Berichten

e-health app

Mirro

Doel

De online (zelfhulp) modules van mirro helpen bij het herkennen, aanpakken en het later opnieuw voorkomen van diverse psychische klachten.

Toelichting instrument

De online (zelfhulp) modules van mirro helpen bij het herkennen, aanpakken en het later opnieuw voorkomen van diverse psychische klachten. De modules bestaan uit psycho-educatie, oefeningen, ervaringsverhalen, tests en tips, en zijn laagdrempelig en actiegericht. Er zijn in totaal 17 verschillende thema’s, waaronder relatieproblemen, geldzorgen, depressie, slaapproblemen en burn-out klachten.

De behandelaar nodigt de cliënt uit voor de gewenste module. Mirro werkt daarnaast met een voucherpakket waarmee cliënten anoniem aan de slag met de oefeningen, video’s en ervaringsverhalen op alle 17 beschikbare zelfhulp modules.

Ook kunnen patiënten zelfstandig aan de slag met online zelfhulp. Iedere module bestaat uit een gratis zelftest en algemene informatie over het thema. Voor oefeningen, extra uitleg en ervaringsverhalen betalen gebruikers € 7,- voor één jaar premium gebruik van alle beschikbare modules, anoniem.

Doelgroep(en)

Volwassenen
Mensen met somberheids en depressieve klachten

Validatie en effectiviteit

De inhoud van de modules is ontwikkeld door GGZ-professionals met specifieke expertise op het thema. Er is hierbij gebruik gemaakt van inzichten uit behandelvormen die in de dagelijkse GGZ-praktijk worden toegepast, zoals ACT (Acceptance en commitment therapy), cognitieve gedragstherapie en mindfulness.

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Training e-Mental Health in de huisartsenpraktijk voor psycholoog, huisarts of POH GGZ is mogelijk via mirro.

Vorm

Website met online modules

Waar te vinden?

Website: Mirro.nl

Kosten instrument

Voor oefeningen, extra uitleg en ervaringsverhalen betalen gebruikers – zonder verwijzing vanuit de huisartsenpraktijk of voucher van de werkgever – voor één jaar premium gebruik van alle beschikbare modules € 7,-.

Ontwikkeld door /contactpersoon

Stichting mirro is een gezamenlijk initiatief van de GGZ-instellingen AZmn, GGZ Drenthe, GGZ inGeest, Parnassia Groep en verzekeraar Achmea. Meer informatie over mirro.

Organisaties die werken met methode / instrument

Niet bekend

Voorbeelden, succes- en faalfactoren uit de praktijk

Niet bekend

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Bijwerken: december 2017

methode

Nijmegen Clinical Screening Instrument (NCSI)

Doel

De NCSI-methode biedt een verdiepende en gedetailleerde analyses van de integrale gezondheidstoestand, de ziektelast en de mate van adaptatie aan de ziekte. De NCSI-interventie helpt bij het formuleren van een individueel zorgplan, het motiveren van de patiënt tot gedragsverandering en het handelen van de verschillende zorgverleners beter op elkaar af te stemmen. Dit alles is de basis voor een goede adaptatie aan de ziekte en daarmee het verminderen van de ziektelast.

Toelichting instrument

Het instrument omvat drie componenten:

  1. meten van integrale gezondheidstoestand;
  2. interventie voor vaststellen individuele behandeldoelen en motiveren van patiënt voor gedragsverandering door POH of verpleegkundige;
  3. monitoring/ follow-up; korte onlinevragenlijst (15 à 20 minuten) in te vullen bij huisarts, poliklinisch of thuis;
    De resultaten worden direct grafisch weergegeven in patientprofielkaart; per sub domein van de integrale gezondheidstoestand is score van patient zichtbaar door bolletje in kolommen die onderverdeeld zijn in groen (normaal functioneren), geel (geringe problemen) en rood (ernstige problemen. Eenvoudig te interpreteren door patiënt en hulpverlener; in interventie wordt patientprofielkaart met patiënt besproken (30 minuten).

De NCSI kan regelmatig afgenomen worden om integrale gezondheidstoestand te monitoren. Door het bespreken van patiëntprofielkaart komen onderliggende oorzaken van problemen boven tafel die op profielkaart letterlijk zichtbaar zijn. Biedt met name inzicht in adaptieproblemen zowel voor patiënt als zorgverlener; inzicht in oorzaken is essentieel voor bieden van zorg op maat.

Doelgroep(en)

COPD

Validatie en effectiviteit

In 91% van de gevallen voorspelt NCSI monitor correct ‘pluis/niet pluis’ situatie; instrument wordt inmiddels 9 jaar in klinische praktijk gebruikt; waardevol voor longverpleegkundigen om patiënten met problemen in integrale gezondheidstoestand vroegtijdig te identificeren, zorg op maat te bieden en patiënt te motiveren voor aanvullende behandelopties (1e, 2e, 3e lijn)/ betere adaptie aan ziekte;
NCSI helpt de patiënt op juiste plek in zorgketen te krijgen; door vroegtijdige signalering helpt NCSI voorkomen dat patiënt naar duurdere 2e en 3e lijn gaat.

Artikel: A simple method to enable patient-tailored treatment and to motivate the patient to change behaviour

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Scholing gewenst

Vorm

Vragenlijst / internet applicatie.
NCS monitor is hiervoor ontwikkeld (8 vragen via internet applicatie). Hierdoor krijg je een oordeel ‘pluis’, ‘niet pluis’. Alleen bij ‘niet pluis’ wordt de volledige NCSI afgenomen.

Waar te vinden?

Folder NCSI-methode J Vercoulen juli 2014

Kosten instrument

Ontwikkeld door /contactpersoon

Radboud Universiteit Nijmegen, Medische Psychologie; Dr. Jan Vercoulen, 024-3616805

Achtergrond:
Gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en toetsing in klinische praktijk; Integrale gezondheidstoestand COPD omvat FEV1, BMI, ernst vermoeidheid, ernst, hinder en frequentie benauwdheid, emoties (angst/ frustratie), beperkingen (thuis, bij het lopen en qua beleving), mate van somberheid en tevredenheid (algemeen, lichamelijk, toekomst en sociaal).

Organisaties die werken met methode / instrument

Voorbeelden, succes- en faalfactoren uit de praktijk

Artikel uit Huisarts en Wetenschap (juni 2016): De NCSI-methode: maatwerk voor COPD-zorg

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Bijgewerkt juli 2017: met informatie NIVEL ‘Inventarisatie meetinstrumenten zelfmanagementondersteuning’

patientprofiel

Distress-screener en patientprofielkaart-screening

 Doel

Screening voor distress en uitgebreidere probleeminventarisatie (patiëntprofielkaart) bij chronisch somatische aandoeningen

Toelichting instrument

Het distress-screeningsinstrument (A) (in combinatie met of zonder cognitieve gedragsfactoren) leidt tot een korte en eenvoudige screening van patiënten die risico lopen op aanpassingsproblemen en potentieel baat hebben bij een cognitieve gedragstherapeutische behandeling.

Het bredere screeningsinstrument (B) biedt een (digitale) patiëntprofielkaart met automatische scoring, waarin op een inzichtelijke manier de belangrijkste functioneringsgebieden en potentiële kwetsbaarheidsfactoren in kaart kunnen worden gebracht en waarin ook het patiëntenperspectief is meegenomen. Op de patiëntprofielkaart wordt per domein de mate van ‘at risk’ zijn weergegeven via een kleur op een continuüm van groen naar rood, waarbij de specifieke subdomeinen kunnen worden weergegeven door op het domein te klikken. Ook kunnen de exacte scores in beeld worden gebracht en het verloop van het functioneren over de tijd/in vergelijking met de vorige meting. Hierdoor kan in 1 oogopslag gezien worden in welke domein(en) problemen zijn bij deze patiënt en kan indien nodig worden doorgeklikt om te zien op welke subdomeinen de problemen vooral bestaan. Hieraan kan een stroomdiagram met acties van de behandelaar gekoppeld worden, waarmee in combinatie met de eigen prioriteiten van de patiënt doelen kunnen worden geformuleerd waar de patiënt aan kan werken en verwijsopties staan genoemd variërend van vinger-aan-de-pols houden tot verwijzing naar (online) cognitieve gedragstherapie.

Bij de distress-screening (A) worden 2 subgroepen onderscheiden: ‘at risk’ en ‘niet at risk’.
Bij de patiëntprofielkaart-screening (B) worden 3 subgroepen onderscheiden: ‘at risk’, ‘enigszins at risk’ en ‘niet at risk’ per gemeten domein. Daarbinnen is verder onderscheid mogelijk naar de diverse subdomeinen en kan inzicht worden verkregen in de precieze scores op de vragenlijsten.

  • A: Voor de screening van distress wordt gebruik gemaakt van de negatieve stemming en angstschalen van de:
    • Invloed van Reuma op Gezondheid en Leefwijze (IRGL) of
    • Invloed van Huidaandoeningen op het Dagelijks  Leven (IHDL)
    • Daarnaast worden cognitief gedragsmatige factoren meegenomen, zoals ziektecognities (ZCL), coping (UCL) en sociale steun (IRGL, IHDL).
  • B: Voor het screeningsinstrument worden de volgende ziektegenerieke vragenlijsten gebruikt als (mogelijke) invulling van de domeinen:
    • kwaliteit van leven (RAND-36),
    • lichamelijke symptomen (VAS pijn-jeuk-vermoeidheid en CIS-vermoeidheid),
    • distress (HADS),
    • sociaal functioneren (sociale steun, ISR; sociale kwetsbaarheid: IPSM),
    • therapietrouw (MMAS) en
    • ziektecognities/coping (neuroticisme, EPQ; acceptatie, hulpeloosheid, ZCL) + patientprioriteiten voor verbetering (top 3 uit lijst met mogelijke probleemgebieden).

Voor meer informatie over het toepassen van de instrumenten: Aanvullende informatie toepassing instrument Distress

Doelgroep(en)

Generiek
Tot op heden ontwikkeld/gebruikt voor reumatische aandoeningen (reumatoïde artritis, fibromyalgie), dermatologische aandoeningen (psoriasis) en nieraandoeningen (dialysepatiënten, nierdonoren).
De IRGL en IHDL worden bij verschillende reumatische en dermatologische patiëntengroepen afgenomen. De ZCL wordt bij een groot aantal chronische zieken en/of mensen met langdurige beperkingen afgenomen.

Validatie en effectiviteit

De distress-screening (met of zonder combinatie van de cognitieve gedragsfactoren) (A) is onder meer toegepast in de volgende publicaties:

  • Evers, A.W.M., Kraaimaat, F.W., van Riel, P.L.C.M., & de Jong, A.J.L. (2002). Tailored cognitive-behavioral therapy in early rheumatoid arthritis for patients at risk: A randomized controlled trial. Pain, 100, 141-153.
  • Koulil, S. van, van Lankveld, W., Kraaimaat, F.W., van Helmond, T., Vedder, A., van Hoorn, H., Donders, R., de Jong, A.J., Haverman, J.F., Korff, K.J., van Riel, P.L., Cats, H.A., & Evers, A.W. (2010). Tailored cognitive-behavioral therapy and exercise training for high-risk fibromyalgia patients. Arthritis & Rheumatism –  Arthritis Care & Research, 10, 1377-1385.
  • Van Beugen et al. (2016). Tailored therapist-guided internet-based cognitive behavioral treatment for psoriasis: a randomized controlled trial. Psychotherapy and Psychosomatics (in press).
  • Ferwerda et al. (2016). A tailored guided internet-based cognitive-behavioral intervention for patients with rheumatoid arthritis: A randomized controlled trial. Manuscript under review.

Over het screeningsinstrument ten behoeve van de patiëntprofielkaart zijn meerdere publicaties in voorbereiding; deze zullen naar verwachting in 2016 of 2017 gepubliceerd worden.

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Scholing gewenst

Vorm

Vragenlijsten

Waar te vinden?

Kosten instrument

Ontwikkeld door /contactpersoon

Prof.dr. Andrea W.M. Evers & Dr. Henriët van Middendorp;
Universiteit Leiden, Faculteit Sociale Wetenschappen, sectie Gezondheids-, Medische en Neuropsychologie

Achtergrondinformatie over ontwikkeling, basisconcepten en theorieën
Screening van ‘at risk’ groepen is onderdeel van een personalized healthcare benadering, welke is gebaseerd op het idee dat het aanbieden van standaardbehandelingen aan iedereen leidt tot geringe effecten bij een subgroep van de patiënten. Door een interventie alleen aan te bieden aan een groep die risico loopt op het ontwikkelen van aanpassingsproblemen is de efficiëntie van behandelingen te verhogen en zijn de kosten te verlagen. Bovendien is door screening van de belangrijkste probleemgebieden en de individuele kracht- en kwetsbaarheidsfactoren van de persoon een behandeling te tailoren op het individu, wat is aangetoond te leiden tot sterkere en langer aanhoudende effecten dan de ‘one size fits all’ benadering. Hierover is een Case Management-artikel geschreven in Psychotherapy and Psychosomatics (2014), getiteld ‘Incorporating biopsychosocial characteristics into personalized healthcare: A clinical approach’.  De specifieke ontwikkeling van de patiëntprofielkaart is gebaseerd op eigen prospectief en experimenteel onderzoek bij verschillende chronische somatische aandoeningen (o.a. Evers et al., 2003, Koulil et al., 2011).

Voor de ontwikkeling van de bredere patiëntprofielkaarten in o.a. de nierpopulatie is een benadering gekozen, waarbij in grote cohorten in kaart is gebracht welke psychosociale variabelen voorspellend waren voor kwaliteit van leven op langere termijn; deze zijn vervolgens in de patiëntprofielkaart geïncludeerd.

Organisaties die werken met methode / instrument

Voorbeelden, succes- en faalfactoren uit de praktijk

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Bijgewerkt juli 2017: met informatie NIVEL ‘Inventarisatie meetinstrumenten zelfmanagementondersteuning’

vragenlijst

Ziektelastmeter COPD

Doel

Ziektelast is hoe een patiënt zijn of haar ziekte ervaart; fysiek, emotioneel, psychisch en sociaal. De ziektelastmeter COPD brengt dit eenvoudig in kaart. De resultaten van dit meetinstrument geven de patiënt de mogelijkheid met de zorgverlener plannen te maken en doelen te stellen om de kwaliteit van leven zo goed mogelijk te houden.

De ziektelastmeter is een hulpmiddel voor de integrale aanpak en persoonsgerichte zorg, in te zetten bij patiënten met COPD. Het instrument onderscheidt niet echt subgroepen maar geeft een visuele weergave van de integrale gezondheidstoestand van de patient op basis waarvan, in onderling overleg tussen patiënt en zorgverlener, een focus voor behandeling kan worden gekozen. Met het instrument kan tevens ontwikkelingen in de integrale gezondheidstoestand gemonitord worden. Een instrument voor zorg op maat.

De ziektelastmeter maakt onderdeel uit van de zorgstandaard COPD en kijkt in tegenstelling tot de GOLD-indeling bij COPD naar meer dan alleen de longfunctie van de patiënt. Bij de ziektelastmeter staat de ‘ziektelast’ van de patiënt centraal. Hierbij wordt gekeken naar de integrale gezondheidstoestand van een patiënt die bestaat uit vier onderdelen: stoornis, klachten, beperkingen, kwaliteit van leven

Toelichting instrument

  • Hoe in de praktijk te gebruiken:
    Meetinstrument met vragen over symptomen, functionele status en mentale status (Clinical COPD Questionnaire) aangevuld met vragen over vermoeidheid en emotionele ervaringen. Wordt ingevuld en er verschijnt een visuele weergave op de computer. Deze visuele weergave dient ter ondersteuning van het gesprek tussen patiënt en zorgverlener.
  • Score/uitkomst:
    Wat doet de ziektelastmeter:

    • Het meten van ziektelast
    • Structuur geven in consult
    • Inzicht geven in de ziekte
    • Shared decision making
    • Koppeling ervaren ziektelast aan behandeling
    • Monitoren en follow-up van de patiënt
    • Richting geven aan individueel zorgplan
  • Benodigde tijd: —

Doelgroep(en)

COPD

Validatie en effectiviteit

Randomized Controlled Trial uitgevoerd  onder meer dan 350 COPD patiënten om de meerwaarde van de ziektelastmeter te testen ten aanzien van standaard zorg. Aan het onderzoek doen 20 longartspraktijken en 40 huisartspraktijken mee. Een groep COPD patiënten wordt met de ziektelastmeter COPD behandeld en een ander deel op normale wijze.

De uitkomst van het onderzoek laat zien dat deze gevalideerde vragenlijst (CCQ+4 vragen) in combinatie met de visuele weergave en de beslissingsondersteuning leidt tot een betere kwaliteit van zorg en een betere kwaliteit van leven. Het gebruik van deze tool vergt uiteraard ook gespreksvaardigheden van de gebruiker om tot gezamenlijke besluitvorming te komen. De gebruikers van deze tool tijdens het onderzoek geven met grote meerderheid ook aan dat het voor hun goed werkt om op deze manier met de patiënt te communiceren. Het stelt de zorgverlener in staat om gelijk gericht een gesprek te voeren met de patiënt. Ook patiënten ervaren de tool als zinnig omdat er nu ook aanleiding is om over moeilijkere onderwerpen te spreken.

Publicatie over de effectiviteit: Effectiveness of the Assessment of Burden of Chronic Obstructive Pulmonary Disease (ABC) tool: study protocol of a cluster randomised trial in primary and secondary care, Slok et al. BMC Pulmonary Medicine 2014, 14:131 http://www.biomedcentral.com/1471-2466/14/131

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Scholing gewenst.
Scholing is in ontwikkeling bij CAHAG.

Vorm

Gevalideerde vragenlijst met visuele weergave op de computer

Waar te vinden?

Achtergrondinformatie Long Alliantie: Ziektelastmeter COPD Functioneel ontwerp & specificaties, 2016

Kosten instrument

Ontwikkeld door /contactpersoon

De werkgroep ziektelastmeter bestaat uit: prof. dr. Onno van Schayck en dr. Hans in ’t Veen. Universiteit Maastricht/ PICASSO voor COPD.

  • Artikel over de ontwikkeling van de Ziektelastmeter: Development of the Assessment of Burden of COPD tool: an integrated tool to measure the burden of COPD. (npj Primary Care Respiratory Medicine (2014) 24, 14021; doi:10.1038/npjpcrm.2014.21; published online 10 July 2014)

Organisaties die werken met methode / instrument

Voorbeelden, succes- en faalfactoren uit de praktijk

Ziektelastmeter onderzoek laat zien dat deze persoonsgerichte aanpak bij COPD werkt.

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Bijgewerkt juli 2017: met informatie NIVEL ‘Inventarisatie meetinstrumenten zelfmanagementondersteuning’

methode

Health counseling – methode

Doel

Het Health Counselings model (HC) is een systematische methode om leefstijladviezen af te stemmen op de specifieke situatie van de patiënt en gericht op de begeleiding van de deelnemer met als doel hem te motiveren en gestelde doelen ook daadwerkelijk uit te voeren en vol te houden. Dit model is toe te passen voor allerlei adviezen over gedragsveranderingen.

Toelichting

De methode is gebaseerd op sociaal psychologische en cognitief gedragsmatige theorieën. Deze theorieën zijn geïntegreerd in een praktisch hanteerbaar praktijkmodel. Begeleiding en advies worden gefaseerd en in afzonderlijke stappen gegeven. In het praktijkmodel wordt het keuze-, afweging- en besluitvormingsproces van de patiënt gestimuleerd. De patiënt draagt de verantwoordelijkheid voor haar eigen keuzes. De hulpverlener is verantwoordelijk voor het op deskundige wijze begeleiden en ondersteunen van het proces.

Fasen en stappen in proces van Health Counseling:

  • voorbereiding: bewustwording , afweging , besluitvorming;
  • uitvoering van advies: gedragsverandering;
  • nazorg: gedragsbehoud patiënten en preventie van terugval.

Doelgroep(en)

Zorgverleners

Validatie en effectiviteit

Niet bekend

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Scholing gewenst

Vorm

Methode

Waar te vinden?

  • Samenvatting van de methode uit de Toolbox Zelfmanagement bij leefstijlverandering, NISB 2012: Health Counseling
  • De methode wordt uiteengezet in het boek: Health Counseling van Frans Gerards en R. Borgers
    De opzet van dit boek, met achter ieder hoofdstuk kennisvragen en praktische opdrachten ter verwerking van de bestudeerde stof, maken van dit boek een complete inleiding in de systematiek van het (para)medische en verpleegkundige adviesgesprek.

Kosten instrument

N.v.t.

Ontwikkeld door /contactpersoon

In 1988/89 werd door medewerkers van de vakgroepen Huisartsgeneeskunde en Gezondheidsvoorlichting van de Universiteit Maastricht het ‘health counseling’-model ontwikkeld.

Organisaties die werken met methode / instrument

Niet bekend

Voorbeelden, succes- en faalfactoren uit de praktijk

Niet bekend

 

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Bijwerken: februari 2016

methode

Pilot Leefstijlcoaching, individuele begeleiding en groepsbegeleiding

Doel

Een driejarige proef / pilot waarbij patiënten leefstijlcoaching krijgen aangeboden om chronische ziekten te voorkomen of te stabiliseren. De leefstijlcoach komt in beeld wanneer leefstijladviezen niet voldoende blijken en intensievere begeleiding nodig is.

Toelichting

Patiënten met (een hoog risico op) een chronische aandoening (diabetes, hart- en vaatziekten en obesitas) gerelateerd aan de leefstijl die extra begeleiding krijgen op het gebied van beweging en voeding. Het programma bestaat uit 8 groeps- en 4 individuele bijeenkomsten in een tijdsbestek van 32 weken (de groepsbijeenkomsten bestaan uit 10 – 12 personen en duren 1,5 uur). De aanpak is gericht op het stapsgewijs aanpassen van het leefpatroon en is gericht op een duurzamere verandering van gedrag en leefstijl. Deelnemers die hiermee niet voldoende geholpen zijn krijgen extra individuele sessies met de leefstijlcoach. De leefstijlcoach zal tevens een belangrijke rol spelen in de verbinding met het gemeentelijk sport- en beweegaanbod.

Doelgroep(en)

Diabetes type 2;
Hart-en vaatziekten;
Obesitas

Validatie en effectiviteit

De Academie voor Leefstijl en Gezondheid (AVLEG) en zorgverzekeraar CZ zijn deze driejarige proef in februari 2014 gestart. De pilot wordt wetenschappelijk geëvalueerd door o.a. Universiteit Maastricht. Naar aanleiding van de resultaten besluit de Nederlandse Zorg Autoriteit (NZA) of leefstijlcoaching een vaste plek krijgt in de basisverzekering.

De doelstelling van deze studie is om de implementatie van de HBO-opgeleide leefstijlcoach als regievoerder binnen de Gecombineerde Leefstijlinterventie te monitoren in termen van proces (instroom, kwaliteit, barrières, compliance, competenties, patiënttevredenheid) en effect (motivatieverandering, gedragsverandering, verandering in lichaamssamenstelling, kwaliteit van leven).

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Opleiding tot leefstijlcoach gewenst.

Vorm

Pilot in drie regio’s

Waar te vinden?

Kosten instrument

Niet bekend

Ontwikkeld door /contactpersoon

De Academie voor Leefstijl en Gezondheid (AVLEG) en zorgverzekeraar CZ.

Organisaties die werken met methode / instrument

In de regio Oosterhout (Zorggroep ZORROO) en Parkstad (Zorggroep HOZL) richt de leefstijlcoach zich op volwassenen met (een hoog risico op) chronische aandoeningen. In Den Bosch richt de leefstijlcoach zich op kinderen tot 18 jaar met fors overgewicht en obesitas.

Voorbeelden, succes- en faalfactoren uit de praktijk

Niet bekend.

 

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Bijwerken: maart 2016

methode

Gezamenlijk medisch consult – groepsconsult

Doel

Met het Gezamenlijk Medisch Consult (GMC) wordt kwalitatief hoogwaardige en tijdige zorg geboden aan een groep patiënten. Het toepassen van dit concept verbetert de voorlichting aan patiënten waardoor de patiënttevredenheid toeneemt. De zorgverlener krijgt meer tijd om dieper in te gaan op bijvoorbeeld de psychosociale en leefstijlaspecten.

Toelichting

Het Gezamenlijk Medisch Consult is een vorm van consultvoering waarbij 6 tot 12 patiënten tegelijkertijd worden gezien door een zorgverlener. De zorgverlener bespreekt met de patiënten één voor één het ziekteverloop en beantwoordt zijn of haar vragen. Het toepassen van dit concept verbetert het zelfmanagement en de tevredenheid van de patiënten. Doordat patiënten van anderen horen hoe zij een bepaald doel bereikt of een obstakel overwonnen hebben, worden mogelijke barrières voor gedragsverandering opgeheven.

  • Serie 1-op-1 consulten, in aanwezigheid van medepatiënten
  • Duur: 90 minuten
  • Aantal patiënten: 6-14
  • Volledige vervanging van het betreffende consult
  • Geen vervanging van alle 1 op 1 consulten
  • Géén voorlichtingsbijeenkomst
  • Vrijwillige deelname patiënten

Het concept van GMC wordt aangepast aan de eigen situatie, patiëntenpopulatie en het zorgverlenersteam. Enkele kenmerken zijn overal gelijk: het GMC is een volledige vervanging van een individueel consult en het GMC wordt uitgevoerd door een team, o.a. zorgverlener en groepsbegeleider.

Doelgroep(en)

Zorgverleners
Beleidsmakers

Validatie en effectiviteit

Onderzoek door Nivel naar ‘Gezamenlijk Medisch Consult: samen naar de dokter’. Ervaringen van patiënten en zorgverleners. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 153 (2009) A 828.

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Scholing gewenst

Vorm

Methode
Praktische handleiding

Waar te vinden?

  • Achtergrondinformatie – boek: Een praktische handleiding: Gezamenlijk medisch consult, Femke Seesing, Ilse Raats, 1e druk 28-11-2009; ISBN 9789031372430. Dit boek laat zien hoe een ‘GMC’ op te zetten aan de hand van een checklist en bespreekt alle voorwaarden van een succesvol gezamenlijk medisch consult.
  • Recensie van het boek: Gezamenlijk medisch consult. Een praktische handleiding

Kosten instrument

Boek: €15,-
Methode GMC: niet bekend

Ontwikkeld door /contactpersoon

Kwaliteitsinstituut CBO

Organisaties die werken met methode / instrument

Gezamenlijke Medische Consulten (GMC’s) worden sinds 2005 door zo’n 50 teams toegepast in de Nederlandse gezondheidszorg.

Voorbeelden, succes- en faalfactoren uit de praktijk

 

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Bijwerken: maart 2016

gezamenlijke besluitvorming

Gezamenlijke besluitvorming – achtergrondinformatie

Doel

Gezamenlijke besluitvorming stimuleert het proces waarin de patiënt wordt geholpen de juiste keuze te maken als het gaat om diagnostiek of behandeling. Gezamenlijke besluitvorming is een belangrijke pijler van goede zorg en het vergroten van de eigen regie van patiënten. Het sluit goed aan bij de wens en noodzaak om zelfmanagement te ondersteunen, waarin de patiënt meer regie en verantwoordelijkheid op zich neemt.

Toelichting

Gezamenlijke besluitvorming ofwel gedeelde besluitvorming ofwel shared decision. De samenwerkende landelijke partijen hebben gekozen de term gezamenlijke besluitvorming te hanteren.

Bij gezamenlijke besluitvorming stelt de zorgverlener veel open vragen, geeft en vraagt veel informatie, vraagt of de patiënt wil participeren in de besluitvorming en houdt expliciet rekening met diens omstandigheden en voorkeuren.

Drie stappen in gezamenlijke besluitvorming die de essentie ervan goed weergeven:

  • ‘Choice talk’ (het bespreken dat er keuzes zijn binnen het zorgproces),
  • ‘Option talk’ (het bespreken van de opties met bijbehorende voor- en nadelen, bijv. met gebruik van keuzehulpen) en
  • ‘Decision talk’ (het helpen van de patiënt om zijn eigen voorkeuren te ontdekken en samen een beslissing te nemen).

Van belang is dat gezamenlijke besluitvorming niet op één moment, maar op diverse momenten in het proces plaatsvindt.

Doelgroep(en)

Zorgverleners
Beleidsmakers

Validatie en effectiviteit

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat het goed inrichten en ondersteunen van het besluitvormingsproces de patiënten helpt. Ze zijn beter geïnformeerd, ze zijn zich meer bewust van de voor- en nadelen van bepaalde keuzes, ze voelen zich vaker tevreden en twijfelen minder over hun genomen beslissing (zie Cochrane-review). De meeste patiënten (70%) willen actief betrokken worden bij het nemen van belangrijke medische beslissingen; het overig deel (30%) laat de beslissing liever aan de zorgverlener over. Gezamenlijke besluitvorming levert meer patiënttevredenheid en een betere kwaliteit van leven op, en draagt bij tot een betere zorgverlener-patiëntrelatie. Patiënten die zelf beslissen, maken doorgaans een weloverwogen en medisch gezien verstandige keuze. Bij gezamenlijke besluitvorming stelt de zorgverlener veel open vragen, geeft en vraagt veel informatie, vraagt of de patiënt wil participeren in de besluitvorming en houdt expliciet rekening met diens omstandigheden en voorkeuren. (Informatie overgenomen van website www.zelfmanagement.com)

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Scholing gewenst

Vorm

Achtergrondinformatie op websites

Waar te vinden?

  1. Thema ‘Gedeelde besluitvorming’ op de website Zelfmanagement.com:
  2. Thema ‘Samen beslissen’ op de website Kennisplein Chronische zorg : Factsheet: Introductie Samen Beslissen

Kosten instrument

N.v.t

Ontwikkeld door /contactpersoon

N.v.t.

Organisaties die werken met methode / instrument

Volgt

Voorbeelden, succes- en faalfactoren uit de praktijk

Volgt

 

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Bijwerken: maart 2016

groepsaanbod

Zelfzorgcursus ‘Geen woorden maar daden’ – ‘Beyond good intentions’ – ‘Mijn diabetes en ik’

Doel

Zelfzorgcursus voor mensen met diabetes: Een theoretisch gestuurde interventie die patiënten stapsgewijs ondersteunt in het vertalen van hun goede voornemens in concreet gedrag. Door patiënten proactief te maken en hun vaardigheden zoals doelen stellen, plannen maken en evaluatie aan te leren, worden patiënten gestimuleerd hun zelfzorg zelfstandig en actief vorm te geven en vol te houden.

Toelichting

Een speciaal hiervoor getrainde zorgverlener geeft de cursus ‘Geen woorden maar daden’, die bestaat uit een combinatie van twee individuele consulten (1 uur) en vier groepsbijeenkomsten (2 uur). Tijdens de cursus behandelt de zorgverlener de hoofdthema’s van een goede zelfzorg. Deelnemers bekijken gezamenlijk waarom leefregels belangrijk zijn, en aan de hand van het vijfstappenplan leren de deelnemers hoe ze die kunnen inpassen in hun dagelijks leven, rekening houdend met hun specifieke mogelijkheden en beperkingen.

Training gebaseerd op het 5 stappenplan: 1. Doel stellen; 2. doel verkennen; 3. inschatting situatie; 4. Actie; 5. Evaluatie

Doelgroep(en)

Diabetes type 2

Validatie en effectiviteit

Begin 2014 is het UMC Utrecht in samenwerking met GGZ psycholoog Anita Veltink een onderzoek gestart naar de langere termijneffecten van de cursus ‘Beyond Good Intentions’. Na 9 maanden is de cursus bewezen effectief, nu worden de effecten na 2,5 jaar onderzocht.

B. Thoolen et al: Beyond Good Intentions: the development and evaluation of a proactive self-management course for patients recently diagnosed with Type 2 diabetes

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Scholing gewenst

Vorm

Cursus / groepsbijeenkomst, in de praktijk bekend onder verschillende titels.

Waar te vinden?

De Ondernemende Huisarts biedt de zelfzorgcursus ‘Mijn diabetes en ik’ aan..

Kosten instrument

Niet bekend

Ontwikkeld door /contactpersoon

Beyond good intentions: Thoolen, B.J., Ridder, D. de, Bensing, J., Gorter, K., Rutten, G.

Organisaties die werken met methode / instrument

  • Zorggroep De Ondernemende Huisarts biedt de zelfzorgcursus ‘Mijn diabetes en ik’ aan.
  • Meer informatie via DOH Zorggroep: Nathalie Eikelenboom, stafmedewerker zelfmanagement en eHealth

Voorbeelden, succes- en faalfactoren uit de praktijk

Artikel: Van willen naar kunnen: succesvolle zelfzorg bij diabetes, Tijdschrift voor praktijkondersteuning 2008, nummer 4:97-101

 

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Bijwerken: februari 2016

methode

Doen en blijven doen, stappenreeks en persoonsgebonden factoren

Doel

Methode en training met als doel om zorgverleners te ondersteunen bij het motiveren van patiënten met een chronische ziekte om hun gezondheid te verbeteren. De module ‘Doen en Blijven Doen – zelfmanagement met hulp van de stappenreeks en de persoonsgebonden factoren’ heeft als doel zorgprofessionals houvast te bieden bij het doelgericht, gedragsgericht voorlichten en begeleiden bij gedragsverandering van hun patiënten: toewerken naar empowerment en zelfmanagement.

Toelichting

In ‘Doen en Blijven Doen’ wordt zelfmanagement benaderd vanuit fasen (de stappenreeks) en vanuit hoe de patiënt omgaat met gezondheidsgedrag (de persoonsgebonden factoren). De therapeut heeft een rol als coach en motivator, de patiënt is uiteindelijk de gedragsveranderaar.

  • De stappenreeks van voorlichting: openstaan, begrijpen, willen, kunnen, doen en blijven doen.
  • De persoonsgebonden factoren: demografische kenmerken, locus of control, stijlen van attributie, stress en stijlen van coping, emotionele gesteldheden, pijn en somatisatie.
  • E.e.a. wordt verduidelijkt aan de hand van casuïstiek.

Door het invullen van de vragenlijst wordt het gezondheidsgedrag van de patiënt in beeld gebracht; wat zijn manieren van denken, voelen, doen en welke gewoontes heeft hij in het omgaan met gezondheid. Hierdoor wordt het voor de hulpverlener veel duidelijker hoe hij de patiënt kan ondersteunen bij gedragsverandering en zelfmanagement. De stappenreeks en de persoonsgebonden factoren bieden een handvat voor voorlichting op maat: voorlichting die op de persoon en zijn doelen is afgestemd. Een gedragsverandering gericht op bevorderen van zelfmanagement en therapietrouw zal hierdoor eerder tot stand komen.

SeMaS (SelfManagement Screening)
In samenwerking met IQ-healthcare (Radboud Universiteit Nijmegen), DOH (De Ondernemende Huisarts) en Doen en Blijven Doen is een zelfmanagement-screeningsinstrument (Self Management Screening, SeMaS) ontwikkeld. In de SeMaS zijn opgenomen: de ernst van de ziekte, opleiding, demografische kenmerken, functionele status, (computer)vaardigheden, geschiktheid voor groepsinterventies, de mate van bereidheid voor zelfzorg. Wat betreft de persoonsgebonden factoren zijn de demografische kenmerken, locus of control, de eigen effectiviteit (van de stap willen), de sociale steun, de emotionele gesteldheden depressie en angst en de stijl van coping opgenomen.

Doelgroep(en)

Generiek: Mensen met één of meerdere chronische ziekten.
Zorgverleners: multidisciplinair: ketenpartners, huisartsen en POH

Validatie en effectiviteit

Gevalideerd: meer informatie op de website Doen en blijven doen / onderzoek

Training / opleiding zorgverlener gewenst

Scholing in methode gewenst

Vorm

  • Methode (het boek over de methode Doen en Blijven Doen voor eerstelijns zorgverleners is medio 2018 vernieuwd)
  • Training: de basistraining bestaat uit 3 bijeenkomsten (avonden).

Waar te vinden?

Kosten instrument

Niet bekend

Ontwikkeld door /contactpersoon

Marieke van der Burgt (arts) en Frank Verhulst (psycholoog)

Organisaties die werken met methode / instrument

De Ondenemende Huisarts: DOH

Voorbeelden, succes- en faalfactoren uit de praktijk

 

Datum van bijwerken /plaatsing instrument

Bijwerken: augustus 2018