jong, A.J.L. (2002). Tailored cognitive-behavioral therapy in early rheumatoid arthritis for patients at risk: A randomized controlled trial. Pain, 100, 141-153.
  • Koulil, S. van, van Lankveld, W., Kraaimaat, F.W., van Helmond, T., Vedder, A., van Hoorn, H., Donders, R., de Jong, A.J., Haverman, J.F., Korff, K.J., van Riel, P.L., Cats, H.A., & Evers, A.W. (2010). Tailored cognitive-behavioral therapy and exercise training for high-risk fibromyalgia patients. Arthritis & Rheumatism –  Arthritis Care & Research, 10, 1377-1385.
  • Van Beugen et al. (2016). Tailored therapist-guided internet-based cognitive behavioral treatment for psoriasis: a randomized controlled trial. Psychotherapy and Psychosomatics (in press).
  • Ferwerda et al. (2016). A tailored guided internet-based cognitive-behavioral intervention for patients with rheumatoid arthritis: A randomized controlled trial. Manuscript under review.

Over het screeningsinstrument ten behoeve van de patiëntprofielkaart zijn meerdere publicaties in voorbereiding; deze zullen naar verwachting in 2016 of 2017 gepubliceerd worden.

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Scholing gewenst

Vorm

Vragenlijsten

Waar te vinden?

Kosten instrument

Ontwikkeld door /contactpersoon

Prof.dr. Andrea W.M. Evers & Dr. Henriët van Middendorp;
Universiteit Leiden, Faculteit Sociale Wetenschappen, sectie Gezondheids-, Medische en Neuropsychologie

Achtergrondinformatie over ontwikkeling, basisconcepten en theorieën
Screening van ‘at risk’ groepen is onderdeel van een personalized healthcare benadering, welke is gebaseerd op het idee dat het aanbieden van standaardbehandelingen aan iedereen leidt tot geringe effecten bij een subgroep van de patiënten. Door een interventie alleen aan te bieden aan een groep die risico loopt op het ontwikkelen van aanpassingsproblemen is de efficiëntie van behandelingen te verhogen en zijn de kosten te verlagen. Bovendien is door screening van de belangrijkste probleemgebieden en de individuele kracht- en kwetsbaarheidsfactoren van de persoon een behandeling te tailoren op het individu, wat is aangetoond te leiden tot sterkere en langer aanhoudende effecten dan de ‘one size fits all’ benadering. Hierover is een Case Management-artikel geschreven in Psychotherapy and Psychosomatics (2014), getiteld ‘Incorporating biopsychosocial characteristics into personalized healthcare: A clinical approach’.  De specifieke ontwikkeling van de patiëntprofielkaart is gebaseerd op eigen prospectief en experimenteel onderzoek bij verschillende chronische somatische aandoeningen (o.a. Evers et al., 2003, Koulil et al., 2011).

Voor de ontwikkeling van de bredere patiëntprofielkaarten in o.a. de nierpopulatie is een benadering gekozen, waarbij in grote cohorten in kaart is gebracht welke psychosociale variabelen voorspellend waren voor kwaliteit van leven op langere termijn; deze zijn vervolgens in de patiëntprofielkaart geïncludeerd.

Organisaties die werken met methode / instrument

Voorbeelden, succes- en faalfactoren uit de praktijk

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Bijgewerkt juli 2017: met informatie NIVEL ‘Inventarisatie meetinstrumenten zelfmanagementondersteuning’

vragenlijst

Tailored Adherence and Self-Management Abilities (TASMAN)

Doel

De vragenlijst geeft een snel inzicht voor patiënt en zorgverlener of patiënt in staat is tot zelfmanagement en welk aspect (coping of self-effiacy) verbeterd dient te worden.
De TASMAN vragenlijst bestaat uit twee componenten/ denkbeelden over de eigen rol in gezondheid: Self-effiacy en coping. Deze zijn gekozen omdat dit beïnvloedbaar gedrag is. Patiënten die wel en niet in staat zijn tot zelfmanagement.

Toelichting instrument

Het instrument is gebaseerd op de (General Self-efficacy scale) en UPCC (Utrecht Proactive Coping Competencies). De vragen uit deze lijsten die het best correleerde met de SMAS-30 (self-Management Ability Scale) werden geselecteerd en vormen de TASMAN vragenlijst

Doelgroep(en)

COPD

Validatie en effectiviteit

Theoretische / wetenschappelijke onderbouwing: Zelfregulatiemodel van Howard Leventhal en sociale-cognitie theorie van Bandura vormen de theoretische basis. Vooral bedoeld om adherence te verbeteren.

Gevalideerd bij mensen met COPD.
In een vervolgonderzoek zal dit instrument ook gevalideerd worden bij astma en diabetespatiënten. Dit is nog in ontwikkeling. Het is de bedoeling dat in vervolgonderzoek een afkappunt vastgesteld wordt die de patiënt in ‘goed/slecht’ zelfmanagement verdeeld, gebaseerd op de score in de TASMAN vragenlijst.

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Vorm

Vragenlijst

Waar te vinden?

TASMAN vragenlijst

Kosten instrument

Ontwikkeld door /contactpersoon

TASMAN ontwikkeld door Boehringer Ingelheim.
Contactpersoon: Maarten Voorhaar

Organisaties die werken met methode / instrument

Voorbeelden, succes- en faalfactoren uit de praktijk

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Bijgewerkt juli 2017: met informatie NIVEL ‘Inventarisatie meetinstrumenten zelfmanagementondersteuning’

vragenlijst

Ziektelastmeter COPD

Doel

Ziektelast is hoe een patiënt zijn of haar ziekte ervaart; fysiek, emotioneel, psychisch en sociaal. De ziektelastmeter COPD brengt dit eenvoudig in kaart. De resultaten van dit meetinstrument geven de patiënt de mogelijkheid met de zorgverlener plannen te maken en doelen te stellen om de kwaliteit van leven zo goed mogelijk te houden.

De ziektelastmeter is een hulpmiddel voor de integrale aanpak en persoonsgerichte zorg, in te zetten bij patiënten met COPD. Het instrument onderscheidt niet echt subgroepen maar geeft een visuele weergave van de integrale gezondheidstoestand van de patient op basis waarvan, in onderling overleg tussen patiënt en zorgverlener, een focus voor behandeling kan worden gekozen. Met het instrument kan tevens ontwikkelingen in de integrale gezondheidstoestand gemonitord worden. Een instrument voor zorg op maat.

De ziektelastmeter maakt onderdeel uit van de zorgstandaard COPD en kijkt in tegenstelling tot de GOLD-indeling bij COPD naar meer dan alleen de longfunctie van de patiënt. Bij de ziektelastmeter staat de ‘ziektelast’ van de patiënt centraal. Hierbij wordt gekeken naar de integrale gezondheidstoestand van een patiënt die bestaat uit vier onderdelen: stoornis, klachten, beperkingen, kwaliteit van leven

Toelichting instrument

  • Hoe in de praktijk te gebruiken:
    Meetinstrument met vragen over symptomen, functionele status en mentale status (Clinical COPD Questionnaire) aangevuld met vragen over vermoeidheid en emotionele ervaringen. Wordt ingevuld en er verschijnt een visuele weergave op de computer. Deze visuele weergave dient ter ondersteuning van het gesprek tussen patiënt en zorgverlener.
  • Score/uitkomst:
    Wat doet de ziektelastmeter:

    • Het meten van ziektelast
    • Structuur geven in consult
    • Inzicht geven in de ziekte
    • Shared decision making
    • Koppeling ervaren ziektelast aan behandeling
    • Monitoren en follow-up van de patiënt
    • Richting geven aan individueel zorgplan
  • Benodigde tijd: —

Doelgroep(en)

COPD

Validatie en effectiviteit

Randomized Controlled Trial uitgevoerd  onder meer dan 350 COPD patiënten om de meerwaarde van de ziektelastmeter te testen ten aanzien van standaard zorg. Aan het onderzoek doen 20 longartspraktijken en 40 huisartspraktijken mee. Een groep COPD patiënten wordt met de ziektelastmeter COPD behandeld en een ander deel op normale wijze.

De uitkomst van het onderzoek laat zien dat deze gevalideerde vragenlijst (CCQ+4 vragen) in combinatie met de visuele weergave en de beslissingsondersteuning leidt tot een betere kwaliteit van zorg en een betere kwaliteit van leven. Het gebruik van deze tool vergt uiteraard ook gespreksvaardigheden van de gebruiker om tot gezamenlijke besluitvorming te komen. De gebruikers van deze tool tijdens het onderzoek geven met grote meerderheid ook aan dat het voor hun goed werkt om op deze manier met de patiënt te communiceren. Het stelt de zorgverlener in staat om gelijk gericht een gesprek te voeren met de patiënt. Ook patiënten ervaren de tool als zinnig omdat er nu ook aanleiding is om over moeilijkere onderwerpen te spreken.

Publicatie over de effectiviteit: Effectiveness of the Assessment of Burden of Chronic Obstructive Pulmonary Disease (ABC) tool: study protocol of a cluster randomised trial in primary and secondary care, Slok et al. BMC Pulmonary Medicine 2014, 14:131 //www.biomedcentral.com/1471-2466/14/131

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Scholing gewenst.
Scholing is in ontwikkeling bij CAHAG.

Vorm

Gevalideerde vragenlijst met visuele weergave op de computer

Waar te vinden?

Achtergrondinformatie Long Alliantie: Ziektelastmeter COPD Functioneel ontwerp & specificaties, 2016

Kosten instrument

Ontwikkeld door /contactpersoon

De werkgroep ziektelastmeter bestaat uit: prof. dr. Onno van Schayck en dr. Hans in ’t Veen. Universiteit Maastricht/ PICASSO voor COPD.

  • Artikel over de ontwikkeling van de Ziektelastmeter: Development of the Assessment of Burden of COPD tool: an integrated tool to measure the burden of COPD. (npj Primary Care Respiratory Medicine (2014) 24, 14021; doi:10.1038/npjpcrm.2014.21; published online 10 July 2014)

Organisaties die werken met methode / instrument

Voorbeelden, succes- en faalfactoren uit de praktijk

Ziektelastmeter onderzoek laat zien dat deze persoonsgerichte aanpak bij COPD werkt.

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Bijgewerkt juli 2017: met informatie NIVEL ‘Inventarisatie meetinstrumenten zelfmanagementondersteuning’

patientprofiel

‘Behoefte als kompas, de oudere aan het roer’

Doel

Screeningsinstrument voor grotere groepen ouderen met als doel passende ondersteuning te bieden. Met het screeningsinstrument kunnen leefplezier, kwetsbaarheid en zorgvraag beter gedefinieerd worden.

Toelichting instrument

Schriftelijke lijst die door oudere zelf in te vullen is. Bestaat uit 39 vragen met subvragen over de volgende onderwerpen: algemene situatie, lichamelijke en geestelijke gezondheid, omgang met gezondheid en ziekte, relaties, zelfredzaamheid, gebruik gezondheidszorg en welbevinden.

5 profielen van ouderen: Deze profielen hebben niet zozeer met aandoening of leeftijd te maken maar meer met welbevinden, complexiteit van de zorgvraag en kwetsbaarheid van ouderen. De profielen zijn:

  1. vitaal : ouderen zijn zelfstandig en voelen zich gezond;
  2. moeite met ouder worden: ouderen die zelfstandig zijn mara met psychosociale klachten; 
  3. lichamelijke en mobiliteitsklachten: deze groep heeft vooral problemen met dagelijkse activiteiten;
  4. multi-domein problemen : deze groep ouderen heeft diverse problemen en is minder zelfredzaam;
  5. extreem kwetsbaar: veel problemen, niet meer zelfredzaam.

 Afhankelijk van het profiel kan voor een bepaalde behandeling of begeleiding gekozen worden. Er zijn zorgmodules geformuleerd. Er wordt gedacht in modulaire zorg. Door ouderen met vergelijkbare vragen en problemen te bundelen, kan ketenzorg aangeboden worden op basis van zorgbehoeften in plaats van leeftijd of aandoening;

Doelgroep(en)

Volwassenen / ouderen > 65 jaar
Generiek

Validatie en effectiviteit

Gevalideerd: Profielen zijn robuust en gevalideerd in twee grootschalige bevolkingsonderzoeken.

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Vorm

Vragenlijst
‘Welnu begeleidt huisartspraktijken, indien gewenst, bij afname van screening en selectie zorgmodules via een 7 stappenplan.

Waar te vinden?

Website Welnu

Kosten instrument

Ontwikkeld door /contactpersoon

Welnu (samenwerking UCMG, Espiria en Menzis);

De basis vormen de bestaande vragenlijsten zoals de Groningen Frailty Indicator; INTERMED-Elderly Self Assessment; Groningen Welbevinden indicator.
Door mensen eerst beter te leren kennen, kunnen we de persoon achter de patiënt zien en centraal stellen. Dat helpt om meer vraag gestuurd te werken en een gedifferentieerd aanbod te formuleren. Op basis van gesprekken/ interviews met ouderen in diverse werkplaatsen (thuiszorg, huisartspraktijk, Wmo-loket, ouderenbond etc.) zijn de vijf profielen samengesteld.

Organisaties die werken met methode / instrument

Voorbeelden, succes- en faalfactoren uit de praktijk

Momenteel (2016)  wordt onderzoek uitgevoerd naar succes- en faalfactoren van de zorgmodules waarbij gekeken wordt naar resultaten, draagvlak, financiering en onderlinge afstemming.

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Bijgewerkt juli 2017: met informatie NIVEL ‘Inventarisatie meetinstrumenten zelfmanagementondersteuning’

methode

A Taxonomy of Behavior Change Methods – Tables en figures

Doel

Een systematische review en overzicht met alle geïnventariseerde gedragsveranderingsmethodieken. Te gebruiken bij de keuze voor een in te zetten interventie of bij de ontwikkeling van een interventie.

Toelichting instrument

Het document ‘Tables en figures’, is één van de bijlagen bij het artikel ‘A Taxonomy of Behavior Change Methods; an Intervention Mapping Approach’ en bestaat uit 4 paragrafen:

  1. De abstract van de originele publicatie in Health Psychology Review;
  2. Een toelichting op het gebruik van de overzichtstabellen;
  3. De tabellen 1 t/m 15 waarin verschillende gedragsveranderingsmethoden worden uitgewerkt en een schematische weergave van de ontwikkeling en implementatie van een interventie.
  4. Referenties

Een aantal voorbeelden van de opgenomen methoden:

  • Methods to Change Awareness and Risk Perception
  • Methods to Change Habitual, Automatic and Impulsive Behaviors
  • Methods to Change Attitudes, Beliefs, and Outcome Expectations
  • Methods to Change Skills, Capability, and Self-Efficacy and to Overcome Barriers

Doelgroep(en)

Zorgverleners
Beleidsmakers

Validatie en effectiviteit

Theorie-based en evidence based

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Niet bekend

Vorm

Set van publicaties – artikelen

Waar te vinden?

  • Kok, G., Gottlieb, N. H., Peters, G.-J. Y., Mullen, P. D., Parcel, G. S., Ruiter, R. A. C., Fernández, M. E., Markham, C., & Bartholomew, L. K. (2015). A Taxonomy of Behavior Change Methods; an Intervention Mapping Approach. Health Psychology Review. DOI: 10.1080/17437199.2015.1077155
  • Tables en figures for A Taxonomy of Behavior Change Methods; an Intervention Mapping Approach
  • Achtergrondinformatie over Intervention Mapping

Kosten instrument

Gratis: artikelen gratis te downloaden

Ontwikkeld door /contactpersoon

G. Kok et al.

Organisaties die werken met methode / instrument

Niet bekend

Voorbeelden, succes- en faalfactoren uit de praktijk

Kok, G. (2014). A practical guide to effective behavior change: How to apply theory- and evidence-based behavior change methods in an intervention. European Health Psychologist, 16(5), 156-170.

 

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Bijwerken: maart 2016

groepsaanbod

Zelfzorgcursus ‘Geen woorden maar daden’ – ‘Beyond good intentions’ – ‘Mijn diabetes en ik’

Doel

Zelfzorgcursus voor mensen met diabetes: Een theoretisch gestuurde interventie die patiënten stapsgewijs ondersteunt in het vertalen van hun goede voornemens in concreet gedrag. Door patiënten proactief te maken en hun vaardigheden zoals doelen stellen, plannen maken en evaluatie aan te leren, worden patiënten gestimuleerd hun zelfzorg zelfstandig en actief vorm te geven en vol te houden.

Toelichting

Een speciaal hiervoor getrainde zorgverlener geeft de cursus ‘Geen woorden maar daden’, die bestaat uit een combinatie van twee individuele consulten (1 uur) en vier groepsbijeenkomsten (2 uur). Tijdens de cursus behandelt de zorgverlener de hoofdthema’s van een goede zelfzorg. Deelnemers bekijken gezamenlijk waarom leefregels belangrijk zijn, en aan de hand van het vijfstappenplan leren de deelnemers hoe ze die kunnen inpassen in hun dagelijks leven, rekening houdend met hun specifieke mogelijkheden en beperkingen.

Training gebaseerd op het 5 stappenplan: 1. Doel stellen; 2. doel verkennen; 3. inschatting situatie; 4. Actie; 5. Evaluatie

Doelgroep(en)

Diabetes type 2

Validatie en effectiviteit

Begin 2014 is het UMC Utrecht in samenwerking met GGZ psycholoog Anita Veltink een onderzoek gestart naar de langere termijneffecten van de cursus ‘Beyond Good Intentions’. Na 9 maanden is de cursus bewezen effectief, nu worden de effecten na 2,5 jaar onderzocht.

B. Thoolen et al: Beyond Good Intentions: the development and evaluation of a proactive self-management course for patients recently diagnosed with Type 2 diabetes

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Scholing gewenst

Vorm

Cursus / groepsbijeenkomst, in de praktijk bekend onder verschillende titels.

Waar te vinden?

De Ondernemende Huisarts biedt de zelfzorgcursus ‘Mijn diabetes en ik’ aan..

Kosten instrument

Niet bekend

Ontwikkeld door /contactpersoon

Beyond good intentions: Thoolen, B.J., Ridder, D. de, Bensing, J., Gorter, K., Rutten, G.

Organisaties die werken met methode / instrument

  • Zorggroep De Ondernemende Huisarts biedt de zelfzorgcursus ‘Mijn diabetes en ik’ aan.
  • Meer informatie via DOH Zorggroep: Nathalie Eikelenboom, stafmedewerker zelfmanagement en eHealth

Voorbeelden, succes- en faalfactoren uit de praktijk

Artikel: Van willen naar kunnen: succesvolle zelfzorg bij diabetes, Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2008, nummer 4:97-101

 

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Bijwerken: februari 2016

methode

Doen en blijven doen, stappenreeks en persoonsgebonden factoren

Doel

Methode en training met als doel om zorgverleners te ondersteunen bij het motiveren van patiënten met een chronische ziekte om hun gezondheid te verbeteren. De module ‘Doen en Blijven Doen – zelfmanagement met hulp van de stappenreeks en de persoonsgebonden factoren’ heeft als doel zorgprofessionals houvast te bieden bij het doelgericht, gedragsgericht voorlichten en begeleiden bij gedragsverandering van hun patiënten: toewerken naar empowerment en zelfmanagement.

Toelichting

In ‘Doen en Blijven Doen’ wordt zelfmanagement benaderd vanuit fasen (de stappenreeks) en vanuit hoe de patiënt omgaat met gezondheidsgedrag (de persoonsgebonden factoren). De therapeut heeft een rol als coach en motivator, de patiënt is uiteindelijk de gedragsveranderaar.

  • De stappenreeks van voorlichting: openstaan, begrijpen, willen, kunnen, doen en blijven doen.
  • De persoonsgebonden factoren: demografische kenmerken, locus of control, stijlen van attributie, stress en stijlen van coping, emotionele gesteldheden, pijn en somatisatie.
  • E.e.a. wordt verduidelijkt aan de hand van casuïstiek.

Door het invullen van de vragenlijst wordt het gezondheidsgedrag van de patiënt in beeld gebracht; wat zijn manieren van denken, voelen, doen en welke gewoontes heeft hij in het omgaan met gezondheid. Hierdoor wordt het voor de hulpverlener veel duidelijker hoe hij de patiënt kan ondersteunen bij gedragsverandering en zelfmanagement. De stappenreeks en de persoonsgebonden factoren bieden een handvat voor voorlichting op maat: voorlichting die op de persoon en zijn doelen is afgestemd. Een gedragsverandering gericht op bevorderen van zelfmanagement en therapietrouw zal hierdoor eerder tot stand komen.

SeMaS (SelfManagement Screening)
In samenwerking met IQ-healthcare (Radboud Universiteit Nijmegen), DOH (De Ondernemende Huisarts) en Doen en Blijven Doen is een zelfmanagement-screeningsinstrument (Self Management Screening, SeMaS) ontwikkeld. In de SeMaS zijn opgenomen: de ernst van de ziekte, opleiding, demografische kenmerken, functionele status, (computer)vaardigheden, geschiktheid voor groepsinterventies, de mate van bereidheid voor zelfzorg. Wat betreft de persoonsgebonden factoren zijn de demografische kenmerken, locus of control, de eigen effectiviteit (van de stap willen), de sociale steun, de emotionele gesteldheden depressie en angst en de stijl van coping opgenomen.

Doelgroep(en)

Generiek: Mensen met één of meerdere chronische ziekten.
Zorgverleners: multidisciplinair: ketenpartners, huisartsen en POH

Validatie en effectiviteit

Gevalideerd: meer informatie op de website Doen en blijven doen / onderzoek

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Scholing in methode gewenst

Vorm

  • Methode (het boek over de methode Doen en Blijven Doen voor eerstelijns zorgverleners is medio 2018 vernieuwd)
  • Training: de basistraining bestaat uit 3 bijeenkomsten (avonden).

Waar te vinden?

Kosten instrument

Niet bekend

Ontwikkeld door /contactpersoon

Marieke van der Burgt (arts) en Frank Verhulst (psycholoog)

Organisaties die werken met methode / instrument

De Ondenemende Huisarts: DOH

Voorbeelden, succes- en faalfactoren uit de praktijk

 

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Bijwerken: augustus 2018